'Steeds meer Nederlanders zijn seksverslaafd'

Anne Dohmen

In this photo taken Friday, Feb. 10, 2012, a pair of handcuffs are displayed at the Museum of Broken Relationships in Zagreb, Croatia. The exhibits, collected from all over the world, are random and varied, ranging from fake breasts to a cast from a broken leg. Each item is accompanied by a summary of dates and locations of the relationships, and notes written by their anonymous donors. (AP Photo/Darko Bandic) AP

De aanleiding

Het begon met de film Shame, sinds 9 februari in de bioscopen. Hoofdpersoon is de dertiger Brandon, die zijn vrije tijd besteedt aan het jagen op vrouwen en het kijken naar porno. Hij wordt uiteindelijk geconfronteerd met zijn eenzaamheid, zijn verleden en zijn schaamte. De film deed de aandacht voor seksverslaving oplaaien. Zo meldde de NOS op 27 januari dat het aantal mensen met een seksverslaving „volgens experts toeneemt”. Vier dagen later volgde EO-televisieprogramma De Vijfde dag, dat naar aanleiding van de film een aflevering aan seksverslaving wijdde. Presentator Tijs van den Brink zei: „Bij ons in Nederland, waar het aantal mensen met een seksverslaving toeneemt, leidt Shame tot discussie over de impact van porno en de schade die het aanricht.” Neemt seksverslaving onder Nederlanders inderdaad toe?

Mogelijke interpretaties

Wat is een seksverslaving? Er is niet één algemeen geaccepteerde definitie. Seksuoloog Gertjan van Zessen behandelt sinds 25 jaar mensen die ermee kampen. Zijn definitie: „Je bent seksverslaafd als het seksuele verlangen als sterk en onbeheersbaar wordt ervaren, er ernstige gevolgen zijn voor jezelf of je omgeving, pogingen je gedrag te veranderen niet slagen en er sprake is van een structureel gedragspatroon.” Deze definitie houden wij hier ook aan.

Hoe is er gemeten?

De media die spreken van een toename van het aantal seksverslaafden baseren zich vooral op uitlatingen van Dick Trubendorffer, oprichter van verslavingskliniek CrisisCare. Het stijgende aantal aanmeldingen bij zijn kliniek is voor hem aanleiding om te spreken van een toename. Waar hij afgelopen jaar honderd mensen met een seksverslaving behandelde, waren dat er volgens Trubendorffer het jaar ervoor vijftig en het jaar daarvoor 25. Dat verklaart hij niet alleen doordat mensen de weg naar zijn kliniek makkelijker weten te vinden, maar ook doordat „internetporno seks goedkoop en makkelijk verkrijgbaar maakt, de samenleving steeds gebrekkiger communiceert, waarden als compassie verschralen en door disfunctionele gezinnen met dito ouders die op emotioneel en communicatief vlak onvoldoende zijn toegerust om kinderen op te voeden”.

En, klopt het?

Therapeuten zien het aantal hulpzoekers wel stijgen, maar dat zegt niet per definitie iets over een toename van het aantal mensen met een seksverslaving. Volgens de seksuologen Gertjan van Zessen en Rik van Lunsen is het taboe op het zoeken van hulp voor seksuele gedragsproblemen namelijk flink afgenomen. Dat zou de toename van het aantal hulpzoekers kunnen verklaren. Volgens beide seksuologen is ook lang niet iedereen die hulp zoekt daadwerkelijk seksverslaafd. Als iemand veel naar internetporno kijkt en door zijn of haar partner naar een therapeut wordt gestuurd, dan wil dat nog niet zeggen dat er ernstige gevolgen zijn voor die persoon of zijn omgeving. Er is in ieder geval geen betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat er sprake is van een toename van het aantal seksverslaafden. Trubendorffer haalt wel Amerikaanse onderzoeken aan die moeten aantonen dat het probleem groter is dan Nederlandse seksuologen denken. Maar daarbij is niet onderzocht of er in de VS sprake is van een toename van het aantal seksverslaafden. Bovendien spreken Van Zessen en Van Lunsen van „gelegenheidsonderzoek”, bijvoorbeeld uitgevoerd onder jonge mannen op een universiteit. En dan, zegt Van Zessen, is volgens sommige criteria zeker 10 procent van de respondenten seksverslaafd, simpelweg omdat jonge mannen bovengemiddeld veel met seks bezig zijn.

Ook het feit dat internetporno seks goedkoop en makkelijk toegankelijk maakt, heeft volgens seksuologen niet per definitie invloed op het aantal seksverslaafden. Mensen ontwikkelen pas compulsief seksueel gedrag als de kiemen voor het probleem er al zijn – net zo goed als iemand niet alcoholverslaafd raakt door omringd te zijn door flessen drank of gameverslaafd doordat de kast vol staat met computerspellen. Mensen die tot een seksverslaving worden verleid, hebben in veruit de meeste gevallen andere problemen. Ze lijden aan een depressie, volwassen adhd, persoonlijkheidsstoornissen of de gevolgen van een beschadigde jeugd. En, zo zegt Van Lunsen, er zijn geen wetenschappelijk onderbouwde aanwijzingen dat daar nu meer mensen mee kampen dan voorheen. „Het gaat eerder de goede kant op, want onze maatschappij wordt steeds minder seksueel repressief en er is meer aandacht voor de opvoeding van kinderen. Onderzoek door bijvoorbeeld Rutgers WPF [kenniscentrum seksualiteit, red.] wijst uit dat Nederlanders in seksueel opzicht juist gelukkiger zijn geworden.”

Conclusie

Er zijn geen betrouwbare onderzoeken die uitwijzen dat het aantal mensen met een seksverslaving toeneemt. Ook is er onder seksuologen geen consensus dat de opkomst van internetporno daar invloed op heeft. Veel naar internetporno kijken is wat anders dan het hebben van een seksverslaving. De hulpvraag neemt toe, maar dat betekent niet dat het aantal mensen met een seksverslaving groeit. Omdat op basis van het huidige onderzoek niet te bewijzen valt dat steeds meer Nederlanders kampen met een seksverslaving, beoordelen wij deze bewering als ongefundeerd.

    • Anne Dohmen