De Tweede Kamermuis was met pindakaas als lokmiddel gevangen

Vorige maand kwam een muizenplaag op het Binnenhof in het nieuws. Er was sprake van overlast en de knaagdiertjes werden fanatiek bestreden. Dit leek mij een buitenkans om een serie Tweede Kamermuizen te verwerven voor het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, waar ik werk. Haagse muizen ontbraken sowieso in de collectie, laat staan exemplaren van zo’n aansprekende locatie als het vaderlandse parlementsgebouw. Een Kamermuis zou naadloos passen in onze groeiende verzameling dode-dieren-met-een-verhaal, die wordt aangevoerd door de inmiddels legendarische Dominomus.

Voor mijn verzoek belandde ik uiteindelijk bij de afdeling voorlichting van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De voorlichter slikte even voordat hij mij antwoordde: „Ik ga het navragen. Wij bellen u terug.” Nog dezelfde dag bereikte mij het officiële standpunt inzake dode muizen: ‘De Tweede Kamer stelt ongedierte, dode beesten en ander afval niet beschikbaar aan derden, ook niet voor collecties.’ Duidelijke taal. Mijn hoop was toen gevestigd op parlementariërs en kamerklerken die een dode muis naar buiten zouden willen smokkelen. Diederik Samsom bood zijn hulp aan, maar twitterde „Nou, als ik er één aantref. Maar die kans is klein, hoor. De vallen worden hier consciëntieus ‘geleegd’.” Er volgde een maand stilte rond de Tweede Kamermuis.

Tot vorige week onze kinderoppas een pakketje aanpakte van een persoon die nadrukkelijk anoniem wenst te blijven. Het was een dikke dienstenvelop van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (model TK-9), beschreven met de verheugende mededeling ‘Hierbij „de Kamermuis”.’ Het poststuk bevatte inderdaad een muis, nog in de klapval die het diertje had genekt.

De muis is nu geprepareerd en opgenomen in de museumcollectie onder nummer NMR 9990-3072. Sectie wees uit dat het een verder gezond jong vrouwtje van de huismuis (Mus musculus) is. Haar maag bevatte broodresten, ze was met pindakaas als lokmiddel gevangen in een professionele muizenval van het type Snap-E®.

Het Natuurhistorisch is de anonieme schenker zeer dankbaar. In de wandelgangen wordt de gulle gever inmiddels liefkozend ‘Deep Throat’ genoemd. Mijn enige twijfel over de herkomst van de muis die ik via Radio Rijnmond mocht communiceren, berust op de vangmethode: de Partij voor de Dieren had er namelijk voor gezorgd dat de dodelijke klapvallen waren vervangen door diervriendelijke inloopvallen. Prompt meldde Deep Throat zich weer met een dienstenvelop op mijn deurmat, met het fotografische bewijs dat er nog steeds klapvallen gebruikt worden in het Kamergebouw.

Conservator Natuurhistorisch Museum Rotterdam

    • Kees Moeliker