Delen is een religie

Knuffelupdates zijn we moe, steeds vaker delen we nuttige informatie via sociale media. Zo filteren je vrienden het net. En dat is bittere noodzaak.

Rolinde Hoorntje

Redacteur Cultuur

Delen is een religie. Ook in Nederland hebben we sinds 23 januari een kerk die het kopiëren en delen van informatie centraal stelt. De KopiMi-kerk, naar het Engelse copy me, is onderdeel van de Missionary Church of Kopimism die Tweede Kerstdag in Zweden als religie werd erkend. CTRL+C (de snelcode voor kopiëren op je toetsenbord) en CTRL+V (plakken) zijn hun officiële symbolen, het delen van informatie zien zij als heilige daad. Door de nieuw verworven status hoopt de KopiMi-kerk op bescherming tegen plannen voor strengere privacywetten.

Is delen een religie? Misschien. Het delen van informatie via sociale media lijkt online in ieder geval steeds belangrijker te worden. Nieuws over de dood van Whitney Houston of het aftreden van Job Cohen zingt al uren rond via Twitter en Facebook voor een nieuwssite erover bericht. Facebook-oprichter Mark Zuckerberg, zei tijdens internetconferentie Web 2.0 Summit in 2008: „Ik verwacht dat mensen volgend jaar twee keer zoveel informatie delen als dit jaar en het jaar erop nog eens twee keer zoveel.” The New York Times noemde het gekscherend Zuckerberg’s law.

Zuckerberg lijkt gelijk te krijgen. Buiten de Verenigde Staten beleeft het netwerk zijn grootste groei ooit. Eind september 2011 kreeg Facebook zijn 800 miljoenste gebruiker. Elke dag drukken de 800 miljoen gebruikers meer dan twee miljard keer op de ‘vind ik leuk’-knop. Elke dag uploaden ze meer dan 250 miljoen foto’s. Volgens consultancykantoor McKinsey delen de gebruikers in totaal dertig miljard keer informatie per maand. Internetgoeroe Nick Burcher verwoordt het als volgt: „De jaren 90 gingen over browsen, de jaren 0 over zoeken en de jaren 10 over delen.” Een trend die volgens Burger aanhoudt. Knoppen onder ieder artikel en geïntegreerde toepassingen op je telefoon maken het delen van informatie in de toekomst alleen maar aantrekkelijker.

Waarom delen we steeds meer informatie online? Om anderen waardevolle informatie en inhoud te brengen, volgens Berger. Social currency noemt hij dat. Pas op de tweede en derde plaats komen respectievelijk ‘om jezelf te identificeren’ en om ‘de relaties met anderen te cultiveren’.

Wat voor informatie delen we dan online? In mijn netwerk zie ik een trend: een verschuiving van sociaal naar functioneel delen. We zijn allemaal moe van wat Stine Jensen ‘de terreur van intimiteit’ noemt. Vrienden die je Facebook of Twitter laten vollopen met knuffelupdates over baby’s, vakantieverhalen en klaagzangen op het werk. Facebooktypes die stilstaan bij kopje koffie een tot en met vijf op de maandagochtend, Instagram-foto’s in sepia tinten uploaden van hun kantooruitzicht, het weer verslaan (‘regen, regen, regen’), of zwelgen in zelfmedelijden (‘nog steeds op kantoor’).

Maar de ‘goeie delers’, de parelvissers op het net, moet je koesteren als edelstenen in een doosje. Vriendin Iris, wier feestjesagenda automatisch op mijn Facebookmuur verschijnt, maakt dat ik niet meer naar de site van het Amsterdams uitbureau hoef. Marketingman Goedkoop Vermaak houdt me op de hoogte over Rotterdam en dankzij curator Bart Rutten weet ik waar een nieuwe tentoonstelling is in Amsterdam. Om nog maar te zwijgen van de tientallen links die dagelijks voorbijdrijven op Twitter. En dat komt allemaal automatisch voorbij, geïntegreerd op één pagina. Ik word zelfs vrienden met volslagen vreemden, omdat ik verwacht dat het contact iets oplevert: informatie.

Zo zijn je ‘vrienden’ niet alleen goed voor wat filosoof Pierre Bourdieu sociaal kapitaal noemen (relaties, een netwerk), ze zijn ook je filterkapitaal.

Het is ook het principe waarop de informatievergaring van nieuwssites deels is gebaseerd. nrc.nl, geenstijl.nl, volkskrant.nl, parool.nl en theguardian.co.uk: ze kijken allemaal naar ‘link sharing sites’ als Reddit en Digg. Dat zijn grote online communities waarin leden informatie rangschikken op het net. Geregistreerde gebruikers (redditors) mogen links delen op de site. Andere gebruikers (subreddits, het totaal aantal loopt tot in de miljoen per categorie) mogen de link omhoog en omlaag stemmen. Een soort Facebookmuur, alleen is de groep ‘vrienden’ veel groter en kunnen de duimen ook omlaag (in de wereld van Facebook kun je links die anderen delen alleen ‘leuk vinden’). Een algoritme berekent vervolgens welke waardering de link krijgt, afhankelijk van het tijdstip waarop de link is geplaatst en het aantal voor- en tegenstemmen.

Filmpjes in de toptien, zoals ‘mountainbiker besprongen door antilope’ zie je vervolgens steevast op alle nieuwssites terug. De advertentie voor kinderkleding met op de achtergrond een blote man? Een redditor deelde de afbeelding als grap. De Huffington Post plukte de afbeelding een dag later van Reddit en kopte: „Naked Man In La Redoute Children’s Clothing Ad Gives Company PR Pain”. Twee dagen later nam ook De Telegraaf de afbeelding over: „Naakte man verschijnt op fotoshoot met kinderen”. Zo werkt de internetjournalistiek. Wat het meest wordt gedeeld op het net, is nieuws. De massa als filter, de democratisering van nieuws.

Die filterfunctie van je ‘vrienden’ wordt ook steeds belangrijker. Naarmate we meer delen stroomt internet steeds sneller vol. Het is aan ons om daartussen de juiste informatie te vinden. Geavanceerd zoeken wordt een van de internettrends in 2012 voorspelt de Amerikaanse internetonderzoeker Moxie. Filteren kan door middel van geavanceerde applicaties zoals Siri – de spraakgestuurde assistent op de iPhone 4S. Maar ook door te delen, filter je het web en help je je vrienden. Kijk bijvoorbeeld naar de playlists waarop anderen zich kunnen abonneren via Spotiy of muzieksite 22Tracks.

Informatie delen doe je natuurlijk niet alleen uit eigenbelang. Het is ook een verkapte vorm van zelfpromotie. Zoals nrc.next-redacteur Arjen van Veelen schrijft in zijn essay ‘Een fantastisch Facebookleven in 61 overpeinzingen’: „Ik leef niet voor geld of spullen, maar voor de reacties die ik krijg als ik mooie muziek deel, fraai schrijf, mensen attendeer op een goed krantenstuk, als ik mijzelf ben. Ik word hier beloond voor schoonheid, creativiteit en respect.” Al is het goed bekeken niet je eigen product dat je deelt, toch straalt het op je af als jij degene bent voor wiens links de meeste duimen omhoog gaan.

Natuurlijk kleven er ook nadelen aan het delen van informatie. In de eerste plaats wringt het prijsgeven van een goed idee zodra je het ontdekt, met het verlangen naar exclusiviteit. Je wilt de eerste en de enige zijn die dat ene obscure bandje kent, profiteert van die online sale of de laatste concertkaartjes bemachtigt.

De enige of de eerste?

Waarschijnlijk vooral dat laatste. Als de donder delen dus. Op die manier kun je juist in een vroeg stadium een idee claimen en online proefballonnetjes oplaten.

Ander probleem is wat auteur Eli Pariser in het gelijknamige boek de ‘filter bubble’ noemt. Facebook toont, dankzij een algoritme, de updates van vrienden waar je het meest op reageert. Dat betekent dat je opgesloten zit in een cocon van informatie van gelijkgestemden. Maar die vrienden heb jij wel gekozen. En waar moet je anders beginnen in de zee van informatie online? Google? De hoeveelheid hits daar is demotiverend. En Google personificeert zijn zoekresultaten evenzeer.

Het is dus zaak een gevarieerd en actief netwerk te vormen. En dat doe je door: te delen en te reageren. Niemand wil de passieve ‘lurker’ in zijn netwerk, de voyeur die heimelijk elke stap volgt zonder zelf iets toe te voegen. Het adagium Do ut des geldt ook nog steeds online. Als jij een goede deler bent, bouw je een sterk sociaal netwerk. En daarmee creëer je zowel een kleurrijk filter als een grote afzetmarkt.

Want een goed idee alleen, daar heb je niets aan, je moet er mensen mee bereiken. Bijvoorbeeld om een cultureel project gefinancierd te krijgen op voordekunst.nl. Houd je een goed idee voor jezelf, dan loop je het risico dat iemand anders hetzelfde idee ontwikkelt en wel zijn netwerk gebruikt. Door internet is de omloopsnelheid van informatie en de bereikbaarheid van mensen immers vele malen groter geworden.

Kortom: een goed idee houd je niet meer voor jezelf. De enige manier om je staande te houden in de steeds sneller groeiende informatietsunami online, is zelf te delen.

Of, in de woorden van de KopiMi-kerk: Copy and Seed. Enter.