Taal maakt ons tot wie we zijn

Spreken is niet neutraal en objectief, maar staat gelijk aan handelen, stelt de Britse filosoof J.L. Austin. Dus als Wilders praat over zijn Meldpunt voor Midden- en Oost-Europeanen is dat een daad.

Filosoof en Historicus

Afgelopen weekend dook er op internet een filmpje uit 1983 op, waarin Prince voor het eerst zijn wereldhit Purple Rain speelt. De liveopname, die als basis voor de albumversie van ‘Purple Rain’ diende, werd op vele Facebookmuren gepost. Een discussie over de genialiteit en passie van Prince barstte los.

Tegelijkertijd kwam er op vele twitteraccounts een afbeelding van een advertentie voor het Meldpunt voor Midden- en Oost-Europeanen van de PVV voorbij. Slogan: ‘Al 46.000 [meldingen, red.] maar er kan nog meer bij!’ Ook Wilders’ retoriek en genadeloosheid leidden tot een verhit debat.

Het is tegenwoordig usance dat onze premier niet op de heer Wilders reageert, en het is algemeen bekend dat de minister-president liever klassieke muziek dan popmuziek luistert, toch hoop ik dat ook hij Prince’ optreden voorbij zag komen, en een medewerker hem daarvoor of daarna een kopie van de PVV-advertentie onder ogen schoof. Er is namelijk een interessant verschil waarneembaar, waar zelfs onze minister-president nog wat van zou kunnen opsteken.

Prince Rogers Nelson en de heer Wilders illustreren de taalhandelingtheorie van de Britse filosoof J.L. Austin. In de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw veroorzaakte deze Austin een ommekeer in het denken over taal. Waar taal voorheen werd benaderd als een beschrijvend instrument – taal als uitdrukkingsvorm van feiten, gedachten, gevoelens – zag Austin de taal als een kracht om mensen mee te bereiken en te bewegen.

Austin benadrukte dat spreken niet neutraal en objectief is, maar gelijk staat aan handelen. Zijn onderzoek richtte zich op de zogenaamde ‘performative utterances’: zinnen die iets doen in plaats van louter te representeren. Spreken als handelen, dus. In zijn beroemde boek How to do things with words maakt Austin een onderscheid tussen twee soorten performatieve taalhandelingen: ‘illocutionaire’ en ‘perlocutionaire handelingen’. De eerste categorie bestaat uit uitspraken die in het moment zelf doen wat ze zeggen: een bevestiging, een bevel, een belofte. Een voorbeeld van zo’n uitspraak is een rituele uitspraak als ‘ik hou van jou’. De tweede soort omvat uitspraken die op het moment zelf geen handelingen zijn, maar wel bepaalde gevolgen hebben. Die gevolgen hoeven niet hetzelfde als de taalhandeling te zijn: ‘Wil je mijn boek lenen?’

Zowel Prince als de heer Wilders maakt in respectievelijk hun liedje en advertentie gebruik van performatieve taalhandelingen. Voor beiden is taal dus een daad. Prince wil zichzelf met ‘Purple Rain’ verklaren voor zijn geliefde (én haar zo de liefde verklaren). Zijn daad ligt in zijn woorden besloten. Wilders wil overlast, vervuiling en verdringing op de arbeidsmarkt ter sprake brengen. Zijn daden liggen achter zijn woorden. Anders gezegd: zijn daden liggen niet enkel in de woorden, maar ook in de uitwerking die op zijn woorden volgt (hij wil zo zijn macht vergroten).

In How to do things with words stelt Austin dat taal ons maakt tot wie we zijn. Onze naam, bijvoorbeeld, maakt ons tot wie wij zijn. Maar aangesproken worden is meer dan een bevestiging van wie wij al zijn, het maakt ons gehele bestaan mogelijk: mensen zijn communicatieve wezens. Zo communicatief dat we zijn wat we communiceren: het jargon van ons werk, het taalgebruik in onze vriendengroep. En als iemand ons de hele dag een winnaar noemt, groeit ons zelfvertrouwen, maar noemt iemand ons een dief, dan worden wij bijkans een dief.

Woorden zorgen ervoor dat wij handelen en bestaan. Ze bepalen hoe wij zijn en hoe wij ons voelen. Wanneer wij met woorden bijvoorbeeld anders worden weergegeven dan hoe wij voelen dat we zijn, doet dat pijn. Zingt Prince: ‘I never wanted to be your weekend lover’, dan voelen wij zijn spijt. Zijn pijn. Prince zweert met zijn woorden en overtuigt. Hij doet wat hij zegt op het moment dat hij het zegt. Deze kracht maakt ons: taal heeft de kracht om te communiceren en wij hebben de macht over taal.

Maar zegt Wilders dat hij overlast wil aanpakken, dan maakt dit ons ook tot de diersoort die wij zijn: mensen hebben het vermogen om dingen te bespreken die buiten het directe bereik van de taalhandeling liggen.

Bijna veertig jaar na het verschijnen van Austins boek verscheen Excitable Speech van de Amerikaanse filosofe Judith Butler. Zij toont aan dat perlocutionaire taaluitingen veel meer handeling zijn dan Austin vermoedde. Neem bijvoorbeeld premier Mark Rutte, die afgelopen week bij zijn weigering bleef om afstand te nemen van het PVV-meldpunt voor Midden- en Oost-Europese Arbeiders. Hij had „ervoor gekozen niet op iedere uiting van de PVV te reageren”. Rutte reageert op de PVV-site, omdat het gevolg van zijn ontwijking – ook een perlocutionaire handeling! – het behoud van zijn macht is.

Maar zoals Bas Heijne afgelopen weekend terecht opmerkte in zijn column in deze krant: het probleem is niet enkel machtsbehoud. Het probleem is de afwezigheid van moreel gezag. ‘[Rutte’s] zwijgen mag politiek het handigst zijn’, schrijft Heijne, ‘het laat hem ook zien als een lege opportunist’. Tot nu toe heeft de parlementaire gedoogconstructie voornamelijk het gebrek aan illocutionair taalgebruik van Rutte blootgelegd. Want dat mensen zich laten ‘oplieren’ door een website, zoals de premier zelf stelde, is nu juist wel een probleem. En iemand met idealisme zou dat probleem bestrijden. Pas als iemand met macht in de politieke arena zegt: „Ik wijs dit af”, wordt het zogenaamde oplieren ter sprake gesteld. Want wie denkt dat taal niets meer dan spel is, heeft het mis. Taal vormt onze gedachten. Wij zíjn ons woordgebruik.

Een maatschappij zet de deur open voor xenofobie als die wordt gevoed met meldpunten op basis van afkomst en zinnen als: ‘deze massale arbeidsimmigratie leidt tot veel problemen’, ‘overlast, vervuiling, verdringing op de arbeidsmarkt en integratie- en huisvestingsproblemen’ en ‘Heeft u overlast van MOE-landers? Of bent u uw baan kwijtgeraakt aan een Pool, Bulgaar, Roemeen of andere Midden- of Oost-Europeaan? Schroom dan niet’. En een premier die dat gedoogt, maakt een uitnodigend gebaar daar naar binnen te lopen.

Want hoewel Wilders’ taalhandelingen dreigingen zijn en nog geen directe uitvoeringen daarvan, blijven zijn uitspraken daden. Daden die een bepaalde krachttaal inhouden, die onze taal, gedachten en dus onze werkelijkheid vervormen, die geweld, vreemdelingenhaat en klikgedrag in de hand werken – eigenschappen die wij in het verleden regelmatig in meer dan woord alleen hebben gebezigd.

Kort gezegd is Wilders taalgebruik meer dan een machtsbeluste voorbode van gedrag dat mogelijk nooit tot uitvoer gebracht zal worden. De relatie tussen taal en werkelijkheid is veel te complex om zijn uitingen weg te wuiven. Wilders’ taalgebruik en websites maken kapot waar onze premier voor beweert te staan, in al zijn (voornamelijk perlocutionaire) taaluitingen. En ze maken zo veel meer kapot dan onze laconieke premier beweert.

Het zou Rutte sieren afstand te nemen van Wilders’ wereldbeeld en dan niet op zijn kenmerkende, ironische manier, die alles relativeert. Ironie heeft enkel waarde als het toont wat wel waarde heeft, niet als daarachter elke keer weer een leeg opportunisme blijkt te zitten. Rutte zou kunnen zeggen: „Ik ben liberaal. Ik wijs dit af. En ik zie wel wat de gevolgen zijn. Die zal ik dan ter discussie stellen.” Hij zou illocutionair kunnen spreken, zeker wanneer het kwesties rondom de menselijke maat betreft.

Terug naar Prince, dus. Naar de vitaliteit van taal. Naar idealisme en passie. Naar de wens om zichzelf hoorbaar te maken, in het moment. Om zijn geliefde te laten horen wat hij vindt. Zijn weigering om zich te laten inkapselen in de woorden van anderen. Om zichzelf uit te spreken, met zijn eigen taal, als daad en te aanvaarden wat er van komt. Melancholie, waarschijnlijk. Teleurstelling. Maar ook: ontroering. En alle drie die dingen zijn oneindig veel schoner dan leeg opportunisme en een daaraan gekoppelde grenzeloze genadeloosheid.