Klassiek meldpunt

Reeds de oude Grieken wisten hoe ze een vijandbeeld moesten uitdragen. ‘Eeuwig zijn barbaren op rooftocht, maar beschaafde volkeren zullen overwinnen.’

Het woord discriminatie, dat luid klinkt in het debat over het PVV-meldpunt voor ‘MOE-landers’, vindt zijn oorsprong in de klassieke oudheid. Discrimen betekent ‘grenslijn’ of ‘scheiding’. In figuurlijke zin werd dit woord gebruikt voor ‘onderscheid’ of ‘verschil’. En onderscheidend denken was de Grieken en Romeinen wel toevertrouwd. Wie de Griekse taal niet beheerste, werd een barbaros genoemd, letterlijk: een ‘brabbelaar’. Aanvankelijk had het woord barbaar geen negatief karakter. Dit veranderde toen de Grieken werden bedreigd vanuit het Oosten.

In de vijfde eeuw voor Christus (490-479) probeerden Perzische heersers de onafhankelijke Griekse steden te veroveren. De Grieken hielden stand tegen het ‘despotische’ Perzische rijk. Dit voedde hun ‘nationale trots’ en daarmee hun gevoel van superioriteit tegenover de barbaarse buiten-wereld.

De geschiedenis herhaalt zich – maar altijd weer anders. De erfopvolgers van de Perzen (de Iraniërs) richten hun pijlen nu niet op Griekenland maar op een vrije joodse staat. De moderne Grieken spelen noodgedwongen de rol van underdog. Een ‘discriminerende’ kloof loopt niet meer tussen Grieken en volkeren in Europa en Azië. Dit keer zijn het Noordwest-Europeanen die de scheidslijn trekken: met Grieken, met volkeren in Midden- en Oost-Europa.

Luid valt nu te horen: houd de barbaren op afstand! De oude Grieken vertoonden omgekeerd gedrag: ze gingen op veroveringstocht. Vanaf de achtste eeuw voor Christus vestigden Grieken zich langs de kusten van Zuid-Italië. Ze mengden zich in de culturele en etnische mengelmoes, die Italië toen was. In Italië kwamen de Grieken in contact met onder meer de Samnieten, Japygiërs, Messapiërs, Siculiërs en Carthaagse Puniërs. Van een verenigd Italië, laat staan van een verenigd Europa, was nog lang geen sprake.

De dynamiek tussen de verschillende etnische groepen maakte Italië welvarend. Archeologische resten getuigen hiervan. In een tempel van de Etruskische havenstad Pyrgi zijn gouden plaquettes teruggevonden met Carthaagse en Etruskische inscripties. De Samnieten waren dol op Griekse luxe en lieten zich omringd door Grieks aardewerk begraven. Typisch Grieks roodfigurig aardewerk nam de exotische vormen over van de inheemse Messapische ceramiek. De Etrusken leerden het alfabet van de Grieken: het einde van hun prehistorie. Dit zijn maar enkele voorbeelden van culturele uitwisseling op het Apennijnse schiereiland.

Maar vredig bleef de Griekse expansie niet verlopen. In de loop van de vierde eeuw voor Christus brak een serie bloedige oorlogen uit, waarbij de etnische verschillen op scherp werden gezet. Een amfoor (zie afbeelding) is een stille getuige van de strijd tussen Grieken en ‘barbaren’.

Aanleiding tot de oorlog was de verovering van de streek rond Napels door Samnitische stammen, die hun oog hadden laten vallen op de rijkdom van de Griekse steden. Arm trekt naar rijk – ook dat is van alle tijden. Het leidde tot drie bloedige ‘Samnitische Oorlogen’, waarbij bijna geheel Italië betrokken raakte.

Wie een vijand heeft, construeert vijandbeelden, letterlijk en figuurlijk. De Grieken putten hiervoor uit hun eigen mythologie. Hun ‘Meldpunt Samnieten’ was een Griekse vaasschilder uit de omgeving van Napels, die omstreeks 325 v.Chr. een amfoor beschilderde.

Als thema koos de schilder een gebeurtenis uit de Trojaanse Oorlog, hét epos dat de basis vormt van de Griekse identiteit. We zien de verheven Griekse held Achilles strijden met de ‘barbaarse’ Ethiopische prins Memnon. Uitgebeeld is het moment waarop de god Hermes de zielen van de twee helden weegt om de strijd te beslissen. De weegschaal slaat door in het nadeel van prins Memnon. De Ethiopiër, gewond door de lans van Achilles, zakt ineen en sterft. Thetis, de moeder van Achilles, kijkt tevreden toe. Eos, de moeder van Memnon, rent radeloos weg, terwijl ze zich van verdriet de haren uit het hoofd trekt.

Stereotypen zijn onmisbaar in de retoriek van de politieke arena. Ook in de oudheid wisten ze van ‘framing’. Kijk naar de bewapening van de strijders. De kunstenaar heeft Achilles uiteraard in een Griekse wapenrusting gestoken, met klassieke elementen als een golfband op het schild. Maar Memnon draagt de meest vijandige wapenrusting, die een Griek zich kan voorstellen: een Samnitische helm en de Samnitische ster op het schild. De bedoeling van de vaasschildering is duidelijk: de Griek Achilles wint van de Ethiopiër Memnon, zoals de Grieken in Italië ook zullen overwinnen in hun strijd tegen de barbaarse Samnieten. Het vijandbeeld is expliciet gemaakt door de uitdossing van de ‘anti-Griek’.

De reële dreiging van de Samnitische invasie deed de herinnering aan positieve contacten uit eerdere eeuwen vervagen. Het Meldpunt Samnieten had zijn werk gedaan; het vijandbeeld was voor iedereen duidelijk. Je zou in die vierde eeuw voor Christus bijna vergeten dat er in de oudheid ook verlichte kosmopolieten (eveneens een van oorsprong Grieks woord) rondliepen, die het begrip mensheid koppelden aan menselijkheid en wezen op de grote voordelen van tolerantie en samenwerking. Maar die verwijzingen waren aan het Meldpunt Dovemansoren gericht. De geschiedenis herhaalt zich – maar altijd weer anders.

Conservator klassieke wereld, Rijksmuseum van Oudheden, Leiden

    • Ruurd Halbertsma