Met de urn naar de camping

Wat doe je met de as van een overledene? Antropologe Meike Heessels is afgelopen vrijdag gepromoveerd in Nijmegen op dit onderwerp.

hoek van holland aan boord van de smit weis singapore werd de as van jan de hartog door zijn familie over zee uitgestrooid foto rien zilvold

Wat doe je met de overblijfselen van een gecremeerde dierbare? De as van mijn moeder staat in mijn ouderlijk huis, verwerkt in een Boeddhabeeld. Een symbool voor de reis naar Hongkong die ze vlak voor haar overlijden maakte. Maar as in een beeld stoppen, is best gewoontjes als je ziet wat anderen ermee doen. Xandra Brood liet resten van haar man Herman in een tatoeage verwerken. Het gezin van André Hazes schoot een deel van zijn as met vuurpijlen de lucht in. Sommige nabestaanden laten resten in een knuffel verwerken, of in een sieraad, fotolijst, of glazen bol.

Sinds 1955 is cremeren legaal in Nederland. Het percentage gecremeerden blijft stijgen (57 procent in 2010). Sinds 1998 staat de Wet op de lijkbezorging toe dat nabestaanden crematie-as verspreiden op een andere plek dan een officieel strooiveld. Antropoloog Meike Heessels vroeg zich af wat mensen met die as doen en welke waarde de as heeft in een geseculariseerde samenleving. 17 februari is ze gepromoveerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Voor haar onderzoek werkte ze een half jaar in crematoria en interviewde ruim 50 nabestaanden.

Heessels ontdekte dat Nederlanders veelal geïmproviseerde rituelen rondom de as van hun overledenen hebben ontwikkeld. „Mensen blijven de behoefte houden om het ongrijpbare in rituelen te vangen.” Voor de ontkerkelijking was de uitvaart grotendeels in handen van de kerk en lagen rituelen vast. Later namen begrafenisondernemers en crematoriamedewerkers het over en werden gecremeerde overledenen vooral anoniem verstrooid. Vanaf de jaren tachtig namen mensen steeds vaker stiekem wat crematie-as mee naar huis. Heessels: „Vanaf die tijd begonnen nabestaanden het recht over de as op te eisen. Ze wilden zelf beslissen wat ermee zou gebeuren. Tegenwoordig gaan nabestaanden eigenzinnig en intuïtief om met crematie-as. Ze verzinnen hun eigen ritueel.”

Een maand na de uitvaart wordt de as – gemiddeld 2,5 kilo – vrijgegeven. De meeste nabestaanden kiezen voor verstrooiing op het strooiveld van het crematorium; vooral als eerdere overledenen er zijn uitgestrooid. Heessels zag hoe kinderen de boom opzoeken waar ze hun vaders as achterlieten om er de resten van hun moeder te verstrooien. Soms gaat het mis. „Een vrouw die ik interviewde, ontdekte dat ze zich had vergist in de boom. Verschrikkelijk vond ze dat. Ze lag er nachten van wakker.”

Veel nabestaanden nemen de as nu ook mee naar huis, verstrooien het op een geliefde plek of verwerken het in een object. De overeenkomst is dat mensen de as bewaren of verstrooien op een plek waarvan zij denken, ‘hier is de overledene thuis en blijf ik zijn of haar aanwezigheid voelen’, ontdekte de onderzoekster. „Vroeger brachten we de doden naar de hemel, tegenwoordig brengen we ze naar huis, of naar andere overledenen.”

De antropologe merkte dat mensen het niet ervaren als gewone as, maar echt als deel van de overledene; bezielde materie. „Ze praten ertegen, raken de urn liefkozend aan. Het geeft ze rust en troost.” Urnen gaan regelmatig mee op pad. „Mensen gaan ermee uit eten, of nemen hem mee met vakantie.” Zo sprak Heessels een vrouw die de resten van haar man ieder jaar meeneemt naar de camping. „In de caravan krijgt hij – net als thuis – een prominente plek. Elke dag neemt ze de dag met hem door.”

Als Heessels nabestaanden echter rechtstreeks vroeg op welke manier de overleden persoon in de as vertegenwoordigd was, kreeg ze vaak afwijzende reacties. „Ze zeiden dan stellig: ‘Ik ben niet religieus hoor.’” Maar vrijwel iedereen gelooft ergens in, merkte ze. „Wat men gelooft, is wel grillig. Zo verstrooide een moeder de as van haar achttienjarige dochter, overleden aan anorexia, in het veen. De favoriete verstopplek van haar kind. Vanaf de woonkamer kan de moeder over dat veen uitkijken. Wanneer ze er een regenboog ziet, denkt ze soms: ‘Dat is mijn dochter die contact maakt.’ Tegelijkertijd denkt ze: ‘Onzin.’”

Voor de nabestaanden zelf zit de betekenis niet in de as, maar in de omgang ermee. Volgens de onderzoekster staat het handelen op de voorgrond. „De as krijgt bijvoorbeeld betekenis als een nabestaande zijn of haar assieraad vastpakt op een moeilijk moment.”

De manier waarop mensen met de resten van hun dierbare omgaan, is ook een voortzetting van de relatie met de overleden persoon, zag de Nijmeegse wetenschapper: „Een dochter die haar bedlegerige moeder lang heeft verzorgd, wil nog steeds voor haar moeder zorgen. Ze doet dat door zorgzaam met die as om te gaan. De relatie met de overledene stopt niet na de dood.” Was de band niet zo sterk, dan laten mensen de overblijfselen vaker anoniem verstrooien.

Al is de Wet op de lijkbezorging de laatste decennia verruimd, toch wordt er nog vaak op een clandestiene manier met crematie-as omgesprongen. Astatoeages, die steeds populairder worden, zijn bijvoorbeeld niet toegestaan. Het is verboden om tatoeage-inkt te vermengen met een niet-steriele stof. Maar iemand die zo’n tattoo wil, vindt op internetfora welke tatoeëerders de regels niet zo nauw nemen.

Ook is het verboden zonder toestemming van de gemeente as te verstrooien op openbare plekken. Incidentele verstrooiing wordt meestal toegestaan, maar veel mensen dienen geen verzoek in en doen het gewoon.

    • Katja Teunissen