Saoedi-Arabië: 'ijzeren vuist' tegen shi'ieten

De Saoedische autoriteiten hebben gisteren gewaarschuwd dat ze „met ijzeren vuist” een einde zullen maken aan de doorgaande onrust in Qatif in het overwegend door shi’ieten bevolkte oosten van het land.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat de politie controleert, voegde eraan toe dat onruststokers in het gebied van buitenaf worden gesteund. Dat was een nauwelijks verhulde verwijzing naar Iran, dat volgens de sunnitische Golfstaten achter alle shi’itische opstandigheid in de regio zit, zoals ook de protesten in Bahrein. Daarvan is overigens tot dusverre geen bewijs geproduceerd.

Kleinschalige protesten begonnen in Qatif vorig voorjaar, nadat in Noord-Afrika prodemocratische protesten waren losgebarsten. De leden van de shi’itische minderheid (ongeveerv 20 procent) klagen als tweederangsburgers te worden behandeld. Saoedi-Arabië wordt gedomineerd door ultraconservatieve sunnieten die ideologisch niets van shi’ieten moeten hebben.

De politie treedt met harde hand op tegen betogingen, waarbij van tijd tot tijd doden vallen. Bovendien klagen shi’ieten over arrestaties en over de zware politie-aanwezigheid.

De waarschuwing vormt een reactie op de vrijdagse preek van sjeik Hassan al-Saffar, de prominentste shi’itische geestelijk leider in Saoedi-Arabië. Saffar zei geweld van betogers tegen de politie af te wijzen maar veroordeelde tegelijk excessief geweld van de politie. Hij vergeleek de situatie met wat in andere Arabische landen gebeurt, waar regeringen hun eigen burgers doden. Saffar wordt als gematigd gezien, en heeft vaak bemiddeld tussen de shi’itische gemeenschap en de overheid.

Maar het ministerie van Binnenlandse Zaken wees Saffars klacht van de hand. De Saoedische politie betracht de uiterste zelfbeheersing en als ze geweld gebruikt handelt ze uit zelfverdediging, aldus een woordvoerder. Het ministerie sprak voorts van „nieuw terrorisme” en onderstreepte dat „de regering het recht heeft dit aan te pakken zoals dat eerder heeft gedaan” met Al-Qaeda.