Uw kind drinkt wat het zegt. Keer drie

Jongeren en drank, dat kan botsen. Terneuzen biedt ouders cafébezoek annex cursus. Geen alcohol onder de 18, zegt de kroegbaas. En wat gebeurt er thuis?

Reportage over camapgne 'Laat ze niet (ver) zuipen)'. Ouders doen een soort van kroegentocht langs een aantal café's in Terneuzen en krijgen er uitleg over het alcohal gebruik bij jongeren en hoe ze daarmee moeten omgaan. Indigo Preventie.

De ouders die er zijn, denken allemaal hetzelfde: mijn kinderen drinken niet. Of nauwelijks. Met mate in elk geval. Eén biertje. Hooguit twee of drie. Maar ze drinken nooit te veel.

Of is er toch een beetje onzekerheid bij de meer dan honderd ouders van tienerkinderen die zich op een koude avond hebben verzameld in De Pit in Terneuzen? De Pit is een soort jeugdsoos, waar jongeren graag komen om naar muziekbands te luisteren en een pilsje te drinken. Of ze gaan ze naar een van de andere cafés in de buurt.

En dat is precies wat de ouders vanavond ook doen. Ze gaan op kroegentocht, op uitnodiging van verschillende horecaondernemers, Jeugd-Jongerenwerk en de gemeente Terneuzen. De tocht is onderdeel van de Zeeuwse campagne ‘Laat ze niet (ver)zuipen’. De ouders gaan in kleine groepjes de kroegen langs die hun eigen kinderen zullen gaan bezoeken. Of misschien al bezoeken. En ze zullen discussiëren over alcoholgebruik en alcoholmisbruik bij kinderen en jongeren.

Want ook in Terneuzen drinkt een deel van de jeugd te veel. Net als in de rest van Nederland. Natuurlijk niet élk kind, of élke puber. Maar alcohol hoort onlosmakelijk bij uitgaan. „Vroeger dronk ik een glaasje voor de lol”, zegt Anneke de Winter, moeder van drie kinderen. „Nu is het een sport om veel te drinken.” Haar jongste kind, Steven van 15, heeft ze meegenomen. Steven drinkt bijna niet, zegt hij. Maar zijn vrienden wel.

De excessen van het alcoholgebruik onder jongeren zijn schrikbarend. Het aantal jongeren dat in coma raakt na zwaar drinken, neemt toe. Het zijn er honderden per jaar en de coma’s duren steeds langer. Kinderen hebben geen idee van de gevaren van drinken. Veel drinken wordt zelfs hip gevonden. Ze roepen elkaar op via Twitter: ‘Vanavond gaan we lekker coma-zuipen.’

Horecaondernemer John Oostdijk vertelt dat in zijn zaak niemand onder de achttien jaar alcohol krijgt. Achttienplussers krijgen een stempel op de hand. Maar als een achttienjarige een biertje koopt voor een dertienjarig vriendje, doe je er niets tegen. En de meiden, die dirken zich zo op dat hun leeftijd lastig is in te schatten.

We stappen Cafe Sidney binnen, een hippe bar. De ouders kijken nieuwsgierig naar de loungebanken met roze kussentjes, de glazen planken vol flessen tegen de muur van baksteen. Er staan lichtgroene en rode cocktails op de bar klaar. „Zonder alcohol”, roept de barman.

Waar komen kinderen voor het eerst in contact met alcohol, vraagt preventiemedewerker André Nijssen, in het roze licht van de bar. Nee, niet op een schoolfeest, niet in een café, maar thuis bij de ouders op een bank, antwoordt hij zelf. „Alcohol hoort bij feest. Dat vindt u, dat vind ik, dat vinden wij. Dus denken we: ach, een glühwein met Kerst, een glas champagne met Oud en Nieuw, een biertje met carnaval, dat kan geen kwaad. Maar recent onderzoek wijst uit dat het wél kwaad kan. De hersenen van kinderen zijn nog niet uitgegroeid. En alcohol tast die groei aan.”

Er zal die avond nog vaak verwezen worden naar wetenschappelijk onderzoek. Want de ouders zijn niet zomaar te overtuigen. „Ik heb liever dat ze bij mij op de bank drinken, dan met vrienden”, zegt een vader. „Dan heb ik er tenminste zicht op. Verbieden heeft toch geen zin. Ze doen het toch.”

Dat klopt dus niet, zegt André Nijssen. „Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat kinderen die van hun ouders niet mogen drinken, misschien wel stiekem drinken. Maar mínder dan kinderen van ouders die het niet verbieden.”

De ouders zijn nog niet overtuigd, maar vertrekken naar Vuuf voor Twaelf, een kroeg met een kleine disco in de kelder. Die willen de ouders, nu ze er toch zijn, ook wel even zien. In Vuuf voor Twaelf krijgen ze een toneelstukje voorgeschoteld van een educatieve theatergroep: een vader zit met de krant voor zijn neus aan de wijn, zijn zestienjarige dochter vertrekt naar ‘vrienden’ met een rugzak waarin duidelijk hoorbaar de flessen rammelen. De vader is er niet gerust op, maar ze weet hem te overtuigen. „Vertrouw je me niet, pap?”

Vertrouwen jullie je kinderen, vraagt Hester Dadema, die de zestienjarige dochter speelde, na afloop. Jaaaa, klinkt het uit vele monden. „Mooi. Maar doe dat niet met alcohol!” Een vader sputtert. „Ik vind dat je je kinderen moet vertrouwen.” Hester Dadema vermijdt behendig een persoonlijke aanval en zegt: „Úw dochter of zoon is wellicht volledig te vertrouwen. Maar de meeste tieners zijn dat niet. Ook al weten ze dat ze hun ouders teleurstellen, samen met vrienden drinken ze toch.”

Er gaat een zucht door het café. Er gaan bladen met alcoholvrije cocktails rond. „Mag ik een biertje”, roept een vader. Gelach.

Hester Dadema stelt de ouders nog een vraag: als je jongeren aan het eind van een stapavond vraagt hoeveel ze gedronken hebben, wat hoor je dan? Nou, wat ze gedronken hebben, aarzelen de ouders. Niet echt, zegt de toneelspeelster. „Je moet hun antwoord met drie vermenigvuldigen voor de waarheid.” Ook dat is weer wetenschappelijk getoetst door het alcoholpercentage in het bloed te meten.

De groep ouders loopt beduusd naar buiten, op weg naar De Kroeg, een smal, bruin café met gitaren aan de muur. Onderweg vertellen Anda en Wim Buijzer over hun alcoholbeleid thuis. Ze hebben twee zoons, de oudste is bijna zestien. Ze hebben drank verboden tot de jongens zestien jaar zijn. Ze waarschuwen constant voor de gevolgen van drank. De oudste houdt van mooie auto’s, zegt Anda. „Zo’n auto kan je betalen met een goede baan, zeg ik dan. Als je een goede baan wilt, moet je niet je hersens verknallen met alcohol.”

Anda werkt als verpleegkundige en ziet de straalbezopen jongeren die het ziekenhuis worden binnengedragen. Ook dat vertelt ze thuis aan de keukentafel. „Het enge is”, zegt Anda, „dat je het aan kinderen niet merkt als ze zat worden. Pas als ze gaan kotsen of bewusteloos raken.”

Veel van de kinderen die met alcohol in het ziekenhuis terechtkomen, zijn niet in een café dronken geworden, maar thuis of bij vrienden. De pils is niet zelden door pa ingekocht, sterker spul wordt meegesmokkeld. En de ouders? Die gunden hun jarige kind wat privacy en zijn een avond je naar de film. ‘Let erop dat de bank schoon blijft’, zeiden ze nog wel. Ze zeiden niet: let erop dat je niet te veel drinkt.

Als de kinderen van Anda en Wim Buijzer niet drinken tot hun achttiende, betalen zij hun rijbewijs. „Er moet wel wat tegenover staan”, zegt Wim Buijzer.

    • Sheila Kamerman