Uitvaartbranche ontkent excessen

Een onderzoek van de toezichthouder naar het gedrag in de uitvaartsector zet kwaad bloed. Werd hier naar de conclusies toe geredeneerd? „Dit rapport moet van tafel.”

Het is slechts een staartje in een lange discussie over de uitvaartbranche. Maar aan dit staartje zou wel eens een heel naar en lastig beest kunnen zitten voor de Autoriteit Financiële Markten. Als de toezichthouder niet terugkomt op haar woorden dreigt zij haar onderzoeksmethodes voor de rechter te moeten verantwoorden. Althans, dat is het dreigement van Dela, de grootste uitvaartverzekeraar van Nederland, die zich onheus bejegend voelt door de waakhonden uit Amsterdam.

Het dispuut ontstond toen minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) vorig jaar een provisieverbod bij uitvaartverzekeringen aankondigde. In het verleden is gebleken dat tussenpersonen bij complexe financiële producten te weinig in het belang van de klant adviseren. De provisies die zij verdienen op de verkochte producten bleek belangrijker te zijn dan een goed advies. In Den Haag bestaat brede steun voor zo’n verbod. Maar uitvaartverzekeringen, zijn dat ook ingewikkelde producten? Dat niet meteen, zei de minister, maar er hebben in het verleden misstanden plaatsgevonden.

De Autoriteit Financiële Markten leverde munitie voor die stelling. Uit „voorlopige bevindingen” – een unicum dat een bewindspersoon zijn beleid baseert op nog lopend onderzoek – kwam een ontluisterend beeld van de sector naar voren. Bij de verkoop van uitvaartverzekeringen wordt de commissie die tussenpersonen ontvangen niet gerechtvaardigd door de werkzaamheden. De informatieverstrekking is incorrect, onduidelijk en mogelijk misleidend. En er bestaan perverse prikkels door onevenredig grote bonussen voor de tussenpersonen die de verzekeringen verkopen. Dit zijn geen incidenten, maar praktijken die „bij het merendeel van de onderzochte verzekeraars zijn aangetroffen”, schrijft de toezichthouder aan de minister.

Geen malse kritiek voor een sector waarin de top-vijf 90 procent van de markt beheerst. Maar uit de branche komt opmerkelijke kritiek: ja, er waren wild-west-taferelen doordat nieuwkomers op zeer agressieve wijze uitvaartpolissen aan de man probeerden te brengen, maar dat is allemaal verleden tijd. De toezichthouder rept van een situatie die al lang opgelost is, doordat de branche onder een nieuw wettelijk regime met aangescherpt toezicht valt.

Hebben de uitvaartverzekeraars een punt? Feit is dat de toon van de onderzoekers in het definitieve rapport van eind vorig jaar een stuk milder is. De geur van grootschalige misleiding is verdwenen. Sterker, het is niet eens zeker of de toezichthouder gaat interveniëren. „Ten aanzien van beloningsbeleid, informatieverstrekking, passende provisies en de vergewisplicht heeft de AFM een wettelijke grondslag op basis waarvan zij indien nodig, handhavende maatregelen kan nemen. De AFM beziet nog of zij hiervan gebruik zal maken”, schrijft de toezichthouder.

„De verschillen tussen de voorlopige bevindingen en het eindrapport hebben mij ernstig verbaasd”, zegt Kamerlid Matthijs Huizing (VVD). „Waardoor zijn die zo groot?”

Maar minister en toezichthouder wijzen dat af. Ook het eindrapport rechtvaardigt volgens De Jager ingrijpen. De AFM bestrijdt de verschillen. „In grote lijnen zijn de uitkomsten hetzelfde”, zegt een woordvoerder vanochtend. „Het rapport is uitgebreider, heeft meer context. Een gang naar de rechter zou ons verbazen, wij voeren constructief overleg met de uitvaartverzekeraars.”

Maar coöporatie Dela, marktleider, laat het er niet bij zitten. De uitvaartverzekeraar zegt te kunnen leven met een provisieverbod, net als het Verbond van Verzekeraars dat kan, daar gaat het Dela niet om. De coöporatie vindt dat haar reputatie beschadigd is. Bovendien, vraagt zij zich af, heeft de minister de Kamer wel goed geïnformeerd doordat zoveel bevindingen uit het voorlopige rapport niet de eindversie haalden?

Dela heeft met een jurist gekeken naar de slotconclusies van de AFM. Slotsom: slechts vier van de vijftien bevindingen houden verband met regelgeving waar de AFM over gaat. De rest van de kritiek is kort gezegd een mening over kennelijk gewenst gedrag. „Dit rapport moet van tafel”, zegt een woordvoerder van Dela. „Ook een toezichthouder moet zorgvuldig handelen.” VVD’er Huizing; „Dit is op zijn zachtst gezegd niet het meest sterke rapport dat AFM gemaakt heeft, Het bestaat meer uit meningen dan uit feiten.”