Ik kan goed tegen kou en slecht weer, dus daar heb ik voordeel van

Komend weekend begint het Noord-Europese wielerseizoen traditioneel met de eendaagse wedstrijd Omloop Het Nieuwsblad op zaterdag en zondag volgt de semiklassieker Kuurne-Brussel-Kuurne (KBK). De dertigjarige Nederlander Bobbie Traksel, wielrenner bij Landbouwkrediet, bereidt zich deze week voor op de KBK, die hij won in 2010.

1Die overwinning van twee jaar geleden was de grootste zege in je carrière. Je levert jouw beste prestaties in het voorjaar, hoe komt dat?

„Ik kan goed tegen slecht weer en kou. Dat soort omstandigheden ligt mij goed, als het heel warm is, ben ik minder. En ik kan mezelf in de winter goed motiveren om te trainen, daardoor ben ik in het voorjaar direct in vorm.”

2Twee jaar geleden was het erg slecht weer tijdens Kuurne-Brussel-Kuurne. Slechts 26 van de 198 renners die waren gestart, haalden de finish. Hoop je nu ook op slecht weer?

„ Kuurne is al een lastige koers. We fietsen dwars door Vlaanderen en moeten constant draaien en keren, we rijden over kasseienstroken en er zitten pittige klimmetjes in het parcours. Dat slechte weer was een extra aanslag op je lichaam, ik kan daar als een van de weinigen goed tegen. Misschien ligt het er ook aan dat ik altijd blijf koersen. Als je je achter in het peloton verschuilt, krijg je het koud. En naast je zitten dan altijd wel een paar renners te puffen, dat is niet goed voor je moraal. Als je in de aanval bent, ligt je hartslag hoger, stroomt je bloed sneller en daardoor krijgen je spieren geen kans om te verkrampen. Natuurlijk vind ik het niet het leukst om in de kou te rijden. Ik heb er gewoon voordeel van.”

3Hoe bereid je je voor op de koers?

„Ik ben nu twaalf jaar beroepsrenner, rij zondag voor de elfde keer Kuurne-Brussel-Kuurne. De route ken ik helemaal uit mijn hoofd. Morgen ga ik met mijn vrouw wel over het parcours rijden. Zij zit dan in de auto en ik rij er op de fiets achteraan, om de snelheid van de koers na te bootsen. Op de kasseien en de klimmetjes ga ik weer hard op kop fietsen.”

4Hoe ziet jouw ideale race eruit?

„Ik hoop op lastige omstandigheden. Het zou bijvoorbeeld goed zijn als de wind slecht staat, dan wordt het peloton langzaam uitgedund. De eerste 80 kilometer is het vrij vlak en wordt er altijd hard gereden, tegen de 50 kilometer per uur. Na de bevoorrading in Geraardsbergen begint de koers meestal. Boven op de Kanarieberg moet ik vooraan zitten, want daarna volgt een gevaarlijke afdaling en een soort sprint naar de Kruisberg. Dat is echt een lastige klim met kasseien, waar de eerste schifting wordt gemaakt. Dan krijg je de Oude Kwaremont en de Côte du Trieux, vervolgens moet je hard doorrijden naar de finish. Als de sprinters terugkomen, ben ik kansloos. Dat gebeurde vorig jaar nog.”

5Deze maand won je het puntenklassement in de etappekoers Ster van Bessèges. Op Twitter werd je direct gefeliciteerd door de Belgische oud-premier Yves Leterme. Een fan?

„Ik kreeg voor het eerst een berichtje van Leterme toen ik Kuurne won, hij was toen zelfs nog premier. Leterme is een wielerfan, maar ik vond het heel bijzonder dat ik als Nederlander door hem werd gefeliciteerd. Sindsdien sturen we elkaar berichtjes over de koers.”

    • Dolf de Groot