Geen oorlog, maar witte stranden

Drie christelijke schoolmeisjes onthoofd. Krantenkoppen, zoals deze uit oktober 2005, bepalen nog steeds het beeld van de Indonesische provincie Centraal-Sulawesi. Daar woedde vanaf 1998 een burgeroorlog tussen christenen en moslims, die zeker duizend mensen het leven kostte en meer dan honderdduizend mensen dakloos maakte. Sinds 2007 is het er rustig. Maar de omgeving is wel compleet gesegregeerd geraakt: moslims in Poso, christenen in Tentena.

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken ontraadt nog steeds reizen tussen die twee plaatsen, wegens „aanwijsbare veiligheidsrisico’s” en „een acute levensbedreigende situatie”. Terecht? „Welnee! Niks aan de hand”, zegt de chauffeur van een minibus op die route laconiek, alsof hij die vraag al tientallen keren beantwoord heeft. Zijn passagiers murmelen instemmend. De route van vijftig kilometer is de moeite waard: uitzicht op bosrijk heuvellandschap, rijstvelden, cacaoplantages en ogenschijnlijk niet meer gevaar dan een paar gaten in de weg.

Herson Rare’a (40) runt het bungalowparkje Dolidi Ndano aan het meer van Poso, en hij zit met het Nederlandse reisadvies in zijn maag. „Het is hier al vijf jaar veilig, maar het toerisme keert maar heel langzaam terug.” Hij wil zijn enige klant best even rondleiden op de motor: vanaf de weg kijk je neer op het kraakheldere meer, een van de grootste van Indonesië, met schone verlaten stranden. Even buiten het dorp ligt de tientallen meters hoge waterval Salopa, waarin je op verschillende terrassen kunt badderen in koel bronwater.

Tentena zelf is een stoffig vissersdorpje, waar je weinig meer kunt doen dan geroosterd wild zwijn en vleermuis eten op de markt. Er is weinig openbaar vervoer, dus het is handig om een motor te huren voor pakweg 7 euro per dag. Opvallend is dat er alweer drie moskeeën staan, die niet bang zijn om via megafoon op te roepen tot gebed. Moslima Tasnim Jalil (35), die in Poso woont maar in Tentena werkt, voelt zich compleet veilig – „ook al ben ik hier de enige die ik ken met een hoofddoek”.

Poso is oninteressant voor toeristen, zo vertelt iedereen die je er op straat tegenkomt. Toch wil student Engels Gunawan (24) de bezoeker best rondrijden door de omgeving. Er blijken mooie mangrovebossen, koraalriffen en stranden ten oosten van de stad te liggen – compleet verlaten. „Ik woon alleen met mijn moeder, mijn vader is vermoord tijdens de oorlog”, vertelt Gunawan. Zijn huis staat in de wijk waar de gevechten in 1998 uitbraken, met nu nog steeds veel uitgebrande ruïnes. „Soms proberen militante activisten het vuur op te stoken, vorig jaar is hier nog brand gesticht bij een kerk. Gelukkig zijn de mensen nu verstandiger, ze laten zich niet meer opjutten.”