Maar waarom niet Wammes?

Wammes vindt dat hij en niet Zonderland recht heeft op het olympisch turnticket; hij toonde immers vormbehoud. Nu is het aan de rechter.

Sportredacteur

Zutphen. Als Jeffrey Wammes vormbehoud heeft getoond voor de Olympische Spelen in Londen, waarom wordt Epke Zonderland dan door de turnbond (KNGU) voorgedragen?

Dat was de cruciale vraag in het kort geding dat Wammes tegen de bond had aangespannen. Wammes eiste gisteren voor de rechtbank in Zutphen de voorkeurspositie van Zonderland op. Indien rechter Dirk Vergunst, die binnen twee weken uitspraak doet, dat anders ziet, verlangt Wammes alsnog een sportief duel met Zonderland om die ene aanwijsplaats voor de Spelen.

Wammes schakelde de rechter in nadat de KNGU begin deze maand had besloten niet hem, maar Zonderland bij sportkoepel NOC*NSF als enige olympische turner voor ‘Londen’ aan te wijzen. Ongehoord, oordeelt Wammes’ advocaat Paul Scholten. Niet Zonderland, maar Wammes heeft aan alle selectie-eisen voldaan. Wat is er logischer dan Wammes aan te wijzen? De KNGU moet haar regels naleven, stelde de advocaat voor de rechtbank.

Dat heeft de bond keurig gedaan, riposteerde advocaat Mirjam Kerkhof namens de KNGU. Zonderland kreeg de voorkeur op grond van zijn grotere medaillekansen in Londen, zoals in de selectievoorwaarden was beschreven. En dat hij nog vormbehoud moet tonen, is volgens haar van ondergeschikt belang. De normen- en limietencriteria van NOC*NSF vermelden daarvoor geen tijdslimiet. Pas als Zonderland er de komende maanden niet in slaagt vormbehoud te tonen, komt volgens de advocate Wammes voor uitzending naar de Spelen in beeld.

Onzin, redeneert Scholten. Nadat Wammes en Zonderland beiden afgelopen najaar bij de WK in Tokio aan de kwalificatie-eis van de internationale turnfederatie FIG hadden voldaan, moest de KNGU voor die extra tweestrijd aanvullende selectie-eisen opstellen. En daarin staat klip en klaar dat de bond binnen vier weken na afloop van het olympische kwalificatietoernooi in Londen, dat begin januari plaatshad, een keuze tussen Wammes en Zonderland moest maken. Ze moet niet met de eigen regels sjoemelen.

Het is in Scholtens ogen zelfs heel simpel: op grond van de eigen reglementen kan de KNGU niet anders dan Wammes aanwijzen. Letterlijk staat er dat een turner die heeft voldaan aan zowel de eisen van NOC*NSF als de FIG wordt voorgedragen aan NOC*NSF. En dat is Wammes, geen discussie mogelijk.

Wammes heeft de bij de WK in 2011 verworven nominatie aan rek verzilverd met vormbehoud bij het olympisch kwalificatietoernooi in Londen. Hoe de bond er dan bij komt om Zonderland aan te wijzen is de advocaat een raadsel. Die had zich bij de WK in Tokio weliswaar genomineerd op rek, maar begin januari geen vormbehoud getoond. Advocate Kerkhof wierp tegen dat vormbehoud volgens NOC*NSF geen onderdeel uitmaakt van de kwalificatie-eis. Het is een aanvullende voorwaarde.

Volgens Scholten past die perceptie in de slordige manier waarop de KNGU met alle selectievoorwaarden omspringt. Hij verwees naar het persbericht van eind januari waarin de bond beweerde dat Zonderland in Londen wel degelijk vormbehoud had getoond. De turner zou dat gedaan hebben op brug. Raar, zei Scholten, omdat Zonderland zijn nominatie had afgedwongen aan rek. Dat was in strijd met de regels.

De advocaat kreeg gelijk, want nog geen week later herriep de KNGU die bewering. Zij had na een hernieuwde bestudering van de regels geconstateerd dat het vormbehoud wel degelijk moet zijn op het toestel waarop de nominatie was afgedwongen. Een juridische miskleun werd zo tijdig hersteld.

Maar Scholten liet gisteren in Zutphen niet na die handelwijze model te stellen voor de slordige manier waarop de KNGU met haar voorschriften omspringt. Hij noemde dat „verre van consistent”. Waarop Wammes’ advocaat na de zitting opmerkte dat na de WK in Tokio al duidelijk was welke turner er volgens de KNGU naar de Olympische Spelen moet: Zonderland natuurlijk. Scholten: „En dat heb ik niet bedacht. Het is uitgebreid beschreven in de pers. De bond vindt Epke schijnbaar de ideale schoonzoon.”