Ik was rekenonderzoeker

„Op de universiteit zei ik: ik heb maandelijks een concert. In het orkest zei ik: ik heb een halve baan op de universiteit. De waarheid is: ik had heel lang twee banen tegelijk.

„Ik speel bas en viola da gamba. Ik zat in barokorkesten onder Ton Koopman, Frans Brüggen, Gustav Leonhardt – de top. Maar je moet blijven oefenen, blijven studeren, en dat redde ik niet.

„Muziek is geweldig, maar ik wilde ook altijd iets maatschappelijks doen. Na studies pedagogiek en klinische kinderpsychologie ben ik gepromoveerd op rekenonderzoek. Tien jaar onderzoek gedaan naar optellen en aftrekken onder de 100, en hoe jongens en meisjes hoofdrekenen. Heel leuk, geweldig interessant! Jongens zijn kritischer, bedenken zelf strategieën. Meisjes zijn braver en doen wat de juf zegt.

„Mijn promotie was het begin van de neergang. Er kwam een nieuwe hoogleraar, ik paste niet in haar plaatje. Roddel, achterklap. Zeven jaar heb ik in conflict gelegen. Onder professoren, inderdaad. Op raadselachtige wijze verdween mijn plek aan de universiteit. Dit red ik niet, dacht ik. Ik heb me ziek gemeld en onderhandeld over een vertrekregeling. Ook mijn relatie ging stuk, maar dat stond hier los van.”

    • Hans Wammes