Je verwarmen aan de föhn

In Griekenland wordt hard bezuinigd. Vooral de middenklasse wordt getroffen. Elke dag voelt aan als een koude winterdag.

Ik kijk niet meer naar het nieuws. Elke dag voelt aan als een koude winterdag. We zien hetzelfde drama op ons scherm – crisis, bankroet, de drachme, werkloosheid, neerwaartse spiraal – en het wordt steeds ontmoedigender om aan te zien.

Voor mensen die niet in Griekenland wonen, staan de beelden van de rellen op straat in schril contrast met de culturele beeldvorming die sinds de jaren zeventig gebruikelijk is. Oudere vrouwen in het zwart, mannen die trictrac spelen in cafés, zwarte koffie, ouzo, heerlijk eten en mooie stranden.

En nu? Wat hebben we nog te bieden aan het ‘fastfoodtoerisme’ dat is voortgekomen uit onze unieke cultuur? Behalve grote schulden en een allesoverheersend gevoel van somberheid: heel weinig.

Om een idee van de invloed op ons dagelijks leven te geven: om op de rekening te besparen zetten mensen hun centrale verwarming uit. Een vriendin vertelde me zelfs dat ze bij haar thuis soms even snel de föhn gebruiken om warm te blijven. Ze kunnen zich geen dure verwarmingen op diesel meer veroorloven. Waarom gebruiken we eigenlijk diesel in een land met wind, zon en rijke geothermische energiebronnen?

Het staatselektriciteitsnet gebruikt nog altijd bruinkool – zoals bekend een van de meest inefficiënte brandstoffen. Dit tekent de geringe verandering die hier plaatsvindt. Er verandert nooit iets – hoogstens ten kwade.

Sinds de bezuinigingen in werking traden, sluit het ene bedrijf na het andere. De werkloosheid is van 11 procent in 2011 omhooggeschoten tot het huidige niveau van 21 procent, en stijgt nog steeds.

In mijn directe omgeving ken ik drie mensen die hun baan zijn kwijtgeraakt en iemand die acht maanden niet is uitbetaald. Het valt hem moeilijk om rond te komen. Om de kosten te drukken, is hij met zijn vriendin naar een kleinere flat verhuisd.

Een van de drie heeft werk gevonden, tegen een sterk verlaagd salaris. „Ik ben terug op het niveau van de jaren negentig”, zegt hij. Een vriend die een drukkerij had, werkt als bewaker, voor 600 euro per maand. Velen denken erover om te emigreren.

Hier komen nog de belastingaanslagen bij – steeds weer nieuwe. Een paar maanden geleden moest ik 600 euro – het maandelijkse basissalaris in Griekenland – aan ‘solidariteitsheffing’ betalen. Eerst zei de regering dat dit een eenmalige betaling was, maar de vrees bestaat dat het niet bij deze ene keer zal blijven.

Ik verdiende vorig jaar een respectabel salaris, maar ik nam ontslag om mijn eigen bedrijf te beginnen en dat is nog niet winstgevend. Toch moest ik wel die heffing betalen.

Daarna volgde een ‘bijzondere belasting’ voor iedere onroerendgoedeigenaar – al naar gelang de locatie en de grootte van het bezit.

Ik bezit een kleine flat, dus ik was hier ‘maar’ 500 euro aan kwijt, maar het viel me moeilijk – en vele anderen met mij – om boven op mijn hypotheek deze nieuwe rekening te betalen.

Uit de wijze waarop de nieuwe belasting werd ingevoerd, blijkt dat de overheid wist hoe impopulair ze zou zijn. Dus werd de eigendomsbelasting via de elektriciteitsrekening geheven.

Bij wanbetalers werd de elektriciteit afgesloten. Wat de één besparing noemt, noemt de ander afpersing.

Volgens de middenklasse is zij voortdurend het kind van de rekening. De mensen die zich niet voor het belastingstelsel kunnen verbergen, zijn een gemakkelijk doelwit. De rijken zetten hun geld op buitenlandse rekeningen, maar kleine bedrijven schrijven geen rekeningen uit. Hierdoor kan de fiscus onmogelijk hun inkomsten nagaan.

Een vriend van me verhuisde laatst naar een flat waar het een en ander aan gedaan moest worden, maar de schilder, de elektricien en de loodgieter wilden geen van allen een schriftelijke factuur uitschrijven.

Zo worden we telkens gepakt.

Belastingen gaan ten koste van de middenklasse, maar laten de systeemfouten onaangeroerd. Bovendien is er, ondanks de vele politieke schandalen, nooit iemand gestraft met ‘diepe zakken’ of goede connecties. Dit gevoel van onrecht maakt de bevolking woedend.

Het probleem is dat er geen licht is aan het eind van de tunnel. De Grieken zien weinig vooruitzichten en geen plannen tot groei. En er is weinig te kiezen tussen de politieke partijen.

Als de Europese Unie zich echt om de Griekse schuld zou bekommeren, waarom praten we dan niet over een verlaging van onze defensie-uitgaven? Volgens de Grieken komt dit doordat de EU-landen profiteren van de lucratieve defensiecontracten.

De meeste Grieken zullen beamen dat het land behoefte heeft aan een fiscale herstructurering en een automatisering van het belastingstelsel om de corruptie te verminderen, dat de bureaucratie moet worden teruggedrongen en dat er een ondernemingsvriendelijk klimaat moet worden ingevoerd, waarin niemand twee weken in de rij hoeft te staan en ontelbare ambtenaren één papier moeten stempelen. Maar de huidige maatregelen worden door de Grieken alleen maar als hardvochtig, oneerlijk en onhoudbaar gezien.

Als mensen in hun bezit worden getroffen, blijven ze niet zwijgen. Griekenland zal zijn stem verheffen en zijn schuldeisers zullen niet blij zijn met de gevolgen die deze instabiliteit zal brengen.

Onze leiders en de EU dragen ook de verantwoordelijkheid om het Griekse volk duidelijk te maken hoe zij de toestand denken te kunnen verbeteren – hoe ze denken werkgelegenheid te scheppen en de efficiëntie te bevorderen en de belastingontduiking aan te pakken.

Er is een Grieks spreekwoord dat luidt ‘de hoop sterft het laatst’, maar willen wij deze collectieve angst ooit overleven, dan moeten we een bron van hoop vinden – en wel snel.

Paul Kidner begon onlangs een bedrijfje in Athene. Hij is geboren in de Griekse hoofdstad. Zijn vader is Engels, zijn moeder Grieks. Na veertien jaar in het buitenland te hebben gewerkt, keerde hij vier jaar geleden terug in Athene. © Yahoo! News.

    • Paul Kidner