Van Rousseau tot Mao en Stalin

Sinds Rousseau zijn we in de greep van het verlangen naar echtheid in politiek, kunst, onderwijs, op tv, schrijft cultuurfilosoof Maarten Doorman in Rousseau en ik. Bij de verschijning, gisteren, debatteerden Ronald van Raak en Frits Bolkestein over de invloed van Rousseau.

In Het maatschappelijk verdrag van Jean-Jacques Rousseau berust de soevereiniteit bij het volk en is die onbegrensd. Soevereiniteit kan niet worden gedelegeerd. Dus geen vertegenwoordiging. Democratie kan uitsluitend directe democratie zijn, waarin het volk uitdrukking geeft aan de algemene wil en die ook in de praktijk brengt. „Een volk dat altijd goed bestuurt, heeft geen regering nodig”, stelt Rousseau. Het is het einde van de politiek.

Rousseau roept op tot een volledige overdracht van alle rechten van alle burgers aan de gemeenschap. „Elk van ons plaatst zijn persoon en al zijn machten, onder de opperste leiding van de algemene wil.” De macht van het volk is niet alleen een feitelijke macht, maar de uitdrukking van het politiek goede. Zich verzetten tegen de algemene wil is niet alleen onverstandig, maar ook moreel slecht. Nog krasser is de volgende uitspraak: „Ieder die weigert te gehoorzamen aan de algemene wil zal daartoe worden gedwongen door de gehele gemeenschap. Dit betekent niets minder dan dat hij gedwongen zal zijn vrij te zijn.” Onheilspellende woorden, want deze concepten zijn door het stalinisme en het maoïsme in de praktijk gebracht, met gruwelijke gevolgen.

Volgens de Israëlische historicus Jacob Talmon leidden de algemene wil en het beginsel van de volkssoevereiniteit samen tot de totalitaire democratie. Talmon voegt daar nog aan toe: „De uitbreiding van het werkterrein van de politiek tot alle gebieden van menselijke belangstelling, zonder enige ruimte te laten voor het proces van toevallige en empirische activiteit, was de kortste route naar het totalitarisme.”

In Het maatschappelijk verdrag van Rousseau is veel te vinden dat overeenkomsten vertoont met het communisme. Mensen moeten bewust worden gemaakt van hun ware belangen. De algemene wil in de vorm van de dictatuur van het proletariaat. Verkiezingen met vrijwel unanieme uitslagen. De vernietiging van het maatschappelijk middenveld. Want Rousseau achtte het bestaan van partijen, facties en maatschappelijke instellingen niet verenigbaar met de algemene wil. Onder de communistische regimes stonden de individuele mensen oog in oog met de staat, zonder iets ertussenin. De mensheid was een tabula rasa, als gesmolten was of een blanco bladzijde, klaar om een beslissend stempel te ontvangen (zoals Mao het stelde). Het doel van onderwijs was het scheppen van een nieuwe mens.

Heeft Rousseau de totalitaire democratie in het leven geroepen? Daar waren de omstandigheden nog niet naar. Maar zijn ideeën waren wel van invloed op het revolutionaire denken een eeuw later. Er zijn wel een paar belangrijke verschillen tussen de theorie van Rousseau en de praktijk van de Franse revolutie. Rousseau verwierp een volksvertegenwoordiging en dat was juist in strijd met een van de uitgangspunten van de revolutionaire Grondwet. Als de volksvertegenwoordigers beslissen en niet het volk zelf, dan wordt een belangrijk bestanddeel van de leer van Rousseau niet overgenomen. In zijn Vertoog over de ongelijkheid had Rousseau de rol van het privébezit aan de kaak gesteld. Maar het revolutionaire verlangen de geprivilegieerde klassen buiten de gemeenschap te sluiten en ze te bestempelen tot vijand vindt geen grond in zijn geschriften.

De invloed van Rousseau op de revolutionairen moet dus niet worden overdreven. Anderzijds is het beginsel dat alle wetten door het volk moeten worden goedgekeurd, geworteld in het denken van Rousseau. De invloed van Rousseau op de revolutionaire mentaliteit voltrok zich vooral via een aantal algemene ideeën: regeneratie, autonomie en eenheid van het volk en het ideaal van de deugd. Rousseaus ideeën waren juist vanwege hun onbestemdheid zo aantrekkelijk.

Tot slot. Rousseau was een onmogelijk mens. Zijn ideaal van de gemeenschap waar de boeren sous le chêne (onder de eik) bijeenkwamen om hun zaakjes te regelen, doet denken aan de mir. Hij was door en door romantisch. Met de Verlichting had hij niets van doen.

Met vriendelijke groet,

Frits Bolkestein

Oud-eurocommissaris voor de interne markt en oud-fractieleider van de VVD. Dit artikel is een ingekorte versie van zijn bijdrage.

    • Frits Bolkestein