In Duitsland wordt sociaal gedrag beloond - en in Griekenland niet

Vraag een groepje Grieken om munten in te zetten voor een gemeenschappelijk doel en je ziet dat niemand elkaar iets gunt, met als gevolg een nadelig resultaat voor iedereen. Dit is een les voor Rutte en Merkel, stelt Ewoud van Laer.

Economen domineren het eurodebat. Rond 2000, bij de introductie van de gemeenschappelijke munt, is deze discussie nauwelijks gevoerd, maar nu, beter laat dan nooit, luidt de conclusie dat de sterke noordelijke economieën hun Zuid-Europese partners moeten ondersteunen, op straffe van hun eigen financiële ondergang. Zowel in Nederland als in Duitsland hebben vrijwel alle politieke partijen dit standpunt omarmd.

De tekortlanden zitten hiermee in een comfortabele positie. Zoals de kaarten nu liggen, kunnen ze rekenen op financiële ondersteuning zonder dat vooraf concrete afspraken worden gemaakt over de terugbetaling. Op grond van psychologisch onderzoek – onder meer door Benedikt Herrmann, Christian Thöni en Christian Gächter in 2008 gepubliceerd in Science – naar samenwerkingsgedrag in verschillende culturen kan globaal worden voorspeld wat de gevolgen van deze handelswijze zullen zijn.

Experiment

In het experiment van Herrmann, Thöni en Gächter krijgen deelnemers in een groep van vier mensen ieder twintig munten. Als ze dit bezit geheel ten behoeve van een gemeenschappelijk doel investeren, kunnen zij elk maximaal 32 munten verdienen. Als niemand meedoet, blijft elk groepslid op zijn oorspronkelijke inleg staan. Ongeacht de eigen bijdrage delen alle groepsleden gelijk mee in het behaalde resultaat.

Na de eerste ronde

Als de eerste ronde is gespeeld, worden de deelnemers geïnformeerd over het gedrag van hun collega’s. Het experiment wordt dan op twee manieren voortgezet. In de eerste variant krijgt elke deelnemer de gelegenheid om de groepsleden die minder hebben bijgedragen hiervoor te straffen. In de tweede variant bestaat deze mogelijkheid niet.

Na tien ronden

De resultaten blijken na tien ronden per land aanzienlijk te kunnen verschillen. In Noord-Europese landen, die worden gekenmerkt door een Germaanse cultuur, beginnen de deelnemers in de strafvariant met een inleg van twaalf à zestien munten. Dit bedrag gaat in de loop van de volgende ronden wat omhoog. De Duitse deelnemers komen op een gemiddelde bijdrage van 14,5 munten, de Deense op 17,7.

De Grieken blijken heel ander gedrag te vertonen. Zij beginnen met een bijdrage aan het gemeenschappelijke project van zes munten en scoren na tien ronden een gemiddelde van 5,7. Met andere woorden – zij dragen slechts circa eenderde bij van het bedrag dat de Noord-Europese deelnemers bereid zijn in te zetten voor het gemeenschappelijke doel.

Grieken straffen anders

De wijze waarop wordt gestraft, blijkt in beide cultuurkringen aanmerkelijk te verschillen. In Noord-Europa worden degenen die weinig aan het gemeenschappelijke project bijdragen gestraft. De profiteurs – free riders – worden zo gestimuleerd in de volgende ronde meer bij te dragen.

In Griekenland worden de sociale groepsgenoten daarentegen vrijwel net zo vaak gestraft als de profiteurs. Degenen die gestraft worden, zijn kennelijk zo verontwaardigd dat zij zich in de volgende ronde wreken op de socialen. Het is geen wonder dat de gemiddelde bijdrage in Griekenland blijft steken op zo’n laag niveau.

Alternatieve spelvariant

Als het spel wordt gespeeld zonder de mogelijkheid om profiteurs te straffen, verandert de uitkomst fundamenteel. In de Germaanse landen neemt de belangstelling om samen te werken dan snel af. De gemiddelde bijdrage van de Duitse deelnemers komt nu uit op 9,2 munten en die van de Deense op 11,5. De Griekse bijdrage ligt daarentegen iets hoger, namelijk op 6,4 munten. Ze dragen hiermee ongeveer tweederde bij ten opzichte van de Noord-Europese deelnemers. Er wordt nu minder gestraft en dus is de behoefte om revanche te nemen eveneens wat kleiner.

Als deze analyse juist is, impliceert dit weinig goeds voor de euro. In de eerste plaats dient er rekening mee te worden gehouden dat de Grieken minder bereid zijn in dit gemeenschappelijke project te investeren dan de bevolking uit de Noord-Europese landen. Bovendien reageren ze met woede op strafmaatregelen en passen ze hun gedrag niet aan.

Als Rutte en Merkel politiek willen overleven, doen ze er wellicht goed aan niet alleen naar hun economische adviseurs te luisteren, maar ook eens bij psychologen te rade te gaan.

Ewoud van Laer is econoom. Hij schrijft een boek over cultuurverschillen in Europa.

    • Ewoud van Laer