Sales representative? Dat is gewoon een vertegenwoordiger

Een verengelste functie klinkt interessant. Dat heet: titelinflatie. Maar wat doen die mensen met een onbegrijpelijke functienaam? nrc.next loopt met ze mee in de nieuwe rubriek Gevraagd.

Redacteur Sociale Economie

Geen kind zegt: ik wil later customer program manager worden. Of sales engineer. En toch krijgen meer mensen, eenmaal volwassen, zo’n functie dan dat ze brandweerman of uitvinder worden.

Wie de vacatureadvertenties leest, ziet heel veel Engelstalige functienamen voorbij komen. Een beetje leider heet manager of chief. Moet je iets aan de man kunnen brengen, dan zit je in de ‘sales’. De opkomst van de Engelse taal in vacatureteksten heeft meerdere oorzaken. Want dát het toeneemt, is wel zeker. Dat zeggen verschillende researchers en recruiters (in het Nederlands: onderzoekers en personeelsbemiddelaars). Met hoeveel en sinds wanneer precies heeft nooit iemand onderzocht, maar duidelijk is dat Engelse functienamen sinds de jaren zeventig een vlucht hebben genomen. Dat heeft meerdere oorzaken. De Nederlandse taal in z’n totaliteit verengelst. Peter Smulders, directeur van Genootschap Onze Taal, vertelde onlangs in deze krant: „Nadat de Amerikanen en Engelsen ons hadden bevrijd, is hun culturele invloed gebleven. Daardoor verspreidde Engels zich naar allerlei domeinen: wetenschap, reclame, bedrijfsleven.”

Een andere reden waarom vacatureteksten bol staan van de ‘seniors’ en ‘job opportunities’ is dat de arbeidsmarkt internationaler is geworden. Philips, Shell, Ahold, ze opereren in tientallen landen. Daarbij openen multinationals als Microsoft, BP en Maersk vestigingen in Nederland. De voertaal is er Engels. „Onze focus is de laatste veertig jaar sterk Angelsaksisch geworden”, zegt Joep Bolweg, hoogleraar strategische HRM aan de Vrije Universiteit en adviseur bij adviesbureau Berenschot. „In de studie bedrijfskunde bijvoorbeeld krijgen studenten heel veel Engelse concepten en ideeën aangereikt. De literatuur is bijna volledig in het Engels. Als ze naar een businessschool willen, dan gaan ze het liefst naar een Amerikaanse. De voorzitter van bestuur zijn we CEO gaan noemen. Zelfs op de universiteit heet de universitair docent tegenwoordig ook wel eens ‘assistent professor’.”

In de financiële, telecom- en IT-sector zijn Engelse termen gebruikelijker dan in overheidsfuncties (zorg, onderwijs, gemeenten). Globaal kun je zeggen dat die eerste groep afhankelijker is van een internationale toestroom van werknemers dan de laatste. Maar de branche waar Engels het meest gebezigd wordt, is de ‘recruitment’ zelf, degenen die in een groot deel van de gevallen de vacatureteksten opstellen. De personeelswerver noemt zichzelf liever recruiter of consultant en houdt zich onder meer bezig met ‘executive search’, ‘interim-management’ en ‘assessment’. Mijntje Nooij, directeur recruitment solutions bij Randstad: „We gaven laatst een presentatie bij een bedrijf over onze werkzaamheden. Iemand uit de zaal vroeg halverwege of we wat minder Engels wilden gebruiken.” Hoe dat komt, weet ze wel. „Alle ontwikkelingen op recruitmentgebied komen uit Amerika en Engeland.”

Het Angelsaksische model is de leidraad en dus hechten we meer belang aan bijbehorende functienamen. Vertegenwoordiger of sales representative, adviseur of senior management consultant. Het is in feite hetzelfde, maar klinkt toch anders. De Engelse functienaam suggereert gewichtige verantwoordelijkheden.

En blijkbaar zijn we gevoelig voor een beetje dikdoenerij. Dat bleek wel uit het promotieonderzoek van Frank van Meurs uit 2010. De universitair docent van de Radboud Universiteit vroeg werving- en selectiebureaus naar hun gebruik van het Engels in vacatureteksten, en legde vijf Engelse functietitels plus de Nederlandse equivalent voor aan een groep respondenten. De bureaus zeiden de Engelse titels vooral te gebruiken omdat die term ‘nu eenmaal gebruikelijk was in de sector’ en omdat er geen goede Nederlandse vertaling voor bestond. Een enkele recruiter bekende een voorkeur te hebben voor het Engels omdat die titel statusverhogend werkt. Van Meurs: „Het is niet erg sociaal wenselijk om te zeggen dat je voorkeur geeft aan een term omdat die prestigieuzer klinkt. Daarom zal die reden minder vaak genoemd zijn.” Want uit de enquête onder de respondenten bleek wel degelijk dat mensen functies met Engelse namen hoger waardeerden en als internationaler beoordeelden dan functies met de Nederlandse benamingen, zoals bij sales manager versus verkoopleider en maintenance engineer versus onderhoudstechnicus. „Respondenten dachten bij sommige Engelse functiebenamingen ook dat zo’n baan meer zou verdienen dan de Nederlandse variant.”

Voor het interessanter voordoen van de baan dan hij werkelijk is, bestaat een term: titelinflatie. Mooi hoor, sales promotor bij Oxxio, maar wat diegene feitelijk doet, is energieabonnementen verkopen aan de deur. De schat aan onbegrijpelijke functienamen in advertenties roept de vraag op: wat doen die mensen? Daarom begint nrc.next vandaag de rubriek Gevraagd, waarin we telkens een andere functietitel uitlichten en uitzoeken wat het werk inhoudt. We beginnen met een allround packaging developer bij FrieslandCampina.

Onderscheidingsdrang is de voedingsbodem voor titelinflatie. De Amerikaanse wetenschapper Peter Cappelli van de University of Pennsylvania deed er onderzoek naar. Hij ontdekte dat Amerikaanse bedrijven in de jaren zeventig geen ruimte hadden voor loonsverhogingen en daarom hun werknemers een duurdere titel gaven. Titelinflatie neemt volgens Cappelli dus toe in magere economische tijden, maar of dat ook in Nederland gebeurt, is onzeker. „Ik weet niet of de recessie invloed heeft”, zegt Peter Caljé, directeur van werving- en selectiebureau YER. „Maar keeping up appearances is iets van alle tijden. Wat je wel ziet in de huidige markt is dat er minder beweging is. Mensen blijven liever even zitten. Wij noemen hen passief zoekende kandidaten. De passieve groep is een grote groep, maar die moet je wel eerst zien te bereiken. Het is een kwestie van zoekmachinemarketing – zorgen dat ze jouw vacature zien als ze googelen – en hen op de juiste plek met de juiste woorden toespreken. De functietitel is de verleider, daarna moet het bedrijf de functie waarmaken.”

Niet iedereen zal weten wat de titel ‘key accountmanager’ inhoudt, laat staan erdoor verleid worden, maar dat is ook eigenlijk de bedoeling, kreeg Van Meurs tijdens zijn onderzoek te horen van werving- en selectiebureaus. Wie zich er niet door aangesproken voelt, is niet geschikt voor de functie.

Met al die belangrijke functies in de krant kwam Cup-a-Soup op een idee voor de volgende reclamecampagne. Na de managers John en Sjors bedacht het soepmerk de reclame ‘iedereen manager’. „Cup-a-soup is iets voor op kantoor, daarom drijven wij lichtelijk de spot met de kantooromgeving”, vertelt Alex Fiege, marketingdirecteur soep en vlees bij Unilever. En net zoals iedereen dat doet, maakten zij van heel gewone beroepen iets heel belangrijks. Kapper werd een dooiepuntenmanager, de tuinman onkruidmanager en de vrachtwagenchauffeur roadmanager.

Dat klinkt toch een stuk interessanter, niet? Kinderen zeggen misschien niet dat ze later customer program manager of sales engineer willen worden, maar toch graag wel iets belangrijks. Zakenman of directeur, bijvoorbeeld.

    • Marleen Luijt