Appelbasiliek

Aan het Leidseplein is al maandenlang een banaal reclamestuntje gaande. Eerst moest het hoekpand tegenover de Schouwburg afgeschermd worden als was het een gruwelijke plaats delict. Daarna bracht Apple de geruchtenstroom op gang dat er misschien wel een Apple Store in kwam. En op het juiste moment Was Het Ineens… OFFICIEEL!! Joe-hoe!!

Zelfs redelijke mensen zie ik ineens in opperste staat van verrukking. Om een winkeltje. Als het een Kruidvat Store was zou de stemming heel anders zijn. Vreemd genoeg, want wat heb je aan een Apple Store? Niets. Al die spulletjes zijn elders verkrijgbaar, en je krijgt ze gratis thuisbezorgd. Bovendien zul je er veel minder vaak iets nodig hebben dan uit een drogisterij.

Het verschil is natuurlijk dat een Apple Store helemaal geen winkel is. Het is namelijk een godshuis. De mercantiele wereld heeft onze behoefte aan mysterie en esthetiek gekaapt. Merken zijn de religie van nu: life style, beleefd en verkregen in de tempels en kapelletjes in alle steden en commerciële centra, de filialen. De liturgische kalender is vervangen door eentje die is geordend rond een reeks afgedwongen omzetpieken (Kerst, uitverkoop, etc.).

Toen ik langs die appelbasiliek-in-aanbouw liep, moest ik aan Gilles Lipovetsky denken. De Franse filosoof werkt aan een boek over de invloed van de markt op de vormgeving van onze wereld. In De Groene Amsterdammer zegt hij: „Ooit waren het de avant-gardekunstenaars die de samenleving esthetische normen aanreikten, inmiddels is die rol overgenomen door de markt.”

De esthetiek volgt het geld. Of was dat altijd al zo? Eerst was het de kerk die de wereld vormgaf, met tempels en altaarstukken als esthetische norm. Daarna kwamen de koningen en hun paleizen, en de Renaissancekunstenaars in dienst van de adel. Toen de industriëlen, de multinationals, en nu de merken en hun design. Het handboek voor Applestore-inrichting is dikker dan Vitruvius’ De architectura.

De eerste 4.500 bezoekers krijgen een T-shirt. Als Kruidvat dit deed, zou iedereen inzien dat hij volslagen voor lul loopt, met zo’n shirt als brandmerk tot mak commercieschaap. Religie maakt helaas blind.

    • Christiaan Weijts