Geld vragen voor oude krant is cultuurvijandig beleid

Wij historici raadplegen graag historische bronnen, zoals oude kranten. Net nu dit door de digitalisering eenvoudiger is, komt een hebzuchtige stichting het verpesten, aldus Hans Blom.

Tot de zegeningen van de digitalisering hoort dat archieven en bibliotheken zo toegankelijk zijn geworden, zowel wat de plaats betreft als door de fenomenale mogelijkheden om te zoeken in grote bestanden. Een mooi voorbeeld is de digitalisering van kranten. Deze waren van oudsher vrij raadpleegbaar in de openbare archieven en bibliotheken. Maar lange tijd was het gebruik van kranten voor historisch onderzoek zeer tijdrovend. Archiefinstellingen of bibliotheken lagen vaak veraf. En niet zelden moest men grote hoeveelheden kranten, gebonden in zware leggers, doorwerken om het gezochte te vinden.

Digitalisering maakt het raadplegen in de eigen huis- of studeerkamer mogelijk en het zoeken gaat onnoemelijk veel sneller en preciezer. Dat is pure winst voor de wetenschap en voor de grote waaier aan andere vormen van historisch onderzoek. De forse bedragen die voor die digitalisering beschikbaar zijn gekomen, zijn dus welbesteed. Men zou dus verwachten dat hierover algemene tevredenheid heerst, juist in de kring van lezers en schrijvers.

Maar dat is buiten de hebzucht van enkelingen gerekend. De stichting Lira (Literaire rechten auteurs) gooit roet in het eten, wil geld zien en dreigt met claims als de instellingen dat niet vrijwillig verschaffen.

Lira is opgericht om de rechten van auteurs veilig te stellen tegen misbruik, zoals het exploiteren van hun teksten. Dat is op zich gerechtvaardigd. Hoewel open access in de wetenschap steeds gangbaarder wordt en wie schrijft meestal ook gelezen wil worden, moge duidelijk zijn dat auteurs die van de pen moeten leven, voor commercieel gebruik van hun teksten een honorarium behoren te ontvangen. Dat is bijvoorbeeld het geval als teksten door een uitgever in een boek worden opgenomen dat in de handel wordt gebracht. Dan is ook duidelijk aan wie hiervoor een honorarium dient te worden betaald.

Lira beweert dat het digitaliseren van oude kranten door archieven en bibliotheken een vorm van exploitatie is en claimt uit naam van niet met name genoemde auteurs een afkoopsom. Sommige instellingen in het land zijn daarop ingegaan.

Maar digitalisering is helemaal geen exploitatie. Het is een moderne vorm van dienstverlening aan het publiek die zoals gezegd van oudsher kosteloos was, als het ware de studiezaalfunctie op het scherm. Die service aan het publiek frustreren is een cultuurvijandige daad.

Het is uiterst betreurenswaardig dat Lira, die zegt te opereren namens ‘de’ Nederlandse auteurs, zich zo opstelt. Er is geen sprake van gederfde inkomsten, slechts van gedupeerde gebruikers. Als voorbeeld noem ik vrijwilligers van de beeldbank van de Historische vereniging Oud Leiden. Deze vereniging bezit een grote verzameling foto’s van een vroegere persfotograaf van het Leidsch Dagblad, inclusief de rechten. Voor een goede documentatie van wat op die foto’s te zien is, is dikwijls raadpleging van de krant nodig. Vroeger was daarvoor een tocht naar het Regionaal Archief Leiden nodig en tijdrovende zoektocht in de leggers. Na de digitalisering kon dat vlot vanaf het scherm in de eigen werkruimte. Maar door een dreigement van Lira ging die winst verloren. Uit angst voor een claim werden vele jaargangen van de gedigitaliseerde krant geblokkeerd. Tel uit je winst! Welke auteur heeft hier baat bij? Een aantal auteurs, die in het Leidsch Dagblad publiceerden, heeft juist uitdrukkelijk gemeld in verband met deze voorziening geen honorarium te wensen.

Inmiddels is die blokkade weer opgeheven. De gedigitaliseerde kranten zijn weer toegankelijk. Het Leidse archief en de gemeente Leiden wachten af wat er zal gebeuren. En inderdaad: Lira kondigt actie aan en wil geld zien – zonder de naam van enige gedupeerde auteur te noemen.

Het zou voorkomen moeten worden dat uit misplaatste hebzucht – naar mijn indruk vooral van de stichting Lira en niet van de auteurs zelf – mooie culturele voorzieningen afgeroomd worden. Lira kiest voor een wel erg gemakzuchtig verdienmodel. Op basis van de zeer twijfelachtige aanname dat hier sprake is van exploitatie, legt men een claim zonder enige moeite te doen aan te wijzen welke auteur daar recht op zou kunnen hebben.

Ik roep Lira op om dit heilloze pad te verlaten. Richt de inspanningen op gerechtvaardigde belangenbehartiging, zoals het voorkomen van commerciële uitbating van van het web geplukte teksten zonder de auteurs hun honorarium te doen toekomen. Maar frustreer niet het efficiënt gebruik van de bronnen van kennis voor historisch onderzoek, dat altijd vrij was en ook vrij behoort te blijven.

Het is te hopen dat andere instellingen het Leidse voorbeeld volgen en stoppen met het betalen van afkoopsommen aan Lira.

J.C.H. Blom is voorzitter van de Historische vereniging Oud Leiden en emeritus hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.