'Ik gebruik mijn potlood als een soort camera'

Brian Selznick schreef en tekende het jeugdboek waarop Hugo van regisseur Martin Scorsese is gebaseerd. „Scorsese liep op de filmset de hele tijd met mijn boek rond.”

1.7.4

De jeugdfilm Hugo van Martin Scorsese kreeg dit jaar de meeste Oscarsnominaties (elf). De basis voor de film wordt gevormd door het jeugdboek De uitvinding van Hugo Cabret uit 2007 van de Amerikaan Brian Selznick, over een weesjongen in de jaren dertig die in de geheime kamers van station Gare du Nord in Parijs woont. Hij steelt onderdelen bij een speelgoedwinkel om daarmee de ‘automaton’, een mechanische pop, van zijn overleden vader te repareren. De uitbater van de speelgoedwinkel blijkt Georges Méliès, een vergeten pionier van de stomme film.

Selznick (45) woont met zijn vriend afwisselend in Brooklyn, New York en in San Diego, Californië. Vanuit zijn woning aan de Westkust, op minder dan drie uur rijden van het Kodak Theatre waar de Oscaruitreiking plaatsvindt, staat hij NRC Handelsblad telefonisch te woord.

Als Hugo zondag een paar Academy Awards wint, beschouwt u ze dan ook een beetje als úw Oscars?

„Sinds ik het boek in 2006 afrondde, heb ik niets meer met Hugo Cabret gedaan. Ik heb natuurlijk de set bezocht, ik heb de acteurs gesproken, ik heb zelfs een rolletje in de film – maar die film is het product van Scorsese en de honderden mensen die met hem werkten. Wel zal ik me trots voelen, mochten ze zondag op het podium staan bij de uitreiking. Ik heb een andere kunstenaar geïnspireerd om een werk te maken dat zonder mij niet had kunnen bestaan. Ik heb geen kinderen, maar ik kan me voorstellen dat de vorm van trots die ik voel vergelijkbaar is met de trots die je voelt voor een kind dat iets moois presteert.”

Hoe was het om op de set rond te lopen?

„Surrealistisch. In het boek kan Hugo naar een geheim kamertje in het station vluchten via een ventilatiegat, waar ik een rijk bewerkte deksel op had getekend. Toen ik de set bezocht en in ‘het station’ rondliep, zag ik die bewerkte deksel. Ik zei tegen Dante Ferretti, de setdesigner: ‘Dat lijkt wel mijn deksel.’ Ferretti zei toen: ‘Dat is jouw deksel, ik heb hem exact nagemaakt. Ik heb alles precies zo gemaakt als jij het hebt getekend.’ En dat klopte. Of ik nu door het station liep of door de studio van Méliès, het waren exacte kopieën van mijn tekeningen.”

Wat dacht u toen u voor het eerst de uiteindelijke film zag?

„Dat was met mijn vriend en een paar anderen in de thuisbioscoop van Scorsese. Ik kon niet geloven hoe dicht hij bij mijn boek was gebleven. Hij vertelde me dat hij op de set altijd een paar exemplaren bij zich had, om uit te delen als iemand niet begreep wat hij bedoelde. Mijn boek was eigenlijk het storyboard voor de film. Scorsese heeft wel een magische truc uitgehaald: in mijn boek verheerlijk ik de film, maar het gaat mij uiteindelijk over de kracht van boeken. De film Hugo verheerlijkt boeken en gaat uiteindelijk over de kracht van film.”

Een groot deel van uw boek bestaat uit illustraties. Hoe gaat u bij het tekenen te werk?

„In het boek zijn ze groot afgedrukt, op dubbele pagina’s, maar feitelijk zijn ze klein: 7,5 bij 12,5 centimeter. Ik werk met een HB-potlood en een vergrootglas. Door de tekeningen later te vergroten openen de lijnen zich en krijg je dat houtskooleffect.”

Uw tekeningen zijn niet alleen illustratief bedoeld: ze vormen een essentieel deel van de verhaallijn. Hoe kwam u daarop?

„Dat komt voort uit het feit dat film zo’n grote rol speelt in het verhaal. Al schrijvend aan het boek keek ik veel oude Franse films. Na negen maanden schrijven kwam ik op het idee om de camera, die door te ‘zoomen’ en te ‘pannen’ zo’n dominante rol kan spelen in films, ook in mijn boek te verwerken. Ik heb vervolgens alle beschrijvingen uit mijn manuscript gehaald en ben ze gaan vervangen door reeksen tekeningen, waar je doorheen kan bladeren, zodat het bijna lijkt alsof je zelf een film afspeelt.”

Zijn er illustratoren die u sterk hebben beïnvloed?

„Maurice Sendak, en dan met name Max en de Maximonsters, heeft mijn leven veranderd. Ik las het boek gek genoeg pas toen ik al volwassen was, en ik zag meteen hoe verfijnd, hoe overdacht, Sendak te werk gaat. Door de pagina’s om te slaan verdwijnt langzaam het wit en verdwijn je volledig in de tekeningen. Dat bepaal je zelf, als lezer. Iemand die ook veel indruk op mij heeft gemaakt is de illustrator, choreograaf en danser Remy Charlip, hij speelt in zijn boeken altijd met de ‘pageturn’. Overigens heeft Charlip in mijn tekeningen model gestaan voor Georges Méliès; hij lijkt erg op hem.”

Spelen tekeningen in uw nieuwe boek Het wonderkabinet opnieuw zo’n belangrijke rol?

„Er zijn twee verhaallijnen, een in tekst en een in beeld. Ik wilde het verhaal van een doof meisje vertellen in de enige taal die zij beheerst: de taal van het beeld.”

De uitvinding van Hugo Cabret, 544 blz., De Boekerij, 15 euro. Het wonderkabinet (verschijnt morgen), 640 blz., De Boekerij, 19,95 euro.

    • Ward Wijndelts