Bescherm de belegger

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: bancaire zorgplicht.

Nederland, Stramproy, 17-03-2011 Filiaal van de rabobank in Stramproy. Foto: Joyce van Belkom Joyce van Belkom

Pas op gladde vloer. Dat moeten banken tegen hun klanten zeggen bij risicovolle beleggingen. En de bank die onvoldoende onderzoek doet naar de financiële situatie van de belegger en hem niet genoeg waarschuwt voor de risico’s van risicovolle beleggingstransacties, handelt in strijd met haar bancaire zorgplicht.

Een financieel dienstverlener is, volgens toezichthouder AFM, verplicht te kijken of een klant genoeg van het product weet. Hij moet onderzoeken of deze ervaring heeft met het product en veel of weinig risico’s wil nemen. Ook moet de bank/verzekeringsmaatschappij vragen wat de financiële positie is van de klant en wat hij met het product wil gaan doen.

Als een bank dit niet doet, kan dat tot grote verliezen leiden, waarbij de rekening bij de bank wordt gepresenteerd. Dat blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad begin van deze maand.

De zaak: een ondernemer had een eigen bedrijf in sportartikelen en liet zich uitkopen door zijn compagnon. De opbrengst wilde hij gebruiken voor zijn pensioen. Hij liet dit vermogen beleggen door de Rabobank en koos daarbij bewust voor zeer risicovolle transacties. Na liquidatie van de effectenportefeuille in oktober 2002 was van de oorspronkelijke inleg van ruim 1.270.058,46 euro nog slechts 107.523,54 euro over.

De ondernemer stelde de bank aansprakelijk voor de financiële schade. Hij vond dat de bank tekort was geschoten in de naleving van de bancaire zorgplicht. Onder verwijzing naar eerdere uitspraken stelt de Hoge Raad dat op de bank een „bijzondere zorgplicht” rust jegens de ondernemer als particuliere belegger.

De Hoge Raad vindt dat de Rabobank vooraf onderzoek had moeten doen naar de financiële mogelijkheden, deskundigheid en doelstellingen van de ondernemer. De bank had hem moeten waarschuwen voor de bijzondere risico’s die aan de handel in opties en futures waren verbonden, én voor het feit dat de voorgenomen beleggingsstrategie niet paste bij zijn financiële armslag, zijn risicobereidheid en zijn deskundigheid.

De klant koos bewust voor een risicovol profiel, maar had – volgens het arrest – tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen. In haar verweer wees de Rabobank erop, dat de cliënt „over een grote mate” van deskundigheid beschikte. Hij bezocht de bank vaak, niet om haar te raadplegen „maar om overleg te voeren en zijn zin door te drijven”.

In het arrest wijst de Hoge Raad de vordering toe en wordt de Rabobank veroordeeld tot vergoeding van 1.134.187,30 euro, het verlies op de oorspronkelijke inleg.

De bank had in cassatie wel succes met de klacht dat het hof de omvang van de schade niet gelijk had mogen stellen aan het totale door de ondernemer geleden vermogensverlies. Als de bank dan tekort was geschoten (zoals de Raad oordeelt), dan moest de schade volgens haar worden berekend door een vergelijking te maken tussen de situatie waarin de klant zich thans bevindt, en die waarin hij zich zou hebben bevonden als de bank haar zorgplicht (conform het oordeel van de Hoge Raad) zou hebben vervuld. De beurskoersen waren in de betreffende periode sterk gedaald, zodat de ondernemer hoe dan ook – ongeacht de gekozen beleggingsstrategie – verlies zou hebben geleden. De Raad honoreerde dit bezwaar van de bank.

De bancaire zorgplicht is voor een belangrijk deel gebaseerd op ongeschreven recht. De rode draad in arresten van de Hoge Raad is dat nadrukkelijk wordt gekozen voor de bescherming van de particuliere belegger, zegt Kasper Jansen, cassatieadvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.

Jansen hoopt over twee maanden aan de Universiteit Leiden te promoveren op een proefschrift over informatieplichten. Hij verwijst onder meer naar een uitspraak uit 2003, waarin de Hoge Raad oordeelde dat de bank de cliënt had moeten beschermen tegen de gevaren die zijn verbonden aan eigenzinnigheid.

„De Hoge Raad kiest in zijn arresten bewust voor bescherming van de particulier”, zegt Jansen „waarbij de Raad nadrukkelijk oog heeft voor de besteding van het geld”. Vooral wanneer het rendement bedoeld is als oudedagsvoorziening is de Hoge Raad, volgens Jansen, „extra alert”.

Cees Banning

Suggesties voor deze rubriek aan ecorecht@nrc.nl

    • Cees Banning