Leider Libië erkent machteloosheid jegens milities

De Libische interim-regering is niet bij machte om milities onder controle te krijgen die weigeren hun wapens in te leveren. Dat heeft de Libische leider Mustafa Abdul Jalil gisteren toegegeven. Hij zei ook dat resten van het vorige regime nog een gevaar vormen. Hij wees daarbij op een gewapend conflict tussen stammen in Kufra in het zuidoosten van het land dat inmiddels meer dan honderd mensen het leven heeft gekost.

De milities hebben het land in concurrerende staatjes opgeknipt, met eigen gevangenissen en fel verdedigde grenzen. De regering gaf gisteren de milities twee weken de tijd om alle land-, zee- en luchtgrenzen over te dragen aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. De internationale luchthaven van Tripoli bijvoorbeeld is in handen van de militie van de stad Zintan.

Abdul Jalil zei niet welke partij in het conflict in Kufra banden zou onderhouden met het afgezette regime. Hij leverde ook geen bewijzen.

Volgens ooggetuigen vluchten inwoners massaal weg uit Kufra, waar de Arabische Zwai vechten tegen de Afrikaanse Tobu’s. De twee stammen zijn oude rivalen. De Tobu’s klaagden onder het oude regime over discriminatie. Het geweld zou zijn begonnen met een ruzie over smokkel. Het gebied, dat grenst aan Tsjaad en Soedan, is een centrum voor smokkel van Afrikaanse migranten en drugs. (Reuters, AP, AFP)