Logisch dat hier geen dood paard naar keek

IOC President Jacques Rogge (left) and International Skating Union President Ottavio Cinquanta are seen at a press conference in Salt Lake City, Utah, February 15, 2002 where it was announced the Canadian pairs figure skating team would be given a gold medal. Photographer: Mason Levinson/ Bloomberg News. Bloomberg News

Sven Kramer ontstak vorige maand in woede nadat hij, tijdens de EK allround in Boedapest, had gelezen dat er van binnenuit kritiek was geleverd op zijn sport. Hoofdsponsor Essent van de internationale schaatsunie (ISU), sportmarketeer Frank van den Wall Bake, oud-bondscoach Henk Gemser – allemaal waren zij ervan overtuigd dat het allroundschaatsen nodig toe is aan modernisering, wil de sport in de toekomst nog serieus worden genomen. Het had hem diep gekwetst.

In de weken die volgden gingen de sluisdeuren pas goed open. Schaatsidool Ard Schenk, een hele batterij sportmarketeers, ja, zelfs de ongekroonde koning van de Nederlandse allroundcultuur, Mart Smeets, bekenden dat zij tegenwoordig geeuwend toezien hoe de schaatspodia als vanzelf oranje kleuren na een lange waaier aan oninteressante ritten, zonder noemenswaardige buitenlandse tegenstand, tegen de achtergrond van lege tribunes met alleen nog de ouders van de rijders. „Logisch dat hier geen dood paard naar wilde kijken”, schreef Smeets maandag in Nusport over de WK in Moskou, het „kerkhof van het allroundschaatsen”.

Zo werd Kramers glorieuze rentree op het ijs, na anderhalf jaar leed, voorzien van een rouwrandje. Inmiddels ziet hij zelf ook wel in dat er iets moet gebeuren, zoals hij gisteren aan Nusport liet weten.

De lol is eraf, van de jaarlijks terugkerende Hollandse ijsfeestjes. De rest van de wereld, de Noorse televisie, de Russen, de Zweden, hadden de zaal stiekem al verlaten.

En niemand die het merkte. De ISU niet, want de reclameborden in Hamar of Inzell vulden zichzelf met Nederlandse namen. De KNSB niet, want de successen regen zich aaneen. De NOS niet, want er keken twee miljoen mensen (naar de Nederlandse ritten).

Het is intussen vijf over twaalf, merkt Kramer, gezien zijn aanval op de ouwetjes op de ISU-burelen, Ottavio Cinquanta en Jan Dijkema, die in zijn ogen te weinig doen om de sport te verkopen. „Er zijn te veel ritten die er niet toe doen”, vindt Kramer.

Dat gold zeker tijdens de NK allround in Heerenveen deze maand, waar hijzelf, Jan Blokhuijsen en Ireen Wüst ontbraken. Die nationale titelstrijd vochten ze wel uit op de WK in Moskou.

Maar waar zijn ze, de Russen, de Amerikanen, de Koreanen?

Trainen doe je voor de Spelen: zolang het allrounden niet olympisch is, heeft de sport voor hen geen relevantie. Veldrijders en skeeleraars weten er alles van.

Het is vaker geopperd: breng het allrounden als kleine vierkamp naar de Spelen. Als de tien kilometer wordt vervangen door de drie kilometer, neemt het aantal potentiële winnaars drastisch toe.

Is de sport daarmee gered? Het is misschien wel de laatste kans.

Talloze ideeën gaan de laatste tijd over tafel: maak de races korter, sneller, vervang dat dweilorkest eens door een dj, verhuis de B-rijders naar de ochtend, doe ’s wat anders met een camera, combineer de WK allround met de WK sprint, promoveer de WK afstanden en stop het niet weg in maart.

Natuurlijk, er staat een eeuw traditie op het spel. Maar zelfs rugby en cricket bedachten inmiddels snellere varianten. Wellicht nog eens gaan buurten bij het shorttrack, altijd het kleine broertje van de langebaan. Op termijn is het misschien wel de reddingsboei.

Rob Schoof

    • Rob Schoof