Alleen huisartsen onbezorgd achter de geraniums

Alle pensioen- fondsen hebben last van de lage rente en de stijgende levensverwachting. Maar het ene fonds is het andere niet.

Redacteur Sociale Economie

Rotterdam. De huisartsen mogen allerlei geldsores aan hun hoofd hebben, voor hun pensioen hoeven ze niet te vrezen. Het pensioenfonds van de huisartsen is een van de financieel gezondste van Nederland.

De dekkingsgraad van het huisartsenfonds ligt met 131 procent ver boven de minimale norm van 105 procent. Zelfs de ‘gezonde’ norm van 125 procent overschrijdt het fonds. Dat mag een prestatie heten na vijf jaar crisis op de financiële markten en een historisch lage rente.

Hoe uitzonderlijk die dekkingsgraad is, blijkt uit de financiële situatie van de andere pensioenfondsen. Van de 442 pensioenfondsen kondigden 103 gisteren aan in 2013 te korten op de pensioenen, als de situatie op de financiële markten aan het einde van dit jaar niet is verbeterd.

De meeste fondsen hebben last van de extreem lage rentestand. Daardoor zijn hun verplichtingen (alle toekomstige pensioenen) enorm gestegen. Ook hebben de fondsen last van de snel stijgende levensverwachting. Van álle fondsen, ook die met een relatief hoge dekkingsgraad, is de dekkingsgraad gekelderd.

Toch doen sommige fondsen het duidelijk beter dan andere. De piloten van KLM hebben bijvoorbeeld een goed pensioen. Net als de bankiers van de Rabobank, ING, Fortis en SNS Reaal. Het is opvallend dat zich onder de meest solide fondsen relatief veel financiële instellingen bevinden.

Verder is het personeel van de multinationals Shell, Exxon Mobile, IBM en Unilever gezegend met een pensioenfonds met een relatief hoge dekkingsgraad. Net als de deelnemers in de fondsen van de Spoorwegen en de Koopvaardij.

De dekkingsgraad van deze beste fondsen varieert sterk, van 108 tot 131 procent. Sommige van deze fondsen bevinden zich dus ook al dichtbij de minimale dekkingsgraad van 105 procent. Zodra een fonds daaronder komt, moet het een herstelplan indienen bij De Nederlandsche Bank. DNB ziet toe op de gezondheid van de fondsen. Dit om te voorkomen dat deelnemers door wanbeleid een lege pensioenpot aantreffen.

Waarom doen deze fondsen het beter dan andere? Het antwoord is tweeledig. Eén: de deelnemers of de sponsor (het bedrijf) van deze fondsen legden relatief veel geld in. Twee: de fondsen dekten het risico op een rentedaling of een daling van de aandelenkoersen af. De fondsen waren risico-avers, zoals dat heet. Ze betaalden veel geld om zich te beschermen tegen slechte tijden.

Het klinkt zo logisch als wat. Leg veel geld in en je hebt een goed pensioen. Koop voor veel geld derivaten die uitbetalen bij koersdalingen en je hebt een pensioen dat waardevast blijkt in slechte tijden.

Mooi voorbeeld is het pensioenfonds van de Rabobank. Het had in 2007 een riante dekkingsgraad van 167 procent. Maar het fonds vroeg zich af wat er gebeurt als zich ernstige schokken in het financiële systeem zouden voordoen.

Na studie bleek dat het fonds vooral kwetsbaar was voor een gelijktijdige daling van de aandelenkoersen en de rente. Om zich tegen dat risico te verzekeren, kocht het fonds een hybride optie, een ingewikkeld financieel instrument dat bestond uit diverse opties en andere derivaten zoals een swap.

Die hybride optie had als nadeel dat als de rente niet zou dalen en de aandelenkoersen bleven stijgen, het fonds relatief slechter zou presteren dan andere fondsen. Toch kocht het pensioenfonds de optie. Nu heeft het Rabobank-pensioenfonds een dekkingsgraad van 115,7 procent.

Ook de pensioenfondsen van KLM dekten de risico’s van een daling van de aandelenkoersen en de rente af. De piloten van KLM hebben bovendien veel premies betaald. Hun pensioenfonds staat er dan ook beter voor dan het pensioenfonds van het cabinepersoneel.

Het is een rode draad onder de best presterende fondsen: vaak hebben ze toegang tot geld. De rijke oliebedrijven Shell en Exxon bijvoorbeeld stortten geld bij toen de dekkingsgraad van hun fonds daalde.

Wat betreft geld verkeren bedrijfstakpensioenfondsen in een moeilijker positie dan ondernemingspensioenfondsen en beroepspensioenfondsen. Bij de fondsen die het pensioen verzorgen van een hele bedrijfstak ligt de premie vast. Die is tot stand gekomen na onderhandelingen tussen verschillende bedrijven en vakbonden, en dus niet zomaar te wijzigen.

Een goed pensioenfonds is een kwestie van een goed uitgedacht pensioencontract, zegt Theo Kocken, hoogleraar risicomanagement en pensioenexpert van adviesbureau Cardano. Het huisartsenfonds noemt hij voorbeeldig: zo moet het. „De deelnemers voelen zich zeer betrokken bij elkaar en bij het fonds. In het bestuur zitten jonge en oude artsen. Een relatief groot deel van de ingelegde premies gaat naar de buffer van het fonds en niet naar harde rechten van deelnemers. Zo’n fonds komt niet snel in de problemen.”

Je kunt niet zomaar de conclusie trekken dat fondsen met een hoge dekkingsgraad beter worden bestuurd of superieur hebben belegd, zo waarschuwen pensioendeskundigen Lans Bovenberg (Universiteit van Tilburg) en Paul Duijsens (adviesbureau Mercer). Sommige van deze fondsen stonden er voor de crisis al veel beter voor dan andere fondsen, en zijn nu net zoveel gekelderd.

Duijsens: „Het afdekken van bijvoorbeeld het renterisico heeft goed uitgepakt, maar dat is achteraf. Als de rente juist heel erg was gestegen, hadden andere fondsen een hogere dekkingsgraad gehad. Helder beleid en ernaar handelen, dat is belangrijk.” Bovenberg: „Is deze uitkomst geluk of wijsheid? Ook geluk speelt een belangrijke rol. Met wijsheid achteraf is het makkelijk praten. Als er nu hoge inflatie was geweest, hadden deze fondsen het vaak juist slecht gedaan.”

Kocken ziet het anders. De solide fondsen hebben er bewust voor gekozen minder rijk te zijn in goede tijden om zich te beschermen tegen slechte tijden. „Dat noem ik robuust beleid.”

Dat ook de beste pensioenfondsen er niet altijd superrobuust voor staan, komt door de snelle stijging van de levensverwachting. De dekkingsgraad van de KLM-pensioenfondsen daalde bijvoorbeeld met 15 tot 20 procent doordat piloten en cabinepersoneel langer leven dan voorzien. Zonder de gestegen levensverwachting hadden veel fondsen niet hoeven korten, stelt de Pensioenfederatie. Ook betekent een hoge dekkingsgraad niet dat de fondsen de pensioenen kunnen indexeren, dat wil zeggen: aanpassen aan de inflatie. Dat kan het pensioenfonds van de Rabobank (dekkingsgraad 115 procent) bijvoorbeeld niet.