Brievenangst

Op mijn tafel in de woonkamer staan: een computer, een potje Blistex en een zak hot krokantjes – maar wat als eerste in het oog springt is een enorme stapel enveloppen. Een nachtmerrie gemaakt van papier en Arabische gom.

Er zijn genoeg mensen die helemaal geen problemen hebben met enveloppen openen. Ik stel me voor dat deze mensen uit hun werk komen, een warboel aan enveloppen op de deurmat vinden, even „gut!” uitroepen, hun hoed aan de kapstok hangen en vervolgens één voor één de enveloppen beginnen te openen – fluitend. Deze mensen begrijpen niet waarom je ook maar zou overwegen om een envelop niet te openen. „Wat kan er nou helemaal voor engs in zitten?” zeggen ze. „Een belastingaanslag? Dat je verzekering geen geld teruggeeft voor je alternatieve klankschaaltherapie? Anthrax?”

Nu is het inderdaad niet zo dat ik enorme schulden heb, bang ben dat ik opeens mijn huis uitgezet zal worden of een brief verwacht van een deurwaarder die van plan is mijn computer en potje Blistex in beslag te komen nemen. Toch is er die stapel ongeopende enveloppen. Ik zal een poging wagen om aan alle envelopevenwichtigen uit te leggen hoe zoiets ontstaat.

Een envelop bevat haast altijd iets wat je tot een handeling dwingt. Je opent hem, en daar is een brief van de sportschool: je lidmaatschap loopt bijna af, dus je wordt vriendelijk verzocht te verlengen. Dit staat je nu te wachten: naar de computer – telefoonnummer sportschool opzoeken – bellen – lidmaatschap verlengen – brief van sportschool netjes opbergen – map met handige opbergvakjes zoeken – een of andere rommelige ordner valt op de grond – die papieren ruim ik zo wel op – map met handige opbergvakjes gevonden – waar hoort eigenlijk een brief van de sportschool? – vakje ‘overig’? – vakje ‘overig’ zit een beetje heel erg propvol – moet ik een nieuw vakje aanmaken? – alle vakjes zijn eigenlijk al ingenomen – ik heb geen nieuwe map meer – oké: ik moet naar de Hema.

Elke geopende envelop leidt tot een serie activiteiten, waarin je levensvragen moet tackelen als ‘bewaar je een brief van je bank over nieuwe rentepercentages?’ en ‘zal ik deze telefoonrekening ooit terugvinden als ik hem nu even opberg in het mapje Handige Dingen Enzo’ en ‘hoe groot is de kans dat ik ooit in een rechtszaak verwikkeld zal raken waarin dit document, over mijn leenpas van de bibliotheek, een cruciale rol gaat spelen?’ Een brief bestaat nooit uit: ‘Hoi Renske, dit is je bank, we wilden alleen even zeggen dat we nog steeds goed op je geld passen!’ Een brief verwacht iets van je – en ik heb nooit zin om daar maar meteen aan toe te geven.

Dus is mijn tactiek nu: de stapel laten groeien tot hij omvalt en hem vervolgens in één keer aanvallen. De enveloppen openratsen, alle brieven in multomappen proppen, verwoed snippers opzuigen.

Een middag genieten van het uitzicht.

En dan weer beginnen met stapelen – erop vertrouwend dat als een aannemer besloten heeft mijn pand te slopen, hij ook wel even opbelt van tevoren.

    • Renske de Greef