OM in beroep in sabbatzaak

Het Openbaar Ministerie wil dat een gerechtshof zich buigt over de vraag of orthodoxe joden ook tijdens sabbat een legitimatiebewijs bij zich moeten dragen. Het OM gaat daarvoor in beroep tegen het besluit van de Haagse kantonrechter om een uitzondering op de identificatieplicht te maken.

Vrijdag besloot de kantonrechter in Den Haag een orthodoxe jood die geen identificatiebewijs bij zich droeg op sabbat, niet verder te laten vervolgen.

De verdachte werd op een vrijdagavond na zonsondergang gevraagd zijn identiteitsbewijs te tonen. Een van de orthodox-joodse leefregels is dat het op de rustdag, sabbat, niet is toegestaan andere dingen bij je te dragen dan de kledingstukken die je aanhebt. De man gaf de politie toestemming zijn rijbewijs op te halen in zijn huis om zo zijn identiteit vast te stellen. De politie heeft dit gedaan, het rijbewijs van de verdachte in zijn huis aangetroffen, en een fotokopie gemaakt.

Vervolgens kreeg de man een transactievoorstel van 60 euro van het OM, waartegen hij bezwaar maakte. De officier van justitie heeft dit bezwaar niet gehonoreerd en daarom moest de man vrijdag voorkomen. De rechter oordeelde dat de man de politie in de gelegenheid had gesteld „gemakkelijk en binnen een uur” zijn identiteit te controleren.

Voorafgaand aan de invoering van de identificatieplicht in 2005 is de bijzondere positie van orthodoxe joden al in de Tweede Kamer besproken. Overwogen is toen om joden de mogelijkheid te geven zich direct na de sabbat te komen identificeren op het politiebureau. Maar uiteindelijk besloot toenmalig minister Donner om dit niet formeel te regelen. Hij ging ervan uit dat de politie bij de handhaving van de wet rekening zou houden met de speciale positie van orthodoxe joden.

Kamerlid Tofik Dibi (GroenLinks) noemde het vonnis van de kantonrechter „de omgekeerde wereld”. Volgens hem wordt „religie begrensd door de wet” en niet andersom.