Gekoloniseerd Griekenland

Griekenland houdt op een soevereine staat te zijn. De voorwaarden waaronder de Griekse regering een lening van 130 miljard krijgt, laten geen andere conclusie toe. Griekenland staat onder curatele. Niet alleen kan het land niet vrijelijk over het geld beschikken – het wordt geparkeerd op een soort derdenrekening –, ook het toezicht van de Europese Centrale Bank (ECB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zal ingrijpender zijn dan een onafhankelijke natie zou tolereren.

Dat is op zichzelf niet raar. De eurolanden hebben besloten om lidstaat Griekenland voor een faillissement te behoeden. Reddingsoperaties hebben echter altijd een prijs. De burger die bij de sociale dienst om schuldsanering vraagt, verliest zijn greep op de huishoudpot. De stad die zijn begroting niet op orde heeft, wordt in Nederland uiteindelijk onderworpen aan het regime van artikel 12 van de Gemeentewet.

Die vernederende gang naar crediteuren moet Griekenland nu ook maken. En dat heeft die natie aan zichzelf te wijten. Sinds de kolonelsjunta in 1974 en de toetreding tot de Europese Unie in 1981 is geen enkele Griekse regering van links of rechts erin geslaagd een adequaat staatsapparaat op te bouwen. Het gevolg van dit falen is dat Griekenland nu door de rest van Europa wordt gekoloniseerd.

Dat alleen al is niet zonder risico voor de stabiliteit in Griekenland. De analogie gaat ver, maar verduidelijkt wel. De Vrede van Versailles in 1919, waar Duitsland door de geallieerden tot ondraaglijke herstelbetalingen werd gedwongen, pakte averechts uit.

Daarom is het verstandig als landen die bij uitstek als kolonisatoren worden ervaren, ingetogen opereren en geen extra zout in de wonden strooien. Minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) gaf gisteren blijk dat niet te hebben begrepen. Voordat de onderhandelingen over de 130 miljard euro begonnen, pleitte de bewindsman voor een „permanente aanwezigheid van de trojka in Athene”.

Dat was overbodig. Griekenland staat onder curatele en daarom onder continu toezicht van buitenlandse instituties. Volgens Het Financieele Dagblad voegde De Jager er echter ook nog aan toe dat het „niet handig” is dat er in april in Griekenland verkiezingen zijn. Dat moge zo zijn – de kans op onregeerbare machtsverhoudingen is groot – in de politiek en de diplomatie hoeft niet elke waarheid ook uitgesproken te worden.

Het is niet alleen een kwestie van omgangsvormen om een geslagen mens niet verder de grond in te trappen. Het is ook eigenbelang om een vernedering als compromis voor te stellen. Een alles-of-nietshouding, een attitude die kenmerkend is voor zwakke democratieën, voedt wraakzucht. De rekening kan dus op een of andere manier terugkomen.