Brieven

Shell mocht van Unilever geen wasmiddelen leveren

Het artikeltje van Rob Biersma over Lodaline roept veel jeugdherinneringen op (Achterpagina, 16 februari). Lodaline bevatte twee nieuwigheden: plastic (speeltjes) en Teepol, beide van Shell. De grondstof Teepol was echter geen alkylbenzeensulfonaat, maar een vetalcoholsulfaat.

Teepol werd tussen 1933 en 1937 bij Shell ontwikkeld door ir. E.E. van Andel. Met steun van de Nederlandse overheid kwam Teepol na de Tweede Wereldoorlog in productie, als een van de eerste synthetische vaatwasmiddelen. Het werd echter weldra verdrongen door de alkylbenzeensulfonaten.

Door een overeenkomst met Unilever (Candle Agreement, 1922) mocht Shell geen wasmiddelen aan consumenten leveren. Vandaar de Bredase firma Grada. Teepol wordt als schoonmaakmiddel nog steeds gebruikt in de professionele sfeer.

Ernst Homburg

Eijsden

Lira is heus niet hebzuchtig

Hans Blom, oud-directeur van het NIOD en emeritus hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de UvA, noemt het optreden van Lira bij digitaliseringsprojecten als van het Regionaal Archief Leiden cultuurvijandig met als motief hebzucht (Opinie, 22 februari).

Lira is een groot voorstander van de voordelen van de digitalisering. In 2010 is een contract gesloten tussen enerzijds Lira en Pictoright als vertegenwoordigers van tekstmakers en fotografen en anderzijds de Koninklijke Bibliotheek, als digitaliserende instantie. Het resultaat was een onbelemmerde en voor de consument gratis onlinetoegang tot heel veel kranten. Hiertoe deed de Koninklijke Bibliotheek een betaling ten gunste van schrijvers, journalisten en fotografen.

Het moge duidelijk zijn dat zo’n collectieve oplossing grote voordelen met zich brengt voor de digitaliserende organisatie. Bij enige omvang van het project is het eigenlijk ook al gauw de enig mogelijke oplossing, maar ik vrees dat Hans Blom nog niet zover is. Hij ziet het nog als cultuurvijandig beleid uit hebzucht. Niemand kan toch in redelijkheid volhouden dat het aanvaardbaar is dat alle betrokkenen bij de digitalisering hun professionele vergoeding krijgen, behalve schrijvers en journalisten.

We zouden de cultuur grote schade toebrengen als we de economische waarde van kranten, tijdschriften en boeken uit onze handen zouden laten glippen. Cultuur vraagt om creatieve producenten, die arbeid en geld moeten durven steken in culturele producten. Dit lukt alleen als die producten als unieke werken beschermd zijn. Dát doet het auteursrecht. Alleen dan wordt het voor schrijvers, journalisten en de exploitanten die hun rechten te gelde maken, mogelijk om te proberen van hun arbeid te leven.

Kees Holierhoek

Voorzitter Stichting Lira (uitgebreide reactie is te lezen op www.lira.nl)

Die boze pensionado’s zijn niets dan verwende oudjes

Ik begrijp niets van het gehuil van de twee boze en ongeruste pensionado’s op de Economiepagina van 21 februari. De één heeft 2.100 euro netto per maand te besteden en de ander 3.500 euro.

Mijn vrouw en ik werken beiden – zij als secretaresse, ik als universitair docent. Ons totale netto-inkomen is 4.200 euro per maand. Onze kinderen studeren alle drie. Dit kost per maand 2.000 euro. Voor mijn vrouw en mijzelf blijft er dus 2.200 euro per maand over.

Zullen onze kinderen, na hun afstuderen, een baan vinden? Dit is een telkens terugkerende zorg. Inmiddels zijn wij op een leeftijd waarop de huilebalken die met foto en al de cover van de economiepagina sieren al met prepensioen waren. Laat de toekomst toch aan de jeugd en ga, als je met één voet in het graf staat, een keertje niet op vakantie naar Spanje. Verwende oudjes, klaag toch eens wat minder.

Tjeu Lemmens

Delft

Nederland zal geen bètaland worden

Vorige week werd het Masterplan Bèta en Techniek aangeboden aan de minister. Met de regelmaat van de klok duiken dit soort stukken op: er zijn te weinig technici in Nederland. We moeten ze daarom enthousiasmeren en beter gaan belonen.

Maar er is helemaal geen tekort. Er zijn genoeg arme Polen en Chinezen voor de technische functies, dus we kunnen niet verwachten dat een commercieel bedrijf technici beter zal belonen. Hiermee is de zogenoemde ‘bètapuzzel’ (wel een tekort, maar geen hogere lonen) opgelost.

Laat dan de scholen het enthousiasme voor techniek aanjagen. Ik heb zelf een aantal jaren geleden besloten gastlessen techniek te geven aan zowel een basisschool als aan een middelbare school. Kinderen en ouders zijn wild enthousiast, maar de school ziet het nut er niet van in.

Daarom kijken we maar naar de overheid. De laatste jaren zijn er veel subsidieprogramma’s geweest. Het ministerie heeft een aantal jaren het vak techniek verplicht gesteld, maar de meeste scholen hebben het daarna meteen laten vallen.

De slag is dus gemist. De overheid heeft genoeg gedaan. Bedrijven zijn niet bij machte om veel te doen. Scholen zien, om begrijpelijke redenen, de lol niet in van techniek.

Accepteer dus maar dat Nederland geen bètaland zal worden, maar probeer wel bij de leerlingen met talent het vonkje van techniek over te brengen. Maak een kleine techniekcanon met een praktisch gedeelte – vijf keer twee uur, verspreid over groep vijf, zes en zeven.

Ir. Sander van Reedt Dortland

Vroeger werkzaam in technische functies bij Shell, HCG en Eneco, inmiddels manager