Dat is knap kleren maken

Hoe werkt de wereld van ontwerpers, modehuizen, pr-bureaus, gebakken lucht en haute couture? ELLE-hoofdredacteur Cécile Narinx schreef er het boek Geluk is een jurk over.

Een student met een paraplu die haar bij de auto opwacht en haar van show naar show brengt zodat zij – tussen Fendi en Prada door – even snel een mueslireep kan eten, een telefoontje kan plegen of de ‘neus kan poederen’. Het is niet eens een luxe, een auto met chauffeur tijdens de modeweken van Parijs of Milaan, maar noodzakelijk. En zonder die student is een dagje catwalkshows niet fatsoenlijk door te komen: „Als je met zweetplekken op Mephisto’s bij een show aankomt, denken ze ook ‘wat een stelletje Bataven daar uit Holland’”.

Ondertussen snapt Cécile Narinx (41), ruim zeven jaar hoofdredacteur van de Nederlandse ELLE, hoe de wereld van ontwerpers, modehuizen, pr-bureaus, gebakken lucht en haute couture werkt. Ze schreef er het boek Geluk is een jurk, de modewereld van binnenuit over. Het boek is een bundeling van eerder verschenen editorials, interviews en columns die Narinx maakte voor ELLE en de VARAgids en speciaal voor het boek geschreven schoenenabc’s, opiniestukken en portretten van modekopstukken als designer Yves Saint Laurent of stijlicoon en legende Diana Vreeland.

Niet per se een boek voor de trouwe ELLE-lezer, dat zou volgens Narinx preken voor eigen parochie zijn. Wel voor mensen die nieuwsgierig zijn naar de modewereld. Narinx’ oudste zus bijvoorbeeld die in Maastricht woont, één keer in haar leven heeft gevlogen en nooit helemaal heeft begrepen wat haar zus nou precies doet.

Narinx werkt sinds 1997 op de redactie van ELLE. Tien jaar geleden redigeerde ze de verhalen in het blad en maakte ze passende koppen bij de fashionshoots. De kleding vond ze mooi, maar de echte ophef die gepaard gaat met de mode-industrie begreep ze nog niet helemaal.

Toen ze in 2003 hoofdredacteur van ELLEgirl was, ging ze voor het eerst naar de shows in Parijs. Zonder uitnodiging, maar met een vastberaden collega lukte het haar de show van Prada binnen te komen. Op haar slippers – omdat dat makkelijker rennen was vanaf de metrohaltes – stond ze ergens achteraan. Ze zag niet veel, maar dat wat ze meekreeg, maakte voorgoed iets in haar los. „Ik hoor de muziek nu nog. Die show was een soort initiatierite. Dat een modeshow zo mooi is en zo’n stoot energie kan geven, dat was verrassend.”

Een tweede openbaring kwam toen Narinx voor het eerst een echte designerjurk aantrok; een Versace. Ze was net benoemd tot nieuwe hoofdredacteur van ELLE en liet zich door twee collega’s meenemen naar Azzuro in de P.C. Hooftstraat. „Ze droegen me op om niet naar de prijs te kijken. Pas toen ik de jurk aanhad, voelde ik het verschil. Hoe een goed gemaakte jurk dat wat je niet van Moeder Natuur hebt gekregen, kan suggereren en dat wat je te veel hebt, kan verbloemen. Dat is knap kleren maken.”

Tegenwoordig hoeft niemand haar te dwingen een designerstuk te kopen. Al vindt ze zichzelf nog steeds geen big spender. „Ik zal voor Nederlandse begrippen behoorlijk veel geld uitgeven aan kleding. Maar het is ook mijn werk. En ik probeer de uitgaven altijd te rechtvaardigen. Dat ik iets mag kopen omdat het in een outlet is, of omdat ik een editors discount krijg, of omdat mijn dochter het later nog kan dragen.”

Lachend legt ze ook het door haar bedachte systeem uit waarbij ze tegenover ieder duur item een goedkoper item zet. Zoals de goedkope leren rok die ze vijf minuten voor het interview bij de H&M kocht: die heft mooi de dure rok op die ze vorige week op de luchthaven van Kopenhagen aanschafte. „Zo heb ik twee rokken voor een gemiddelde dat nog wel aanvaardbaar is.”

Dat mode vaak duur is, is iets wat Narinx als hoofdredacteur van ELLE op ieder verjaardagsfeestje weer moet verantwoorden. Net als de dunne modellen die de catwalks en modebladen sieren. In Geluk is een jurk ageert Narinx in een van haar opiniestukken tegen het heersende idee dat de mode-industrie eetproblemen en anorexia veroorzaakt.

Dat een vrouw die ELLE leest zich zou spiegelen aan de modellen in het blad, ‘herten van een jaar of zestien die nog geen vrouwenvet of heupen hebben’, vindt Narinx absurd. „Toen ik bij ELLEgirl zat, was ik me enorm bewust dat de jonge lezeressen erg beïnvloedbaar zijn. Maar van de ELLE-lezeres verwacht ik dat ze snapt dat een model een soort kledinghanger is die alles past.”

Ook over het gebruik van Photoshop moet volgens Narinx niet zo krampachtig worden gedaan. „We shoppen alles! Zelfs de prachtigste modellen kunnen marmeren benen hebben op een foto. Het doel is om het plaatje zo mooi mogelijk te maken.” Dus, zo geeft ze ruiterlijk toe, is ook haar eigen foto op de cover van Geluk is een jurk geshopt. Er zijn wat vouwen uit de jurk gehaald, haar arm is iets strakker en haar gezicht wat opgelicht. „Als het beter kan, dan doe je dat. In een culinair tijdschrift zijn de soufflés toch ook niet ingezakt en de pizza’s aangebrand?”

En daarbij, meent Narinx, je hoeft geen bladen te lezen als deze je frustreren. Dat doet ze zelf ook niet. „Andere vrouwen dromen misschien weg bij een mooi gedekte tafel in Libelle. Mannen bij mooie auto’s die door de Schotse hooglanden rijden. Ik word heel blij van mooie foto’s van mooie mensen in mooie kleren. Heerlijk. Maar woonbladen, die lees ik niet. Al die opgeruimde woonkamers, zo ziet die van mij er in het echt nooit uit.”

boek

Geluk is een jurk, van Cécile Narinx

Bertram + De Leeuw, €18,95, morgen in de winkel.

    • Anke Meijer