Occupy Nigeria voert oppositie via het web

Op Eagle Square in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja lijkt de rust weer terug na de rellen over de benzineprijzen eerder dit jaar. Schijn bedriegt. Jongeren protesteren online.

Redacteur Afrika

Abuja. Eagle Square in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja lijkt weer een en al rust en orde. Straatverkopers op slippers proberen in de zinderende hitte kranten en beltegoed te slijten. Gebutste groene taxi’s en geblindeerde Land Rovers van ‘big men’ rijden gebroederlijk naast elkaar over de goed geasfalteerde wegen.

Niets op Eagle Square herinnert nog aan de massale protesten en stakingen van vorige maand tegen de afschaffing van de brandstofsubsidie, tegen de enorme corruptie en het gebrek aan goed bestuur. Tienduizenden Nigerianen, van arme scharrelaars tot advocaten in maatpak, gingen de straat op. Niet alleen in Abuja, ook in veel andere steden. Het land kwam tot stilstand en even was er de hoop dat alles anders zou worden.

Van die hoop is weinig meer over. Veel Nigerianen zijn teleurgesteld in de afloop van de protesten en de populariteit van president Jonathan is sindsdien flink gekelderd. Hij mag de brandstofsubsidie dan deels hebben teruggedraaid, de benzine is nog altijd 50 procent duurder dan voorheen. En het Huis van Afgevaardigden mag dan een taskforce in het leven hebben geroepen om de corruptie in de oliesector te onderzoeken, weinig Nigerianen geloven dat dit tot verandering zal leiden.

Nigeria is geen staat maar een façade, die moet verbloemen dat politici, ambtenaren en zakenlieden schaamteloos de olie-inkomsten plunderen. Volgens schattingen is er tussen 1960 en 1999 400 miljard dollar gestolen. De meeste Nigerianen zien niets terug van al dat oliegeld. Ze leven van een dollar per dag en kampen met een epileptische stroomvoorziening, een gebrek aan stromend water, wegen vol gaten en scholen en ziekenhuizen die op instorten staan.

Sommige commentatoren zagen de protesten als het begin van een ‘Nigeriaanse Lente’. Kan de protestbeweging inderdaad opnieuw een vuist maken tegen de regering?

De prominente activist Shehu Sani denkt van wel. „De protesten hebben Nigerianen wakker geschud. Voor het eerst stonden vakbonden en burgerorganisaties, moslims en christenen, schouder aan schouder tegen de regering. Na dertien jaar democratie, de langste periode uit onze geschiedenis, worden Nigerianen zich bewuster van hun rechten. Ze beseffen dat ze de regering kunnen laten vallen of beleid kunnen veranderen.”

De vakbonden speelden een cruciale rol bij de protesten. Maar op het moment dat de demonstraties op hun hoogtepunt waren, maakten de bonden plotseling een einde aan de nationale staking. Dit haalde de angel uit de protesten. Veel Nigerianen voelen zich verraden door de vakbonden.

Maar het echte verraad komt volgens vakbondsleider Issa Aremu van de regering, „die de protesten en stakingen had kunnen voorkomen door de corruptie in de olie-industrie aan te pakken.”

Het probleem is dat Nigeria geen sterke oppositiepartijen heeft. De vakbonden nemen zo nu en dan die rol op zich, maar niet structureel. Maar sommige analisten zagen ook een positieve ontwikkeling: de opkomst van een groeiend aantal jongerenorganisaties, die snel aan invloed winnen.

Die jongerenorganisaties vormden een losse coalitie onder de naam Occupy Nigeria. Ze gebruikten Facebook, Twitter en andere sociale media om hun onvrede te uiten en protesten te organiseren. Zo vormde internet een uitlaatklep voor ontevreden jongeren (ongeveer 70 procent van de bevolking) die voorheen waren vervreemd van de politiek.

„Mensen van mijn generatie zijn goed geïnformeerd,” zegt de jonge journalist en activist Abdulkadir Alkasim – islamitisch gewaad, modern ringbaardje – die deel uitmaakt van jongerenorganisatie Enough is Enough. „We hebben gereisd, we zitten op Facebook en Twitter, we weten wat democratie is en wat er in de Arabische wereld gebeurt. We kunnen niet stilzitten en dezelfde stront gevoerd krijgen als onze ouders.”

Activisten als Alkasim gebruikten sociale media om hun regering te controleren en ter verantwoording te roepen. Bloggers publiceerden delen van de begroting. „Dat heeft al voor aanpassingen gezorgd. Het grote probleem in Nigeria is het gebrek aan controle, dus doen wij dat.”

Activisten vertaalden de ingewikkelde cijferbrij tot simpele rekensommen, die zelfs de miljoenen straatventers konden begrijpen. „De begroting voor voedsel kwam dit jaar uit op bijna 1 miljard naira (4,8 miljoen euro). Dus zeiden wij tegen de armen op straat: ‘Wist je dat de president vanavond voor 40 miljoen naira heeft gegeten?’ Het maakt hen woedend, want ze hebben zelf net een maaltijd voor 300 naira gehad.”

Toch lijkt de Occupy-beweging te versplinterd en ongeorganiseerd om structurele oppositie te kunnen voeren. Ze wordt bovendien voortgedreven door jongeren uit de middenklasse.

Maar het grootste probleem in Nigeria is de chronische verdeeldheid tussen noord en zuid. Ijaws in het zuiden gingen de straat niet op, want die steunden hun man: president Jonathan. In het noorden wilde Shehu Sani na het einde van de staking blijven demonstreren. Maar na de aanslagen van Boko Haram in Kano vond Sani het onverantwoord om de straat op te gaan. „Er zijn bij demonstraties veel agenten aanwezig en dat kan een aanslag uitlokken. Maar als het probleem met Boko Haram is opgelost, gaan we weer de straat op.”

    • Toon Beemsterboer