Loze anekdotes over 'dikke Bert'

Gij die mij niet ziet. Gezien: 21/2, Stadsschouwburg Amsterdam. Inlichtingen: kvs.nl

Het zijn koddige, hulpeloze kereltjes, Victor en Leo, gespeeld door cabaretier Wim Helsen en acteur Bruno Vanden Broecke. Vrienden zijn het, huisgenoten misschien, lotgenoten zeker. Want Victor en Leo zijn door het leven overgeslagen. Ze zitten samen aan tafel in een armzalig huisje, waar zelden iemand langs komt. Ze doden de tijd met het schrijven van knullige liedjes (‘Slacky, the wacky, yeah’), of het eindeloos studeren op een goede openingszin voor ene Natasja, die hoogstwaarschijnlijk straks voor de deur zal staan.

Algauw blijkt het grootste deel van hun belevenissen verbeelding. Zo verzint Leo (Helsen) een compleet kantoorleven, met diverse collega’s en „hilarische anekdotes”, om straks indruk te kunnen maken op Natasja. Van een gewone werknemer promoveert hij in zijn fantasie moeiteloos tot de strenge maar rechtvaardige baas, die werknemers ontslaat wanneer die een perforator stelen. Hij geniet hardop van verzonnen ontmoetingen met ‘dikke Bert’ en ‘gewone Bert’ bij de koffieautomaat. Natuurlijk blijkt dan ook dat hij Natasja nooit echt heeft ontmoet, en dat ze misschien ook wel niet zo heet. Maar hij heeft haar wel twee weken lang zwijgend op straat gevolgd.

Helsen en Vanden Broecke geven hartverwarmend gestalte aan de twee losers, die tot elkaar zijn veroordeeld omdat ze niet veel anders hebben, en misschien ook wel niet durven. Ze voeren licht absurdistische, ongemakkelijke gesprekjes die even fel opborrelen en dan weer uitdoven. Daarin stappen ze ook regelmatig uit hun rol, bespreken als ‘zichzelf’ de voortgang van de voorstelling, of verliezen zich even in quasi-opgewonden intermezzi met het publiek.

Het geheel is amusant, en soms best verrassend of ontroerend, maar al met al een beetje loos. Het is onduidelijk waar we nu precies naar kijken: is dit cabaret of toneel? Wat mogen we verwachten? De tekst is niet altijd even sterk. En het is lang wachten op een climax, een wending, een jute. Eigenlijk komt die pas bij het applaus, als Vanden Broecke zogenaamd uit zijn rol breekt en een hele reeks persoonlijke ontboezemingen doet. Dan wordt zowel vorm als inhoud pas echt interessant. Als hij vervolgens zijn Slacky-the-wacky speelt, en Helsen daar een onhandig, enthousiast-absurd dansje op doet, is ook de cabaretier eindelijk op zijn gebruikelijke niveau.

Het is jammer dat deze enthousiaste samenwerking van een topacteur en een topcabaretier niet méér oplevert. Zo doen ze een beetje denken aan hun alter ego’s, die, als het echte leven uiteindelijk voor de deur staat, niet open durven doen.

    • Herien Wensink