Nullijn voor lonen te rigoureus

Nul is nodig, nul is ook genoeg. Dat was de slogan die werkgeversorganisaties in de jaren negentig hanteerden om te bereiken dat de werknemers in Nederland zouden afzien van loonsverhogingen. Dit regelmatig terugkerende pleidooi – in goede tijden en in slechte tijden – is ook nu weer op te tekenen uit de mond van de voormannen van VNO-NCW en MKB Nederland.

Dat hoeft niet de verbazen: als er een cao voor werkgevers zou bestaan, stond daarin de opdracht dat ze de lonen zo laag mogelijk moeten zien te houden, evenals de belastingen en premies. Dat de vakcentrales FNV en CNV zich op voorhand tegen de voorgestelde nullijn verzetten, is evenmin verrassend. Als de loonstijgingen op nul moeten gaan, dan zal dat dus pas mogelijk zijn als onderdeel van een breder sociaal akkoord tussen werkgevers en vakbeweging. ‘Pak dan ook de bonussen en de salarissen van de werkgevers aan’, verluidt het al bij het CNV.

Anders dan voorheen heeft de discussie nu een bijzondere Europese dimensie. Die luidt: een nullijn voor de lonen in Duitsland en Nederland verzwakt de concurrentiepositie van de landen in Zuid-Europa verder. Het is in het belang van Europa en de euro dat juist zij sterkere economieën worden. Economen van het Centraal Planbureau hangen deze theorie aan. Dat levert een zeer aantrekkelijke vorm van solidariteit op: Nederlandse werknemers helpen Zuid-Europa door zelf meer te gaan verdienen.

Dat staat haaks op de opvatting van de werkgeversorganisaties die een „solidaire nullijn” bepleiten. Zij menen dat de ambtenarensalarissen en dus de uitkeringen moeten worden bevroren, en ook de overheidsuitgaven. Anders zal het kabinet er niet in slagen het begrotingstekort onder de verplichte grens van 3 procent te brengen. Uit solidariteit moet de marktsector zich aansluiten bij de nullijn, menen de werkgevers, die in individuele gevallen eenmalige extraatjes genoeg vinden.

Afgezien van het feit dat loonmatiging in een land waarvan de economie in een recessie verkeert een vanzelfsprekend gegeven is, is het pleidooi van VNO-NCW en MKB rigide. Zeker is dat het kabinet belang heeft bij de nullijn voor ambtenaren en uitkeringen. Bovendien zijn het Rijk, de gemeenten en andere overheidslichamen ook werkgevers die bezig zijn tienduizenden arbeidsplaatsen af te stoten; een bezuinigingsoperatie die zich slecht verdraagt met een generieke salarisverhoging

Maar in de marktsector is het beter om de situatie per bedrijfstak te beoordelen. Dat zal in veel gevallen leiden tot de conclusie dat loonsverhogingen er niet of nauwelijks inzitten. Bedrijven die hun winsten zien teruglopen of stagneren, kunnen zich in principe geen hogere loonkosten veroorloven. Maar een algemene nullijn, laat staan een loonmaatregel, is veel te rigoureus. En, nieuw argument dus: slecht voor Europa.