Strak aan tafel om de hete brij heen draaiend

Het succesboek Het diner van Herman Koch is een toneelstuk geworden. „De zegen van de schrijver heb ik”, aldus bewerker Kees Prins, die eerder met Koch Jiskefet maakte.

„Vier mensen aan een tafel”, zegt theaterproducent Diederik Hummelinck. „Toen ik het boek las, dacht ik meteen: dat is een ideaal toneelstuk!” Morgen gaat de toneelversie van Het diner in première, naar de roman van Herman Koch die alleen al in Nederland een oplage van een half miljoen heeft gehaald en die intussen ook al in diverse buitenlanden is vertaald. Kees Hulst, Porgy Franssen, Renée Fokker en Lies Visschedijk spelen de twee echtparen over wie het gaat, en de vijfde acteur, Evert van der Meulen, is de gerant in het modieuze restaurant waar die twee stellen heftig in botsing komen – over hun eigen lot en dat van hun kinderen dat daarmee samenhangt. De spanning stijgt; veel explicieter moet het verhaal niet worden naverteld.

Het diner is het zoveelste succesboek dat dit seizoen in gedramatiseerde vorm in het theater staat. Maar het leende zich minder makkelijk voor een toneelversie dan op het eerste gezicht zou lijken, vertelt Kees Prins die de bewerking schreef en de voorstelling regisseert. „Natuurlijk had ik het boek gelezen”, zegt hij, „maar het is toen werkelijk geen moment in me opgekomen dat je er een theaterstuk van zou kunnen maken. En toen de vraag kwam of ik dat wilde doen, was mijn eerste ingeving óók: dat krijg je bijna niet voor elkaar. Maar omdat ik het wel een heel leuk verzoek vond, wilde ik het graag proberen.”

Koch en Prins hebben vijftien jaar lang samengewerkt in het hoogstkomische trio Jiskefet dat sindsdien ook nog in diverse reünieprojecten te zien was. Dat theaterbureau Hummelinck Stuurman juist hem voor de theaterbewerking van Het diner vroeg, was volgens Prins „een slimme zet”. Meerdere theaterproducenten zaten immers achter de rechten op het boek aan. En de redenering luidde dat Koch misschien eerder ja zou zeggen tegen een producent die kon toezeggen dat zijn kompaan Prins de voorstelling zou maken.

Prins vertelt dat hij zijn bewerking in alle vrijheid kon maken: „Herman heeft vanaf het begin gezegd: ik heb dit boek een paar jaar geleden geschreven en daarmee heb ik m’n ei gelegd, en nu is het aan jou – veel plezier ermee. Ik heb hem mijn eerste versie gestuurd, en nog een latere versie, en ik heb hem ook wel eens om advies gevraagd, maar hij vond dat ik het met mijn eigen inzichten moest doen.”

Dat hij te maken had met het boek van een vriend, bracht naar zijn zeggen geen extra druk teweeg: „Als het niet was gelukt, zou ik me hebben teruggetrokken. En ik wist dat Herman me dat dan totaal niet kwalijk zou hebben genomen. Hij zou alleen maar so what? hebben gezegd. Intussen heeft hij de eerste try-out gezien, waarop hij heel enthousiast heeft gereageerd. Dus de zegen van de schrijver heb ik.”

Herman Koch bevestigt deze mededeling. „Ik vond het heel goed gedaan”, laat hij desgevraagd weten.

Het voornaamste struikelblok leek aanvankelijk te schuilen in het feit dat het boek grotendeels door een verteller wordt gedragen – eigenlijk één lange, slechts sporadisch onderbroken monologue intérieur. In de scènes aan tafel en in de flashbacks heeft Koch wel dialogen geschreven, maar lang niet genoeg om moeiteloos dienst te doen als toneelscript. „Mijn eerste idee was dat ik de verteller eruit moest halen”, aldus Prins. „Veel van wat er in het boek in de vertellende passages staat, heb ik in dialogen kunnen verwerken. Ook elementen uit de flashbacks worden nu aan tafel besproken. Wat voor mij heel belangrijk is geweest, is het inzicht dat ik het boek, dat sterk door de plot wordt voortgedreven, moest veranderen in een toneelstuk dat zich op de karakters richt. In het boek is de hoofdpersoon, de verteller, eigenlijk de enige die diepgaand uit de verf komt. De andere drie blijven vrij plat. In het toneelstuk zie je wat er karaktermatig met alle vier gebeurt. En hoe ze alle vier door de gebeurtenissen gedwongen worden stelling te nemen. Het gegeven dat de twee mannen broers zijn, met al hun onderlinge spanningen, is goud. Dat heb ik veel meer uitgespeeld.”

Zo’n ingreep vergde veel eigen tekst, beaamt hij. „Maar ik heb mijn best gedaan me Hermans stijl eigen te maken. Soms moest ik de manier waarop ik zelf zo’n dialoog zou schrijven, een halve slag draaien om meer in de buurt van Herman te komen. Met als gevolg dat iemand in een gesprek soms opeens een nogal literaire toon aanslaat. Wat mij trouwens wel bevalt, omdat het stuk daarmee ook uit het pure realisme wordt losgetrokken. En zelfs een beetje – ik hou niet van het woord, omdat het zo vaak misbruikt wordt, maar vooruit: een beetje bizar wordt. Tijdens de try-outs is dat ook al gebleken. Men zit muisstil en gebiologeerd te kijken: wat gebéúrt hier?”

In de voorstelling wordt aan de Italiaanse designtafel overigens nauwelijks gezeten. Men loopt er voortdurend omheen. „Niets is zo statisch als mensen die op het toneel aan tafel zitten”, zegt Prins met een grijnsje. „Nu zou je kunnen zeggen dat ze om de hete brij heen draaien.”

Tournee t/m 30/6. Inl. hummelinckstuurman.nl

    • Henk van Gelder