Job Cohen neemt met zijn aftreden verstandig besluit

Nog geen twee jaar is Job Cohen politiek leider van de PvdA geweest. Gisteren maakte hij eigenhandig een einde aan dit leiderschap, dat op een fiasco is uitgelopen.

Daarmee zijn de hooggespannen verwachtingen die ontstonden toen de nu 64-jarige Cohen op 13 maart 2010 bekendmaakte Wouter Bos als PvdA-leider te willen opvolgen, hardhandig afgestraft. Die euforische stemming, binnen maar ook buiten de partij, was van meet af aan overtrokken. De burgemeester van Amsterdam zou vast de nieuwe premier worden, was een gedachte die bij menigeen postvatte.

Dat jaar werden er vervroegde verkiezingen gehouden, noodzakelijk geworden doordat toenmalig CDA-leider Balkenende en Bos er niet in slaagden hun kabinet overeind te houden. In de verkiezingscampagne bleek al dat Cohen niet de gedroomde kandidaat voor de PvdA was. De mediacratie vergt lijsttrekkers die vlotter van de tongriem zijn gesneden dan Cohen bleek te zijn. Authenticiteit is niet per se een lucratieve kwaliteit in een verkiezingsstrijd.

Cohen boekte voor zijn partij het op een na slechtste verkiezingsresultaat uit de geschiedenis. Dat werd hem vergeven, omdat peilingen lange tijd nog slechtere uitslagen in het vooruitzicht hadden gesteld. Diezelfde peilingen brachten de PvdA vervolgens alleen maar nieuwe dieptepunten en veel chagrijn in de partij.

In de Tweede Kamer bleek de fractievoorzitter niet het juiste antwoord of de juiste houding te vinden tegenover het grove geweld van de PVV.

Cohens vermogen om ‘de boel bij elkaar te houden’, zoals hij dat zelf uitdrukte, bleek zelfs tekort te schieten om de onrust in de PvdA-fractie in de Tweede Kamer te beteugelen.

Hij laat een partij in ontreddering achter, die zoekt naar een koers waarmee ze zich weet te profileren ten opzichte van electorale concurrent SP, zonder haar principes te verloochenen. Dat is een moeizaam proces.

Met dezelfde waardigheid als waarmee hij destijds zijn kandidatuur aankondigde, maakte Cohen gisteren in Amsterdam zijn afscheid als politiek leider en als Kamerlid bekend. Hij trok uit zijn eigen mening dat hij „onvoldoende effectief” is gebleken, de juiste conclusie.

De grootste oppositiepartij moet nu een nieuwe leider zien te vinden. Die zoektocht overstijgt het partijbelang. In een parlementaire democratie heeft een krachtige oppositie een vitale functie. Het is daarom te hopen dat de PvdA iemand weet te vinden die over de kwaliteiten beschikt die voor deze rol nodig zijn.

Commentaren geven het standpunt van de krant, op basis van discussies tussen commentatoren.