Opgevreten door de roem

Eigenlijk is roem voor niemand gezond. Niet voor degene die aanbeden wordt, en ook niet voor de aanbidder. Waarom smachten we er toch naar?

A Filipino fan writes a message on a tribute wall for the late American singer-actress Whitney Houston that is displayed inside a mall in Manila February 15, 2012. Houston was found underwater in a bathtub in a Beverly Hills hotel on Saturday, according to police who have declined to speculate on the cause of her death at age 48. REUTERS/Romeo Ranoco (PHILIPPINES - Tags: ENTERTAINMENT SOCIETY OBITUARY) REUTERS

‘Shall I be her?”, vraagt Marilyn Monroe, gespeeld door Michelle Williams in de film My Week With Marilyn (2012). Onderaan de trap kijkt een groep fans haar smachtend aan en plots verandert het meisje in de verleidelijke diva Marilyn Monroe. Met wiegende heupen en uitdagende blikken windt ze de fans om haar vingers. Omdat ze het niet laten kan.

Diep ongelukkig is Marilyn in de film, gebaseerd op het boek van de jonge regieassistent Colin Clark die in 1956 een romantische week met de superster doorbracht. Ze zwelgt in onzekerheid, schaamte en paranoia. Clark wil dit prachtige, hulpeloze wezen redden uit de destructieve greep van de roem, maar begrijpt niet wat de kijker allang doorheeft: ze is verslaafd aan de adoratie van haar fans.

Marilyn Monroe stond aan de wieg van de moderne celebritycultuur, die gewone stervelingen kan opblazen tot halfgoden. En zoals Monroe in de jaren 50 vooropliep in de ontluikende cultus rond supersterren, gaf ze ook in haar dood – een overdosis slaapmiddelen, vermoedelijk zelfmoord – het voorbeeld.

Michael Jackson. Amy Winehouse. En nu Whitney Houston. Het zijn de laatste leden die zijn toegetreden tot het pantheon van te vroeg gestorven sterren. Net als bij Monroe was er drugs in het spel. Michael Jacksons verslaving aan slaapmiddelen werd hem fataal. Amy Winehouse weigerde „no, no, no” in rehab te gaan, en dronk zichzelf dood. De zaterdag begraven Whitney Houston verdronk ofwel in bad nadat ze te veel medicijnen had geslikt, of overleed aan een combinatie van kalmeringspillen en alcohol – de precieze doodsoorzaak is nog niet bekend.

En net als bij Marilyn Monroe is de populaire mening dat uiteindelijk de roem hun ondergang werd. Drugs waren de directe doodsoorzaak. Maar die drugs zouden de gekwelde idolen nodig hebben gehad om de druk van het sterrendom het hoofd te kunnen bieden.

Zijn Michael, Amy en Whitney inderdaad gestorven aan de roem? Die gedachte verklaart wellicht waarom de dood van een superster zoiets genadeloos tragisch heeft. We hebben ze boven zichzelf uit zien stijgen, we hebben ze zien vallen, en uiteindelijk zagen we dat ze met hun leven betaalden voor de roem die ze van jongs af aan zo hartstochtelijk hebben nagejaagd.

Iedereen wil geliefd zijn. Maar sommige mensen net iets meer dan anderen. Dat is in de psychologie de gangbare verklaring voor het verlangen naar roem. Om beroemd te worden heb je niet alleen talent nodig, maar ook een sterk verlangen naar erkenning, zegt hoogleraar klinische psychologie Jan Derksen, van de Radboud Universiteit Nijmegen. „Zonder narcisme geen roem.”

Narcisme wordt in de psychologie omschreven als doorgeslagen eigenliefde, meestal veroorzaakt door verwaarlozing in de jeugd. Op latere leeftijd probeert het kind het gebrek aan liefde en aandacht uit zijn jeugd te compenseren, en ontwikkelt het grootheidsfantasieën en een obsessie met het eigen uiterlijk. Als kind kreeg Michael Jackson het te verduren van zijn vader, die hem emotioneel en fysiek mishandelde. In een interview met Oprah Winfrey vertelde Jackson dat hij als kind vaak huilde uit eenzaamheid en moest overgeven als zijn vader in de buurt was.

Narcisme kan ook ontstaan door te trotse ouders. Het is niet ondenkbaar dat Whitney Houston aan deze variant leed. Ze werd geboren in een muzikaal gezin, waar haar talent snel werd ontdekt en gestimuleerd. Ze stond op vroege leeftijd op het podium en voor een kind dat continu wordt toegejuicht kan het moeilijk zijn om later afstand te doen van het applaus.

Sigmund Freud beschreef narcisme als eerste, maar hij had het idee van een ander: de grote Romeinse poëet Ovidius. Ovidius dichtte over het tragische lot van Narcissus, de mooie jongeling die verliefd werd op zijn eigen spiegelbeeld in het water, en wegkwijnde bij een vijver omdat zijn geïdealiseerde zelf onbereikbaar bleek.

„Het probleem van roem”, zegt Derksen, „is dat de liefde van de fans is gericht op een imago, een geïdealiseerde persoonlijkheid. En daarom kan het voor de beroemdheid moeilijk zijn om een gewoon mens te zijn, die zijn tekortkomingen heeft leren accepteren.” Voor beroemdheden die net als Narcissus verliefd zijn geworden op hun spiegelbeeld kunnen drugs volgens Derksen een middel zijn om met de scheurtjes in het zelfbeeld om te gaan.

De Amerikaanse psychologen Mark Young en Drew Pinsky onderzochten het verband tussen roem, drugsverslaving en narcisme. Uit de tests, waaraan zij tweehonderd beroemde Amerikanen onderwierpen, bleek dat zij 17 procent hoger scoren op de zogenaamde ‘narcismeschaal’ dan de gemiddelde Amerikaan. En veel vatbaarder zijn voor alcohol- en drugsverslaving.

Narcisme hoeft geen slechte eigenschap te zijn, zegt Derksen. In zijn boek Zijn we wel narcistisch genoeg? (2007) beschrijft hij hoe de samenleving in toenemende mate narcistisch wordt, maar daarvan ook de vruchten plukt: narcistische mensen zijn vaak creatiever, kunnen boven zichzelf uitstijgen, maken hun ambities waar. Pas wanneer een beroemdheid niet in staat is het eigen narcisme te relativeren wordt het gevaarlijk. „Vooral in het begin van hun carrière zijn sterren kwetsbaar voor de verleidingen van de adoratie”, zegt Derksen. „Eigenlijk zou roem altijd begeleid moeten worden.”

Maar ook later in de carrière maakt roem kwetsbaar. Voor iemand die zijn identiteit ontleent aan roem is niets beangstigender dan roem verliezen, om te worden teruggeworpen op het gewone, onvolmaakte zelf. Over Sigmund Freud wordt gezegd dat hij maar twee keer in zijn leven is flauwgevallen: beide keren toen zijn reputatie op het spel stond.

Dat mensen hevig kunnen lijden onder roem, is in veel psychologisch onderzoek beschreven. Sterker nog, aldoor bejubeld worden is levensgevaarlijk. Zeker in de muziekindustrie. Britse onderzoekers deden in 2007 statistisch onderzoek naar de overlevingskansen van artiesten in de Virgin Top 1000 Albums aller tijden. Daaruit bleek dat pop- en rocksterren een tweemaal grotere kans hebben te overlijden dan hun leeftijdsgenoten in dezelfde bevolkingsgroep. De onderzoekers ontdekten dat sterren in de eerste vijf jaar van hun roem zelfs driemaal vaker overleden dan mensen van dezelfde leeftijd, sekse, nationaliteit en etnische achtergrond.

Een Amerikaans onderzoek onder honderd beroemdheden uit verschillende disciplines – acteurs, sporters, muzikanten – wees uit dat sterren bijna vier keer vaker zelfmoord pleegden dan de gemiddelde Amerikaan. Hun levensverwachting bleek bijna vijftien jaar lager te liggen dan wat gemiddeld is in Amerika. „Beroemd zijn is ontzettend stressvol”, zegt Derksen. De druk om te presteren is enorm, de vele optredens zijn doodvermoeiend, de fans genadeloos. Zelden brengt roem het geluk waar het in de eerste plaats om te doen was. En toch blijft roem voor velen zo ongeveer het hoogste wat je in het leven kan bereiken. In de talentenshow The Voice Kids wordt de jonge deelnemers vaak gevraagd waarom ze mee doen. „Om beroemd te worden”, antwoorden de kinderen steevast. Het verlangen om geliefd te worden, om iets te betekenen in de wereld is een onverwoestbare natuurkracht.

Maar waarom zijn wij stervelingen geneigd anderen te vereren? Waarom voeden we de fantasie dat het publieke imago van een beroemdheid overeenkomt met zijn ware zelf?

Net als de wens zelf vereerd te willen worden is verering van anderen volgens de psychologie uitgesteld kinderlijk gedrag. Het voert terug tot het idealiseren van de ouderfiguur. In onze kindertijd hebben we iemand nodig die onverwoestbaar, sterk en intrinsiek goed is, om ons veilig te voelen in een verwarrende wereld. De verering van perfectie geeft troost, en dat is meteen ook een verklaring voor de verering van God en de adoratie van charismatische leiders – van Julius Caesar tot Adolf Hitler: een in de perceptie van het publiek eindeloos goede, superkrachtige figuur die ons veilig doet voelen in een wereld waarin we weinig controle hebben over de natuur, leven, dood en onze tekortkomingen.

De ironie is dat niet alleen veel supersterren diep ongelukkig worden van de onmenselijke verwachtingen van het publiek, maar ook de aanbidders er uiteindelijk weinig mee opschieten. Het in stand houden van een fantasie over ideale, maar onbereikbare beroemdheden, komt met een prijs, schrijft de Amerikaans-Hongaarse psycholoog Mihalyi Csikszentmihalyi. „Tieners bouwen altaren in hun kamer voor filmsterren en popidolen in de hoop dat zij ook eens zo rijk en beroemd zullen worden; weinigen omringen zich met de afbeeldingen van succesvolle ingenieurs of accountants.” Tot aan het begin van de twintigste eeuw stonden in populaire tijdschriften portretten van succesvolle zakenmannen, uitvinders, staatslieden en religieuze figuren – rolmodellen die volgens Csikszentmihalyi veel waardevollere levenslessen hadden te vertellen dan Michael Jordan en Britney Spears. Volwassen worden betekent afscheid nemen van de fantasieën uit je jeugd, maar dat proces wordt volgens Csikszentmihalyi verstoord als jongeren onbereikbare, lege imago’s als voorbeeld nemen.

„Beroemdheid is een masker dat het gezicht opvreet”, schreef John Updike. Hij bedoelde ermee dat na een zeker succes te hebben bereikt, het steeds moeilijker wordt voor een schrijver om zijn eerste meesterwerken te evenaren. De waardering die met de roem komt, maakt hem zwak. Als de schrijver gaat geloven in zijn eigen roem, als hij zijn publieke imago gaat leven, dan is het gedaan met de genialiteit die hij bezat voordat zijn faam de overhand kreeg.

Ook Whitney Houston werd opgevreten door de roem. Haar gloriedagen lagen ver achter haar toen ze in in 2010 in een stadion in Londen haar grootste hit I Will Always Love You zong. Vals. Zonder bereik. De langgerekte uithalen vermeed ze. In niets leek haar stem meer op de misthoorn waarmee ze een miljoenenpubliek veroverde. En toch kon ze het vretende masker waar Updike over schreef niet afzetten. Halsstarrig droeg ze haar oude, onoverwinnelijke imago uit in haar liedjes. Als een hond die voor de deur staat te wachten, terwijl zijn baasje allang is overleden.

Haar ontspoorde privéleven, de overspelige echtgenoot met losse handjes, het drugs- en alcoholgebruik, daar was geen plaats voor in haar muziek. ‘It’s Not Right But It’s Okay’, zong ze in 1999: dichter in de buurt van het accepteren van een verloren liefde kwam ze niet. En: „I crashed down and I tumbled, but I did not crumble/I got through all the pain”, terwijl haar stem kraakte en piepte.

Wat was dit voor pose, vroeg The New York Times? Dit magische denken? John Updike had het wel geweten.

    • Reinier Kist