Succes Monti brengt politici in verlegenheid

Premier Monti heeft met zijn hervormingen zoveel vertrouwen gewonnen, dat Italië zich angstig afvraagt of het na de verkiezingen in 2013 nog wel zonder hem kan.

Met zijn doortastendheid heeft de Italiaanse premier Mario Monti de politieke partijen in zijn land in een identiteitscrisis gestort. De technocraat wist in honderd dagen meer hervormingen door te voeren dan de partijencoalities in tien jaar tijd klaarspeelden. En de Italianen zien dat. Van hen steunt 60 procent Monti, nog maar 4 procent vertrouwt de partijen, bleek onlangs uit een peiling van onderzoeksbureau Demos.

Niets is meer zoals het was, zeggen politici. Het democratisch bestel lijkt klaar voor een metamorfose, al is nog onduidelijk welke.

Ook oud-premier Silvio Berlusconi, die Monti vandaag spreekt, ziet in dat hij niet op de oude voet verder kan. Zijn partij Volk van de Vrijheid (PDL) staat op een historisch dieptepunt – nog maar 22 procent van de Italianen steunt hem. Vorig jaar kreeg Berlusconi als premier nog steun van 29 procent van de kiezers.

Grote interne spanningen dreigen de PDL te splijten. De coalitiepartner van weleer, Lega Nord, is ineens de grootste concurrent bij de aanstaande lokale verkiezingen. De radeloosheid is zo groot dat Berlusconi overweegt de naam Volk van de Vrijheid te vervangen, omdat die te zeer besmet is en staat voor ‘oude’ politiek.

Aan de linkerkant probeert partijleider Pierluigi Bersani de eenheid van de Democratische Partij (PD) te bewaren. Enerzijds wil de PD de banden met de traditionele arbeider handhaven, tegelijkertijd steunt zij Monti, die de arbeidsmarkt wil flexibiliseren. De PD staat 7 procentpunten voor op Berlusconi’s PDL, maar weet niet met wie ze een coalitie zou moeten aangaan.

Samenwerking met radicaal-linkse partijen betekent afstand nemen van de saneringspolitiek van Monti, net nu er een onverwachte, de facto ‘grote coalitie’ is ontstaan tussen Berlusconi’s PDL, de PD en de christen-democraten van UDC die Monti steunen. De kiezer staat achter Monti, dus de PD kan niet zomaar terugvallen in polarisatie.

Over dik een jaar, bij de verkiezingen in het voorjaar van 2013, zit de termijn van Monti er op. Dan is het weer de beurt aan de Italiaanse partijen. De premier heeft juist daarom grote haast. Hij slaapt nog maar vier tot vijf uur per nacht. Tot na drieën blijft hij op om stukken te lezen en hervormingen voor te bereiden, aldus zijn woordvoerder. „Hij wordt voortgestuwd door de geboekte successen, de adrenaline en de wetenschap dat de tijd dringt. Maar zijn vrouw maakt zich zorgen over haar man.”

Elke maand heeft Monti minstens één ingrijpende hervorming gepresenteerd – bezuinigingen van 35 miljard euro, verlenging van de pensioengerechtigde leeftijd, liberaliseringen. Omdat hij niet is gekozen maar aangesteld door de president, kan de technocraat doorzetten zonder bang te hoeven zijn voor wat de kiezers ervan vinden.

Monti’s vrees, en die van economen en commentatoren, is een andere: dat het herwonnen internationale vertrouwen in Italië als sneeuw voor de zon verdwijnt als Monti volgend jaar terugtreedt en de beroepspolitici het weer voor het zeggen krijgen. De rente op Italiaanse staatsobligaties kan dan onmiddellijk weer stijgen. De staatsschuld zou weer minder betaalbaar worden. Het financiële systeem kan gaan wankelen en de euro kan opnieuw in gevaar komen.

De partijen die Monti nu steunen, weten dat ook. Ze hongeren naar macht, maar ze beseffen ook dat ze Italië zonder Monti waarschijnlijk niet in rustig vaarwater kunnen houden.

Een suggestie die de ronde doet is om Monti na de verkiezingen aan te wijzen als opvolger van president Giorgio Napolitano, wiens termijn dan afloopt. Probleem is dat de president wel morele invloed heeft maar geen daadwerkelijke macht.

Een ander scenario dat voorzichtig wordt besproken, is een hervorming van de kieswet, waarbij voortaan de premierskandidaat niet vooraf, maar achteraf wordt aangewezen. Monti kan dan door de gematigd linkse en rechtse partijen, die hem nu steunen, ook weer in 2012 worden benoemd als premier, zonder dat hij politieke kleur hoeft te bekennen. Zo zou hij zijn werk kunnen afmaken.

Of een dergelijk scenario kans van slagen heeft, zal pas in de loop van het jaar blijken, na de lokale verkiezingen en nadat de partijen het eens zijn geworden over een nieuwe kieswet. Monti heeft gezegd dat díe hervorming niet zijn taak is, maar die van de politieke partijen.

    • Bas Mesters