De nieuwe lichting houdt van kitsch en de bouwmarkt

Lizzie Fitch / Ryan Trecartin with Rhett LaRue, t/m 11 maart bij Showroom Mama, Witte de Withstraat 29-31, Rotterdam. Wo-zo 13-18u. Inl: showroommama.nl

Verveeld hangen de meisjes voor de camera, half uitdagend. „Bitch”, zeggen ze terwijl ze een kokette pose aannemen, „shit”. Het is het soort beelden dat je vindt in de donkerste krochten van YouTube: meisjes die op hun tienerkamers de grotemensenwereld naspelen – „I’m into the third world now” – in een verlangen zichzelf vorm te geven, op te vallen, beroemd te zijn. Tegenwoordig kan immers iedereen een mediapersoonlijkheid zijn, sinds je met smartphone jezelf filmt en voor de eeuwigheid – of zoiets – online zet. De American Dream ligt binnen handbereik net als elke andere app.

Maar deze film trekt wel echt alle denkbare effecten uit de kast: de meisjes dragen schmink en pruiken, worden omgeven door glitters, vervormd met special effects. Het is het belangrijkste stuk van de tentoonstelling van Ryan Trecartin, Lizzie Fitch en Rhett LaRue in Showroom Mama. Dit zijn drie jonge Amerikaanse kunstenaars met een gezamenlijke hobby: warenhuizen en bouwmarkten afstruinen. Misschien komt dat ook wel door waar ze vandaan komen, niet uit culturele hotspots New York of LA, maar uit landelijk Texas. Hun readymades uit de koopjescorners stallen ze uit in Mama: vazen van 2 dollar, sierkussens met een goudprintje, nepbont, of een oorspronkelijk wel sjiek Burberryruitje. Dit is de materiële kant van de Amerikaanse droom: iedereen kan zich omringen met de luxe van massaproductie.

En ja, dat heeft natuurlijk een keerzijde. Luxe is cheap. In deze tentoonstelling vol verlangen en teleurstelling staan bouwsels van bordkarton en meubelstukken. In bouwmarkten kopen Fitch en Trecartin geveldelen voor behuizingen die nostalgie uitstralen naar tijden dat de houtnerf nog niet van plastic was. Dit alles staat in Mama samengeknutseld op een vloerbedekking die ook al boekdelen spreekt: bruin kantoortapijt, neutraal, praktisch, een fletse verworvenheid die is opgerukt naar elke stad ter wereld.

Mama begon ruim tien jaar geleden, jong en brutaal, street art te promoten. Inmiddels hebben grotere instellingen graffiti opgepikt, dat zijn meest vernieuwende tijd wel gehad heeft. Mama ging zich bezinnen op een nieuwe koers met thema’s die ze trashiness en the darkness of culture noemt. Daar past deze expositie in: ook jong, ook kunst als middel om je tot de grote boze buitenwereld te verhouden.

Dat andere instellingen niet Mama de Europese primeur hebben afgesnoept komt misschien wel doordat deze Amerikaanse rijzende sterren geen kunst maken waar je graag naar kijkt. Sterker nog, het is spuuglelijk. Vooral de film doet pijn aan je ogen en oren met zijn ADHD-montagetechnieken vol kleureffecten en smurfenstemmetjes. Trashiness, inderdaad. Maar ook gemaakt met een energie die liefde voor al die kitsch verraadt.

Wat dit drietal doet, klinkt bekend. Confronteren met lelijkheid, consumentisme en media op de hak nemen: allemaal al gedaan. Maar hier is meer aan de hand dan het bekende verhaal van verval en vervreemding. Dit gaat over een nieuw soort maakbare wereld, van een nieuwe generatie die niet passief tv kijkt, maar zichzelf profileert. De meisjes in de film kijken zelfverzekerd en camerabewust. Maar als je langer kijkt – voor wie dat volhoudt – ziet dat er in feite niets gebeurt. De personages hangen rond, in scènes met bedden en honkbalknuppels, objecten die vragen om actie.

Ook dat is een portret van deze tijd: daar ben je dan, voor de camera, waar miljoenen je kunnen zien, met alle spullen die je wilde kopen.

This is it, en wat doe je dan? Helemaal niets.

    • Sandra Smets