Een leven zonder Rangers is domweg ondenkbaar

Glasgow is bezorgd over de financiële problemen van Rangers. De Schotse stad leeft voor het voetbal. „Als zo’n instituut al kan instorten, wat is dan wel veilig?”

Rangers' fans congregate outside Ibrox Stadium in a show of solidarity before their Scottish Premier League soccer match against Kilmarnock in Glasgow, Scotland, February 18, 2012. The club went into administration earlier this week following an unpaid tax bill to Britain's tax authorities. REUTERS/Russell Cheyne (BRITAIN - Tags: SPORT SOCCER) REUTERS

Het begint met één supporter die zijn vrienden opjut. Een ander plukje neemt hun lied over. En opeens, alsof het afgesproken is, stromen drie pubs tegelijk leeg. Buschauffeurs remmen net op tijd, politieagenten zijn te laat met ingrijpen. De aanhang van het 140-jarige Glasgow Rangers heeft zaterdag bezit genomen van de Paisley Road West.

Duizenden houden na een mars van een kilometer halt voor Ibrox Stadium. „Though the streets be broad and narrow, it’s follow we will”, zingt de menigte voor de klassieke façade van rode bakstenen. Ze zullen Rangers volgen, hoe slecht het de club ook gaat. Craig Whyte, de man tegen wie het protest is gericht, is niet gekomen. De clubeigenaar acht zich niet veilig nadat hij vier dagen eerder surseance heeft aangevraagd.

Rangers zal nooit sterven, zeggen de supporters. „Maar wie dertig jaar geleden had voorspeld dat de club nu op het randje van een faillissement zou balanceren, was voor gek verklaard”, zegt Paul Smith. Hij is de zoon van oud-speler Dave Smith en auteur van onder meer twee boeken over Rangers. „Ook ik geloof niet in een ondergang, maar wie weet wat de curatoren aantreffen. Misschien wachten ons magere tijden.”

„Rangers is voor duizenden een steunpilaar in het leven”, zegt Robert Davis, hoogleraar religieuze en culturele educatie aan de Universiteit van Glasgow, in zijn werkkamer in de wijk Woodlands. „De maatschappij zou een faillissement als traumatisch voelen. Het zou het nationale zelfvertrouwen beschadigen. Als een instituut als Rangers al kan instorten, wat is dan wel veilig?”

Let wel, Davis is geen Rangersfan. Met trots verhaalt hij over zijn tijd op de tribunes van stadgenoot Celtic. De twee clubs vormen The Old Firm, verdelen sinds 1986 de landstitel en onderhouden een grote rivaliteit. Het Brits georiënteerde Rangers tegen het meer Ierse Celtic is blauw tegen groen, protestant tegen katholiek en monarchistisch tegen republikeins.

Rangers’ grond is Govan, een arbeiderswijk met gebreken. Waar ooit de scheepsbouwindustrie bloeide en Manchester United-manager Alex Ferguson opgroeide, stoppen zwaarlijvige tieners zich nu vol in een Aziatische afhaalzaak. Dealertjes in trainingspak benaderen ’s avonds passanten vanaf betonnen galerijen. De krappe voortuintjes liggen bezaaid met vuilnis, rottende matrassen en een niet ontplofte knutselbom.

Voetbal deelde de stad aan de Clyde vorige eeuw letterlijk in tweeën, maar de contouren vervagen. De fans van The Gers komen uit heel Glasgow. Maar ook uit Londen, en Australië. Davis: „De wereldspreiding van Schotten bezorgden de clubs een internationaal netwerk. Met voetbal zijn ze loyaal aan hun roots.”

Het zijn niet langer alleen jonge mannen die Rangers bezoeken. „De club volgen is een dure bezigheid en vooral weggelegd voor de middenklasse”, zegt Davis, die studie deed naar het sektarisme rond voetbal in Glasgow. „Met de groeiende welvaart, zit- in plaats van staanplaatsen en de alcoholban is voetbal voor families geworden. Ook omdat de sport wordt gestimuleerd bij kinderen, immigranten en vrouwen.”

„Maar we moeten het niet overdrijven”, vervolgt Davis. „Voetbal zal overwegend een sport blijven voor mannen uit de arbeidersklasse. Hun toewijding is adembenemend. Voetbal is een deel van hun masculiniteit. Het stadion is een ontmoetingsplaats, op de dag dat ze zijn vrijgesteld van familieverplichtingen.”

De passie van Glaswegians voor hun club vindt zelfs schrijver Smith moeilijk onder woorden te brengen. „Ik zat net op school toen ik voor het eerst Ibrox bezocht, zoals iedereen met zijn vader. Ik herinner me de lichaamsbewegingen, het ritme, het geluid. Verslavend. Rangers-fans zijn overal Rangers-fans: op het werk, in de supermarkt en bij de golfclub. Het definieert hun levens.”

Vraag het oud-prof Arthur Numan. Hij speelde tussen 1998 en 2003 voor Rangers en woonde tot vorig jaar in Glasgow. „Waar en wanneer ik hier ook kom, altijd krijg ik een warme ontvangst en gaat het over voetbal. Ik was verbaasd tien cameraploegen en veertig journalisten te zien bij mijn presentatie. Rangers lijkt wel van levensbelang.”

Numan weet van de bizarre taferelen rond de Old Firm. „Supporters stonden eens met pikhouwelen op elkaar in te hakken. Zelf heb ik een Old Firm gespeeld met drie rode en tien gele kaarten, terwijl op de tribunes fans van de tweede ring naar beneden vielen. De Old Firm is altijd heftig, alleen is het niveau de laatste jaren armoedig geworden.”

De twee Schotse topclubs kunnen financieel gezien net Engelse middenmoters bijbenen. Het maakt Rangers onmisbaar voor zijn stadgenoot, stelde de Schotse premier Alex Salmon vorige week in een reactie op de surseance. Celtic was ontstemd en liet in een verklaring weten dat de club ook alleen kan floreren. Fans van The Bhoys reageerden zelfs dolblij op de situatie bij Rangers.

„Kortzichtig”, vindt Davis. „De rivaliteit is intens én onmisbaar. De clubs hebben gezamenlijke sponsordeals. De Old Firm is een nationale obsessie. Zodra een van de twee zou verdwijnen, willen geldschieters hun contract herzien. Een verhuizing naar de Engelse Premiership is dan de enige mogelijkheid.”

En dat, weet Smith, zou de doodsteek zijn voor het Schotse voetbal. „Alle clubs halen extra inkomsten uit het bezoek van Rangers en Celtic, via uitzendrechten en recettes. Zonder de Old Firm zou bijna niemand geïnteresseerd zijn en de competitie op Iers niveau komen. Een hele regio is dan zijn absolute passie kwijt.”

De receptioniste van Ibrox houdt het niet droog bij de gedachte dat de club straks misschien niet meer bestaat. Vlug pakt ze naald en draad weer op om een jurkje te vermaken en haar gedachten te verzetten. Ook een echtpaar dat een bosje bloemen legt bij een van de honderden gegraveerde stenen van de Copland Stand heeft het moeilijk. Ze willen hun verongelukte zoon blijven herdenken op de plek waar hij het liefst was.

Rangers’ fans laten tijdens het verloren thuisduel tegen Kilmarnock op spandoeken blijken dat een leven zonder club geen optie is. Een deel zingt een grof, sektarisch lied over Celtic dat door de UEFA is verboden. De katholieke kerk spreekt zijn afschuw uit over de geluiden in Ibrox.

„Het geloofsconflict is grotendeels over, maar heeft zijn sporen nagelaten”, zegt Davis. „De gevoelens kunnen weer oplaaien. Maar het is echt mogelijk onbeschaamd trots te zijn op de achtergrond van Rangers, zonder intolerant te zijn. De club kan trots zijn op zijn vroegere rol in het bij elkaar houden van de protestantse arbeidersgemeenschap, onder druk van oorlog en werkeloosheid. Maar de club moest zich schamen voor het sektarisme dat tot in de jaren negentig werd getolereerd. Sinds een jaar of vijftien voelen de clubs hun verantwoordelijkheid en steunen ze projecten rond onderwijs, integratie en armoedebestrijding.”

Zo verbood Rangers tien jaar geleden de verkoop van het populaire fanzine Follow Follow rond Ibrox, wegens sektarische teksten. „Onzin, het ging om geld. De verkopers van sjaals mogen het terrein ook niet meer op”, zegt Mark Dingwall, redacteur van het blad en medeoprichter van de Rangers Supporters Trust, dat de aanhang een stem wil geven bij de noodlijdende club.

„We willen net als de supporters van Portugese topclubs inspraak in ruil voor geld”, zegt Dingwall in zijn ‘kantoor’, een verroeste Volkswagen vol flyers met de tekst We don’t do walking away, het door trainer Ally McCoist bedachte mantra. „Als we 25 procent van de club bezitten, mogen we een directeur aanstellen. We zijn niet boos, maar vastberaden. Rangers failliet is alsof de kerk bankroet is. Dat kan simpelweg niet.”

    • Michiel Dekker