Een kwestie van veel kopen voor weinig

Marcel van Roosmalen bezocht de Huishoudbeurs en leerde er alles over nespresso-cupjes, rimpels en ‘vaginarigheid’. Amsterdam. Mijn moeder was huisvrouw, een uitstervend beroep. De verkoopster had het over ‘het gebied down-under’, alsof het een ver land was Van mijn eigen leeftijd kende ik tenminste niemand die zichzelf zo noemde. Dat lag aan mij, want de

Marcel van Roosmalen bezocht de Huishoudbeurs en leerde er alles over nespresso-cupjes, rimpels en ‘vaginarigheid’.

Amsterdam. Mijn moeder was huisvrouw, een uitstervend beroep.

De verkoopster had het over ‘het gebied down-under’, alsof het een ver land was

Van mijn eigen leeftijd kende ik tenminste niemand die zichzelf zo noemde. Dat lag aan mij, want de afgelopen dagen werd de RAI in Amsterdam overspoeld met duizenden vriendinnen, moeders met dochters en verrassend veel vrouwen van midden twintig die zich gedroegen als mijn moeder. Bij de start van de zoveelste Huishoudbeurs lieten ze zich voorlichten over koken, poetsen, uiterlijk en ‘verlangens’, want er is ook een donkere kant.

Het parkeerterrein voor de RAI stond vol bussen.

Reisorganisatie OAD had een dienstregeling – ‘met extra bagageruimte’ – met plaatsen als Boekel, Boxmeer, Den Bosch, Eindhoven, Erp, Gemert, Heesch, Helmond, Mill, Nijmegen, Oirschot, Oss, Schijndel, St. Michielsgestel, Tilburg, Uden, Veghel, Wijchen en Zeeland.

Buschauffeur Ad, die deze week op en neer karde naar Tilburg, rookte shag en vertelde hoe het werkte. Dat ze ’s morgens rennend naar binnen gingen en dat de eersten een half uur later alweer terug waren om volle tassen af te geven. Een bezoek aan de Huishoudbeurs was een kwestie van veel kopen voor weinig geld, proeven en ervaren.

Het eerste wat ik ervaarde, was een miniconcert van René Froger in de grote hal. René droeg een leren jack en deed alsof hij begin twintig was. Tussendoor vertelde hij dat hij regelmatig stofzuigde, een mededeling die met gejuich werd ontvangen. Zijn vrouw Natasja hield van lekker eten, hij kon de vissticks van Iglo aanraden.

Na het optreden volgden we de stroom.

Bij de ‘Kijkdoos’, een kartonnen huis met ramen, was te zien hoe je jezelf met een makkelijk hulpstuk – ‘dat meedraait met alle plooitjes’ – het beste kon ontharen.

De verkoopster – een mevrouw van middelbare leeftijd met een coupe soleil – had het over ‘het gebied down-under’, alsof het een vreemd, ver land was.

Moeder en dochter, alle twee in dezelfde jurk met safariprint en beiden behept met dezelfde vervelende irritaties na het scheren, spraken in het openbaar over ‘vervelende pukkeltjes’. De dochter: „Dan ga ik er met de vinger in en dan is het net alsof ik zandkorrels voel.”

De verkoopster, ze had het product zelf ‘tot in den treure’ getest, sprak van ‘vaginarigheid’, een veel voorkomende klacht.

En door.

Naar de stand waar je zelf nespresso-cupjes kon vullen met koffie, een product waar je als ‘flinke koffieleut’ op jaarbasis al gauw 1.000 euro mee kon besparen.

Even verderop smeerde Mark, een kale verkoper met een zijden shawl, gezichten van vrouwen vol met ‘slakkenslijmgel’, een product dat ‘Sylvie van der Vaart’ ook enorm had geholpen.

„Ook geschikt voor mannen”, zei Mark en drukte een kwak op mijn voorhoofd.

Zelf deed hij het driemaal daags.

„Nul rimpels meer.”

Maar hij rook wel een beetje raar, en hij glom.

Tussen de vrouwen dwarrelden verkoopteams van De Telegraaf, mannen in pakken met kranten onder de arm en van buiten geleerde grappen.

„Wilt u de nieuwste foto’s zien van prins DiepFriso?”, vroeg er een, waarna hij een wit vel liet zien.

Bij de ‘Food-sector’ vielen de activiteiten in het Honig-huis, schuin achter de ‘Bon-Bon-Bloc-Hut’, op. Er stonden twee tafels met drukknoppen. Na het eten van een kop kippensoep streden twee vriendinnenteams onder leiding van een kale quizmaster om prijzen als ‘een jaar lang gratis soep’.

De beslissende vraag in de finale was: ‘Wat eten kinderen liever, sla of sperzieboontjes?’

Overleg aan de tafels.

Een wat oudere vrouw, moeder van vier kinderen, drukte namens team A op de knop.

„Sperzieboontjes!”

De quizmaster: „Fout! Sla!”

Verontwaardiging bij team A.

Groot feest bij team B.

Het ‘We are the Champions’ werd ingezet.

Aan de andere kant van het Honig-huis was het dringen voor de speciale beursaanbieding: drie producten in een oranje Honig-shopper voor drie euro.

Dinie, een op het oog normale vrouw uit Lunteren: „Doe er maar honderd!”

Haar man, gewapend met een bezemsteel, reeg de tassen aan de stok en haastte zich daarna met volle stok richting de auto op het parkeerterrein.

Dinie: „Snel, snel!”

Hij: „Ja, ja..”

Het ging allemaal de kelderbox in.

„In de zomer, tijdens de braderie, verkopen we ze voor 6 euro”, zei de man toen hij buiten, voor uitgang K, even een shagje rookte. De mobiele telefoon ging. Zijn vrouw. Of hij op wilde schieten? Ze stond daar maar te staan met tachtig Honig-tassen en ze moesten nog zoveel.

We keken hem na, sleutelbos aan de riem, moeilijk lopend vanwege een operatie, een stok over de schouder met daaraan twintig tassen waarop de tekst ‘Aan Taaaaa-fel!!’ was geprint.

De man achter de huisvrouw, een zwaar bestaan.

    • Marcel van Roosmalen