Bommen in twaalf Iraakse steden

Bomaanslagen in de hoofdstad Bagdad en in elf andere Iraakse steden hebben vanochtend rond de zestig mensen het leven gekost.

De kennelijk gecoördineerde aanslagen, de meeste gericht tegen politie en andere veiligheidsfunctionarissen en shi’itische doelen, hadden plaats over een periode van tweeëneenhalf uur. Ze toonden eens temeer aan dat sunnitische extremisten, aan wie de ontploffingen worden toegeschreven, in staat blijven om chaos te creëren en angst te zaaien. Drie dagen geleden werden twintig mensen gedood bij een zelfmoordaanslag op politierekruten in Bagdad.

Het grootste deel van de doden van vandaag, 35, viel in Bagdad, waar bommen ontploften in verschillende wijken en waar ook, eveneens op verschillende plaatsen, mannen met pistolen met geluidsdempers bij controleposten in totaal acht politiemannen doodschoten. Het bloedigste afzonderlijke incident was een bomontploffing bij een controlepost in de wijk Karrada, waarbij negen mensen de dood vonden. Er vielen daar ook 26 gewonden. Bij acht andere bomexplosies vielen nog 18 doden. Buiten Bagdad hadden aanslagen plaats in onder andere Baquba, 60 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad, de oliestad Kirkuk aan de grens met het autonome Koerdistan, en in Hilla in het zuiden.

Iraakse burgers beschuldigden de overheid ervan vergaand tekort te schieten bij het beschermen van de bevolking. „Wat deden de duizenden politiemannen en soldaten in Bagdad vandaag terwijl de terroristen rondzwierven door de stad en geweld pleegden?” vroeg een ambtenaar bij een restaurant in het noorden van de stad dat was opgeblazen.

De burgeroorlog in Irak eindigde in 2008. Maar het geweld blijft elke maand honderden levens eisen. In januari werden er 340 burgers gedood, bijna twee keer zo veel als in december.

Het is nog niet te zeggen of het vertrek van het Amerikaanse leger, in december, daarbij een rol speelt. Hoe dan ook wordt de politie als een zwakke plek in het veiligheidsapparaat beschouwd. (Reuters, AP, AFP)