Na een concert zijn er geen verliezers

Met een concert van het KCO werden gisteren in Peking veertig jaar handelsrelaties tussen Nederland en China gevierd.

Het was zo’n mooi plan. Het National Centre for the Performing Arts – een hypermodern concertcentrum dat van buiten oogt als een zilveren reuzenei – badend in oranje licht en een concert door het Koninklijk Concertgebouworkest als kroon op de viering van veertig jaar diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en China.

Maar minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken zegde af en oranje feestlicht, dat bleek hier helaas onmogelijk te realiseren. Maar de Amsterdamse delegatie van PvdA-wethouder Carolien Gehrels (Cultuur, Economische Zaken) en vertegenwoordigers van onder meer KLM, Schiphol en een aantal grote diamantairs kwam wel, en van Chinese zijde waren er veel handelsrelaties en locoburgemeester Lu Wei.

Voor Gehrels en het Amsterdamse bedrijfsleven is de Chinese aanwezigheid van het Concertgebouworkest – recent gelabeld tot ‘The World’s Greatest Orchestra’ – een uitgelezen kans om relaties te fêteren. „Cultuur opent deuren en slaat bruggen waarover je handelsrelaties verder kunt uitbouwen”, zegt Gehrels. Jan Meddens, orkestmanager bedrijfsrelaties: „Als je een relatie meeneemt naar een wedstrijd van het Nederlands elftal, kun je verliezen. Na een concert is er altijd applaus.”

Op de agenda staat het aanwakkeren van Chinees toerisme. KLM, Schiphol en het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen willen dat meer Chinese Europagangers via Schiphol gaan reizen. Nu overnachten er nog ‘slechts’ vijftigduizend Chinese toeristen jaarlijks in Amsterdam, in 2020 zullen honderd miljoen Chinezen jaarlijks in het buitenland vakantie vieren, en dan vooral in Europa. Minstens een tussenstop op Schiphol met bezoek aan een diamantshop is dan een begrijpelijke commerciële ambitie; Chinezen zijn de grootste diamantafnemers ter wereld.

Voor de eveneens met veel relaties aanwezige hoofdsponsors van het orkest, Unilever en ING, is China een groeimarkt. Maar voor de klassieke muziek is dat niet anders. Op dit moment spelen er nog geen Chinese musici in het Concertgebouworkest, „maar over tien, vijftien jaar zal dat zeker veranderd zijn”, aldus artistiek orkestdirecteur Joel Fried. Volgens de voorzichtigste schatting studeren er op dit moment tien miljoen Chinese kinderen viool.

En ook het luistergedrag van het Chinese publiek verwestert snel. „Toen we hier begin jaren negentig kwamen, zaten er families met picknickmanden in de zaal”, zegt violiste Petra van de Vlasakker. Nu luistert het publiek grotendeels geconcentreerd, maar worden voor de zekerheid wel alle spelregels van een klassiek concert (niet filmen, lopen, praten, klappen tussen delen) streng via de intercom opgesomd. Wie zondigt, oogst de priemende infraroodlamp van een suppoost frontaal in zijn gezicht. Even voel je daar dan ook China’s andere gezicht.

Donderdag in CS: reisreportage KCO op tournee in Azië.

    • Mischa Spel