Nieuwe theorie: virussen versnellen hersenziekten

Infecties met bacteriën en virussen bespoedigen de aftakeling van onze hersenen. Met die hypothese komen twee hersenonderzoekers van Harvard University.

Parkinson, alzheimer en zeldzamer hersenondermijnende ziekten: misschien krijg je die wel sneller als je vaak door virussen en bacteriën besmet wordt.

Die hypothese opperden twee hersenonderzoekers van Harvard University vorige week in het tijdschrift Science Translational Medicine. Michela Deleidi en Ole Isacson beschrijven hoe de laatste jaren is ontdekt dat ondersteunende cellen in de hersenen (gliacellen en astrocyten), maar ook de zenuwcellen zelf afweerreacties opwekken, al of niet in reactie op virussen. En dat die afweerreacties de werking van hersencellen verstoren en het herstel van kapotte zenuwverbindingen vertragen. En dat ze de voor het krijgen van herinneren noodzakelijke groei van hersencellen stopzetten. De neurodegeneratieve ziekten kunnen worden gestimuleerd door de werking van virussen zelf, maar ook door de afweerreacties die daardoor ontstaan, schrijven de twee. En vooral mensen met een wat afwijkende afweer, of met een zwakke bloed-hersenbarrière zouden zo eerder slachtoffer kunnen worden van parkinson of alzheimer.

Natuurlijk, er zijn virussen waarvan het bekend is dat ze ernstige hersenontsteking (encefalitis) kunnen veroorzaken. Er zijn ook virussen die zich makkelijk in zenuwen buiten de hersenen vestigen en dan grote lichamelijke schade aanrichten. Het poliovirus is daar een voorbeeld van. Het heeft een voorkeur voor zenuwen die spieren aansturen. Niet tegen polio gevaccineerde kinderen kunnen daardoor de nu bijna vergeten ziekte ‘kinderverlamming’ krijgen. Daar gaat het hier niet om.

De hypothese van Deleidi en Isacson houdt ook níet in dat er een „lineaire relatie bestaat tussen een virale infectie, een hersenontsteking en een daaropvolgende acute manifestatie van een neurodegeneratieve ziekte”. Daarmee houden de twee onderzoekers de mensen buiten de deur die een virale infectie als directe oorzaak van het chronisch vermoeidheidssyndroom zien.

Wat dan wel? Infecties die tijdens het hele leven plaatsvinden kunnen keer op keer kleine gevolgen in de hersenen hebben. En dat kan bij mensen die er gevoelig voor zijn „een grotere snelheid van degeneratie geven dan bij normale veroudering wordt gezien”. Of er iets tegen te doen is, valt te bezien. Deleidi en Isacson stellen aan het eind van hun speculatieve, maar met wetenschappelijke gegevens gevoede artikel droogjes vast dat veel virusziekten nu onbehandeld blijven, terwijl het uit een oogpunt van hersenbescherming goed zou zijn er „hersenbeschermende therapeutische strategieën” tegen te ontwikkelen.

Lang is gedacht dat onze hersenen dankzij de stevige bloed-hersenbarrière tamelijk ontoegankelijk zijn voor virussen. Influenzavirussen, herpesvirussen, arbovirussen (gewone verkoudheidsvirussen) en rotavirussen voelen zich bijvoorbeeld aangetrokken tot de zenuwen buiten de hersenen. Nieuw is dat die virussen toch vaak ook in de hersenen komen.

Ze wijzen op de „dramatische toename” van een vorm van de ziekte van Parkinson die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw gezien is, na de pandemie van de Spaanse griep. En ze halen recente literatuur over het H5N1-vogelgriepvirus aan dat op het ogenblik hardnekkig in Noord-Afrika en Azië rondwaart en incidenteel mensen ziek maakt. Muizen die met H5N1 werden geïnfecteerd kregen verschijnselen die erg op parkinson leken. En hun dopamineproducerende cellen raakten ook aangetast, precies wat er bij parkinsonpatiënten gebeurt.

Het moet gezegd, het artikel waarin Deleidi en Isacson hun hypothese uiteenzetten is een bonte verzameling aanwijzingen. Maar die komen wel uit gedegen en recent wetenschappelijk onderzoek. En de hypothese geeft misschien ooit antwoord op de nog onbegrepen vraag waarom de ene mens parkinson krijgt en de ander niet. Of waarom iemand vroeg dement wordt, en een ander na 100 jaar nog niet. Het zit misschien in een solide bloed-hersenbarrière en een ‘gezonde’ afweer.

    • Wim Köhler