Shoppende Chinezen malen niet om Japans dure munt

Cijfers over de wereldeconomie zijn er dagelijks. Het verhaal daar achter vertellen onze correspondenten, elke maandag vanuit een ander land.

Met een diepe buiging én een salarisverlaging van dertig procent begon Yoshihiko Noda aan zijn werk als minister-president van Japan. Passende gestes van een politiek leider wiens voorbeeld in het Westen nog geen navolging heeft gevonden. Groot politiek voordeel boekte Noda daar niet mee, want de overgrote meerderheid van de Japanse werknemers moesten zelf ook salarisverlagingen incasseren.

De gebruikelijke winterbonussen werden in zeventig procent van de Japanse ondernemingen, groot en klein, niet uitgekeerd en in vrijwel alle sectoren zijn bedrijfsleiders van plan ook de basissalarissen dit jaar te verlagen. Slecht nieuws voor alle sectoren die afhankelijk zijn van de binnenlandse consumptie, die 60 procent van de economie omvat.

En aan die stroom van somber nieuws over Japan lijkt geen einde te komen. Voor het eerst sinds 1980 boekte Japan de exportkampioen van weleer, in januari een handelstekort (18,7 miljard dollar), er werd meer geïmporteerd dan geëxporteerd. Voornaamste redenen: de dure yen en de noodzaak meer gas en olie te importeren nu de 54 kerncentrales zijn stilgelegd voor inspecties.

2012 is dan wel begonnen, het rampjaar 2011 (tsunami, ‘Fukushima’) is nog niet afgesloten. Tegen die achtergrond valt het eigenlijk nog mee dat de derde economie van de wereld in 2011 met ‘slechts’ 0,9 procent kromp. Er wordt wel gezegd dat Japanners structurele pessimisten zijn en dat klopt vaak. Zet een paar Japanse economische journalisten bij elkaar en ze vinden hun land een Aziatisch Griekenland, zeker als de cijfers over de staatschuld (225 procent, 1.055 miljard dollar) en vergrijzing over tafel gaan.

En toch klopt dat beeld niet. In Tokio of Osaka valt altijd weer op hoe welvarend Japan is: mensen zijn goed gekleed, rijden in de nieuwste auto’s en gaan uit in prijzige restaurants. De zestien restaurants met Michelinsterren in Tokio (Parijs heeft er maar tien) zitten altijd vol.

En er zijn ook andere cijfers die het sombere beeld nuanceren. Niet zo heel verwonderlijk, want de werkloosheid is met 4,2 procent laag. Tegenover torenhoge staatsschulden staan aanzienlijke buitenlandse bezittingen ter waarde van 3.300 miljard dollar. Immers tussen 2002 en 2008 groeide het bbp met gemiddeld 2,1 procent. Japan profiteert bovendien veel meer dan de VS en Europa van de export naar China en heeft daardoor ook na de januaricijfers een overschot op de lopende rekening.

Sinds ’89 steeg de export naar China met een factor veertien en de handel met het ‘Land van het Midden’ bedraagt nu zo’n 200 miljard dollar. In China gelden het label ‘Made in Japan’ en ‘Designed in Japan’ als aanbeveling. Het verklaart ook waarom Chinese middenklassers graag gaan shoppen in Tokio of Osaka, steden op nog geen anderhalf uur vliegen van Peking en Shanghai. In de grote warenhuizen van de Ginza is het Mandarijn de tweede taal geworden.

Of Noda 2012 ook zal afsluiten met een zelf opgelegde salarisverlaging is de vraag. Als hij dit jaar ook zijn beloning koppelt aan zijn prestaties en hij de Japanse economie doet groeien, komt hij mogelijk in aanmerking voor opslag. Japanse (en ook Chinese) economische denktanks, de onderzoeksafdelingen van de zakenbanken en de Japanse overheid denken dat 2012 een jaar zal worden waarin de economie met 2 en misschien wel 2,2 procent zal groeien.

Dat is in de eerste plaats het gevolg van de investeringen (zo’n 150 miljard dollar die gefinancierd wordt met een belastingverhoging) in de wederopbouw van de weggevaagde steden en dorpen in het noordoosten. Ook de grote exporteurs hebben zich hersteld van de tsunami en binnenkort treden enkele kerncentrales weer in werking. En daarnaast blijft Japan profiteren van voortdenderend China.

Oscar Garschagen