Boeddhistensport

Wintersport geldt als een gezinsvakantie bij uitstek. Het kan anders: een weekje mediteren voor ouders en kinderen in een boeddhistisch klooster in Duitsland. Wilfred Takken

Kleine, kaalgeschoren Vietnamese vrouwen en mannen in bruine pijen met daaroverheen goudgele sjerpen flankeren in lotushouding het gangpad, met op het eind het beeld van Boeddha. Achter hen de lange westerse gasten, vooral Duitsers en Nederlanders, ook in lotushouding, met dekens omgeslagen. Kaarslicht, stilte – het ziet er fantastisch uit.

Wij begroeten het nieuwe jaar in een boeddhistisch klooster in het Duitse dorp Waldbröl. Geen drank, dans, tabak, vuurpijlen. Dit keer wachten wij in gewijde stilte. Zonder klok. Hoe lang duurt de stilte? Geen idee, maar dat is ook het idee. Hier en nu, innerlijke rust, even niets. Ik richt mijn aandacht op mijn ademhaling. Best moeilijk. Pal tegenover me zit een rij jonge Vietnamese zusters. Zouden ze eigenlijk aantrekkelijk zijn? Moeilijk te zeggen met die geschoren schedels en vormeloze pijen. Bovendien een verstorende gedachte, die ik liefdevol laat varen.

Met mijn gezin ben ik op familieretraite bij Vietnamese zenboeddhisten. Als ik bij aankomst het lawaai hoor van de schreeuwende en rondrennend kinderen in de eetzaal bedenk ik dat de woorden ‘familie’ en ‘retraite’ moeilijk samengaan. De zusters en broeders – ze zijn overwegend jong, heel anders dan hun stokoude katholieke collega’s – leven hier in rust en stilte. Komen die verwende westerse kinderen de stilte verscheuren? De monniken vinden het niet erg. Ze zien kinderen als natural born buddhists. Daarom hebben kinderen ook een speciale positie, vooral bij de zusters, die graag een baby op schoot en wat kleuters bij de hand nemen.

Het klooster EIAB (Euopean Institute of Applied Buddhism) ziet er weinig kloosterachtig uit. Het ongezellig ogende gebouw met de neoclassicistische nazigevel is ascetisch ingericht. Eerst was het een kazerne en daarvoor een nazihotel en een krankzinnigengesticht. Wij krijgen een slaapzaaltje voor vijf. We eten met zijn allen in de eetzaal. Heerlijke vegetarische buffetten, twee keer per dag warm. Ook aangenaam is de vaste dagindeling. Je hoeft je nooit te vervelen en je hoeft ook nooit te denken: wat zullen we nu weer eens gaan doen.

Dit is een van de kloosters van Thich Nhat Hanh (1926), leider van de zenboeddhistische stroming die ‘mindfulness’ heeft voortgebracht. Dat is een methode voor westerse stadsmensen met stress, pijn, slapeloosheid en verwante problemen. De Amerikaanse psycholoog Jon Kabat-Zinn heeft de zenboeddhistische ideeën en oefeningen van Thich Nhat Hanh losgeweekt van de religie en ze geschikt gemaakt voor gebruik in de psychologie. Mindfulness is in de mode. Je kunt boeken van Thich Nhat Hanh en zelfhulpboekjes als Mindfulmama nu zelfs vinden op de bestsellertafels van de AKO.

Bij Thich Nhat Hanh, die hier Thay (leraar) wordt genoemd, krijg je wel de religie erbij, maar wel een die pasklaar is gemaakt voor de westerse markt. Er is geen god. Er is zelfs opvallend weinig Boeddha. In de meditatiehal staat wel een beeldje, maar aan de zijkant. Alleen op het eind wordt hij even begroet. Thay heeft gezegd: „De ziel bestaat niet.” Dat is een gepeperde uitspraak voor een religieuze leider en voor mij een geruststelling. Ik krijg hier geen onzin te horen over reïncarnatie. Wat mij ook aanspreekt: Thay wil niet dat zijn leerlingen zich in zichzelf keren. Hij wil dat ze de wereld intrekken om zich nuttig te maken, bijvoorbeeld in de hulpverlening en met bevordering van de wereldvrede. Niet dat ik mij ooit nuttig maak, maar ik juich het toe als anderen dat doen.

De eerste keer dat ik mijn wenkbrauwen frons is als een zuster betoogt dat kinderen druk zijn omdat ze in een drukke omgeving zitten. Van nature zijn ze rustig en aandachtig. Ik geloof er niets van, de mijne niet in ieder geval. Maar ik moet zeggen: na een paar dagen wordt het rustiger in de eetzaal. Soms komt een zuster langs om op de klankschaal te slaan. Donggggggg. Dan is het even helemaal stil. Ook slaat om het kwartier een truttige Duitse klok. Dan is iedereen ook even stil. Mooi symbool van de symbiose van Oost en West. Dit is namelijk de omgekeerde missie. Vanuit het Oosten komen de Vietnamese missionarissen om de westerse barbaren te bekeren, met boeddhisme-light.

Thay houdt het simpel en dat maakt zijn leer aantrekkelijk: adem in, adem uit. Van mediteren word je rustig en mild. Je slechte eigenschappen moet je niet verwerpen of ontkennen, maar liefdevol omarmen. Als je aandachtig leeft, als je alles met toewijding doet, heb je minder last van opwinding, woede en somberheid. Onder ‘alles’ vallen juist de dagelijkse dingen die je geneigd bent onnadenkend af te raffelen: tanden poetsen, afwassen. Vandaar dat de corvee die we in het klooster doen ook een vorm van meditatie is.

Mijn mindfulness-lerares in Amsterdam vertelde dat ze in haar begintijd met weerzin een wc stond te boenen. Toen kwam een Vietnamese non langs die zei: „Zuster, wist je dat je de wc kunt schoonmaken alsof je de Baby Boeddha in bad doet?” Dat is nu mijn favoriete zenspreuk, helaas weinig toepasbaar. En niemand snapt hem. De zuster bedoelde: als je de plee liefdevol schrobt, wordt dat net zo leuk als je dikke babyprins in een lauwwarm badje laten zakken.

Ik geloof nergens in en ik hou niet van kwakzalverij. Wat doe ik dan hier? Ik ben gekomen omdat ik heb gemerkt dat ik minder last heb van chagrijn en zelfhaat als ik mediteer. Ik wil minder gejaagd leven. En ik wilde eens een ander soort vakantie uitproberen. De kinderen krijgen een eigen programma waardoor wij ouders even rust hebben. Angst dat ze mijn kinderen hersenspoelen heb ik niet. Bloemen tekenen, stil zitten, ademhaling tellen, lief zijn – heel zoet en redelijk allemaal.

Als ouder kun je een programma van vijftien uur per dag volgen, van ochtendgymnastiek om half zeven – tai chi, yoga en iets met stokken – tot avondmeditatie. Maar de monniken zijn makkelijk. Als je wilt uitslapen, is dat ook best. De aanhoudende schending van de huisregels over rustig lopen en niet praten, corrigeren ze nauwelijks. Hier heerst een weldadig gebrek aan dogma’s en dwang.

Mijn grootste zorg was dat ik tussen de zweefkezen zou komen. Gelovigen die altijd glimlachen en iedereen laten uitspreken. Maar dit zijn mensen zoals u en ik, eigenlijk. Hoogopgeleid, aangenaam gezelschap. En allemaal worstelen we met hetzelfde probleem: werk, kinderen en huwelijk combineren.

Iedere ochtend is er wandelmeditatie. Ook lopen kun je namelijk mindful doen, met aandacht voor hoe je het ene been voor het andere zet. Dus wandelt de groep in stilte heel langzaam door het park. Thuis, in het Rembrandtpark, had ik last van schaamte bij deze meditatie. Het ziet er raar uit, de slow motion wandelclub. Maar hier in Waldbröl kan ik er volop van genieten. Vooral met mijn zoon van vier aan de hand. Hij maakt met zijn vuistje het gebaar van ‘krik krak, mond op slot’ dat hij op school heeft geleerd. Dan fluistert hij hard: „God is een Barbapapa. Toch?”

    • Wilfred Takken