Geolied maar toch geen film

Wallis Filmproducties,Electric Zoo,Wannie de Wijn,Lex Brand,Will van Kralingen, Huub Stapel, Peter Tuinman, Wilbert Gieske, Hans Thissen, Saskia Bonarius, Ben van Duin

De goede dood. Regie: Wannie de Wijn. Met: Wilbert Gieske, Will van Kralingen, Huub Stapel.In: 11 bioscopen.

Nederland heeft een traditie als het gaat om films over euthanasie. De documentaire Dood op verzoek zette het onderwerp al in 1994 in de kijker, en speelfilms als Simon (2004) en Ik omhels je met duizend armen (2006) lieten euthanasie zien als een vanzelfsprekend onderdeel van een liberale samenleving waarin het individu de beschikking had over zijn eigen leven en sterven, en niet een of andere transcendente macht, of dat nu God of een aardse rechter was.

Dat De goede dood als toneelstuk een succes was, is goed te begrijpen als je de film ziet die theatermaker en nu debuterend filmregisseur Wannie de Wijn van zijn originele theaterproductie maakte. Het Kammerspiel over een van elkaar vervreemde gegoede familie die nog eenmaal bijeenkomt aan de vooravond van de zelfgekozen dood van de terminaal zieke broer Bernhard is geolied, gevat en nog steeds actueel, zeker nu de discussie over euthanasie, naar aanleiding van een reportage in deze krant over de levensbeëindiging van een dementerende vrouw, weer in alle toonaarden is opgelaaid.

De vraag wat een goede dood is, die De Wijn met zijn toneelstuk wilde stellen, heeft alles te maken met de vraag wat een goed leven is. Het zijn levensbeschouwelijke vragen – is ‘goed’ een moreel of een hedonistisch begrip bijvoorbeeld – die zich bij De Wijn het beste via woorden en dialogen laten communiceren. Die zijn soms grappig, dan weer wrang en provocerend: „Ik heb niks te maken met de dood. De dood is van jullie. Het sterven is van mij”, zegt Bernhard bijvoorbeeld. Het zal in het theater hebben kunnen resoneren. Maar die talige manier om drama te maken laat zich niet één op één naar film vertalen. De beelden zijn nauwelijks relevant en de teksten verduidelijken wat we zien en moeten voelen.

Drie broers zijn er. Een sterft (Wilbert Gieske), de ander leeft wat al te nadrukkelijk in het heden (Huub Stapel), en de derde is zwakbegaafd (Hans Thissen), wat dramaturgisch gezien goed uitkomt, want dan kunnen ze aan hem allemaal uitleggen wat er aan de hand is. Er zijn ook nog wat intriges, onder andere met een zweverige ex, maar dat levert vooral nog meer gepraat op.

Het maakt De goede dood tot een vreemd soort emblematische film. De beelden zijn nauwelijks relevant en de teksten verduidelijken wat we zien en moeten voelen. Maar als we iemand zien huilen in een film, dan is dat meestal niet genoeg om de toeschouwer zijn pijn te laten voelen, en al helemaal niet als hij eerst heeft zitten uitleggen waarom hij zo verdrietig is. De film dient dan ook vooral een didactisch doel. Het is goed als mensen deze film zien, en erdoor met elkaar gaan praten.

Het onderwerp blijft trouwens nog wel even op de agenda staan. Eind maart volgt ook nog de Vlaamse film Tot altijd van Nic Balthazar, die het waargebeurde verhaal vertelt van MS-patiënt Mario Verstraete, die als eerste in België legaal euthanasie liet plegen.

    • Dana Linssen