Koninklijk leed als journalistiek avontuur

Het artikel op de voorpagina van NRC Handelsblad van zaterdag over prins Friso heeft tot veel kritiek geleid. Ombudsman Sjoerd de Jong pleit voor distantie.

Dutch Queen Beatrix leaves the hotel with Prince Johan Friso's wife Mabel in Lech February 18, 2012. Dutch Prince Johan Friso was in critical but stable condition in an Innsbruck hospital's intensive care unit on Friday after an avalanche buried him while he was skiing off piste in the Austrian alps, police said. The Dutch royal family often spends winter holidays in Lech in the west Austrian province of Vorarlberg - which like other parts of Austria has been blanketed with heavy snow in recent weeks. REUTERS/Miro Kuzmanovic (AUSTRIA - Tags: ROYALS DISASTER) REUTERS

Prins Friso is een publieke figuur, en geniet minder privacy dan een gewone burger. Maar de aandacht die de media over hem uitstortten na zijn ongeluk in het Oostenrijkse Lech was ronduit verbijsterend. Overal verschenen paginagrote portretten van de prins – alsof hij al dood was. We wilden de Elfstedentocht, maar we kregen een koninklijk ski-ongeluk.

NRC Handelsblad bracht zaterdag op de voorpagina een opzienbarende primeur van Jannetje Koelewijn die dankzij haar echtgenoot Kees Tulleken, gepensioneerd neurochirurg, toegang had gekregen tot het ziekenhuis in Innsbruck waar de prins wordt verpleegd.

Dat stuk was opgeschreven als een avontuur. Eerste zin: „We lopen door de sneeuw in de bergen boven Innsbruck, mijn man en ik, als we via de telefoon het slechte nieuws horen…”. Ooit brachten journalisten alleen het nieuws, tegenwoordig maken ze iets mee.

Volgde een uitgebreid verslag hoe de verslaggeefster via haar echtgenoot informatie had gekregen van een arts over de patiënt: dat hij met een temperatuur van 32 graden onder de sneeuw was gevonden, maar vooral dat hij geen schedelbasisfractuur had. Dat was nieuws.

Het stuk leidde tot een storm van kritiek. Teneur: sensatiezucht, Telegraafjournalistiek.

De krant verdedigde zich gisteren met stukken van de hoofdredacteur („Dat is nu eenmaal onze taak”), een selectie van positieve en negatieve brieven („NRC gaf opheldering” versus „Ik verwacht beschaving”), een interview met Tulleken en een stuk van Marc Chavannes over de toestand in Amerika en Frankrijk.

Teneur: de krant deed weloverwogen zijn plicht. Dat moet ook wel, want in de „24 uurs media-economie” (Chavannes) wil „iedereen meeleven” (Tulleken).

Het eerste is waar. Een krant is er natuurlijk niet om nieuws te verzwijgen. Zoals Frits Wester van RTL mij ooit uitlegde: nieuws is nieuws, en nieuws moet de krant in omdat het nieuws is. Dit nieuws was bovendien een vorm van „maatschappelijke geruststelling”, aldus media-ethicus Huub Evers in Trouw.

Toch zijn er vraagtekens over het journalistieke ambacht te plaatsen bij de manier waarop Tulleken via de krant de natie geruststelde.

Allereerst. Een krant is niet per se gebonden aan het medisch beroepsgeheim – als de pers altijd de beroepscodes van nieuwsbronnen zou moeten respecteren, zou er geen journalistiek overblijven. Maar er moet wel sprake zijn van een urgent algemeen belang.

Welk belang was dat hier precies? Prins Friso is geen lid van het Koninklijk Huis, komt niet in aanmerking voor opvolging, en heeft zich ook altijd verre willen houden van de mediacratie rond zijn familie. Dit is dus geen constitutionele zaak, maar een kwestie van human interest, koninklijk leed in een herkenbaar wintersportgebied. Zoals Chavannes gisteren schreef: dit raakt de „harten van velen”. Mogelijk heeft de zaak gevolgen voor het functioneren van de koningin, wél constitutioneel relevant, maar dat weten we nog niet.

Eigenlijk geeft Kees Tulleken, de ‘man van’, het meest concrete motief. Hij zegt in een interview in de krant van gisteren: „Ik vond dat er een eind moest komen aan de foutieve berichtgeving”. Oostenrijkse en Nederlandse media gonsden immers van het gerucht dat de verongelukte prins een schedelbasisfractuur zou hebben – en dan is het vrijwel zeker afgelopen. Dus dat hij geen schedelbasisfractuur had, was, zoals Tulleken zegt, „positief nieuws”.

Akkoord. Maar wel vreemd is, dat Tulleken zegt dat hij ook „minder positieve berichten” te horen kreeg. Die deelde hij niet met zijn vrouw, die zelf trouwens ook heeft verklaard dat ze sommige feiten bewust niet heeft gemeld. Hij zegt ook: „Als de conditie van de prins slechter was geweest (..) had ik die informatie niet met mijn vrouw gedeeld.” Ook volgens de hoofdredactie zijn er enkele medische details niet gepubliceerd, omdat die voor meerdere uitleg vatbaar zijn – kennelijk ook voor negatieve. Hoe doorslaggevend was dit positieve nieuws dan?

Koelewijn deed haar werk ter plekke secuur: haar echtgenoot stelde haar voor als journalist en zij beschreef hoe ze te werk was gegaan. Maar ze was wel afhankelijk van haar man, die blijkbaar uitgesproken opvattingen heeft over het beroepsgeheim en de voorlichting aan het volk. Ze zegt zelf, ook in de krant van gisteren: „Mijn echtgenoot zei dat het belangrijk nieuws was”. Was er altijd een tweede, of derde, check?

Dan de vorm. Geen nieuwsbericht, maar een persoonlijk stuk met veertien keer „ik” (en twee keer de opmerking dat het „klote voor die jongen” was). Dat was de juiste vorm, volgens de hoofdredacteur, want „we wilden meteen openheid geven over de opmerkelijke manier waarop dit nieuws tot ons was kwam”. Transparantie voorop.

Maar als het zo transparant was, waarom moest Koelewijn het dan in de krant van gisteren nog een keer allemaal uitleggen?

Ik vond de vorm niet transparant, maar juist verwarrend. Medische feiten, reportage, persoonlijke noten – alles in een stuk. Niet sensationeel, maar wel een avontuur in ik-vorm, met de auteur en haar man als personages, waaruit de lezer het nieuws moest destilleren en wegen. De kop ‘Hoe zal het brein van prins Friso zich houden?’ hielp niet echt.

Gezien de emotionele reacties vermoed ik dat juist die vorm bij veel lezers verkeerd is gevallen. Met een feitelijk, duidend nieuwsbericht had de krant ook zijn plicht gedaan: eerst de informatie checken en die zakelijk brengen; zoals Koelewijn een dag later ook deed op de site van de krant, met dank aan „betrouwbare bronnen”. Verantwoorden hoe het precies gegaan is kan altijd nog, in tweede instantie. Trouwens, dat moest de krant nu toch ook, in tweede, derde en gisteren op televisie zelfs in vierde instantie.

Dat had denk ik ook beter het beoogde effect van Tulleken gesorteerd: geruststellen, in plaats van lezers tegen de haren instrijken.

Verschillende lezers trokken nu een vergelijking met de zaak-Ruben – het jongetje dat na de vliegramp in Libië in zijn ziekenhuisbed een verslaggeefster van De Telegraaf aan de lijn kreeg. Die vergelijking gaat niet op. Ruben was een kind, en hem ondervragen een perverse vorm van ‘wat gaat er door je heen’-journalistiek. Koelewijn zocht juist geen emoties, maar informatie over de medische toestand van de prins.

Toch is er een parallel. Dat is het enthousiasme waarmee de krant het reporters luck van Koelewijn aangreep en presenteerde.

Uitgever Hans Nijenhuis twitterde dat hij „als lezer” zelden „zo dichtbij” was geweest, dankzij het stuk van Koelewijn. Dat klopt. Maar veel lezers wilden juist wat meer op afstand blijven - en terecht. De krant moet nieuws brengen. Maar soms maakt distantie het verschil.

Sjoerd de Jong