Kritiek en polemiek

Een aandoenlijke vraag. In een gefilmde column op de website van Elsevier vraagt de stem van een jonge vrouw aan columnist Syp Wynia: „Morele verontwaardiging, hebben we dat vaker gezien?”

Aanleiding zijn nationale en internationale bezwaren tegen het Polenmeldpunt van de PVV. Nu wil de stem weten of het brutale fenomeen van morele verontwaardiging nieuw is in de wereld. Nee, zegt Syp Wynia. Het bestaat al langer. Maar je hebt er niks aan. „Als het politieke establishment op morele gronden een supermorele houding gaat aannemen en anderen de maat gaat nemen, dan wint niet het establishment, dan wint degene die de maat wordt genomen.” Dit is, zegt hij, „een ernstige waarschuwing” voor iedereen die neigt tot „een hoogmorele houding”.

Voor mij, als gewaarschuwd mens, dus even geen hoogmorele houding. En al helemaal geen supermorele houding op morele gronden. Wat een bevrijding, nu kan ik zo liederlijk en losgeslagen schrijven als ik wil. In zo’n morele vrijzone verkeren we, als je erover nadenkt, in Nederland al langer. Moraal is in discussies over de toekomst van het land niet populair. Normatieve criteria worden niet gezien als universele, of op zijn minst gedeelde, criteria, maar als partijpolitieke trucs. Reden genoeg om ze af te schaffen. We hebben er niks aan.

Hoe anders is dat in Duitsland. De ernst van de geschiedenis dwingt daar tot aanhoudende reflectie op het handelen van mensen en instituties. Als bondspresident Christian Wulff aftreedt omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan belangenverstrengeling, luidt de eensgezinde toelichting dat de president een politisch-moralische Autorität behoort te zijn. Het opstappen van Wulff heeft natuurlijk ook partijpolitieke consequenties, net zoals het vertrek van minister Karl-Theodor zu Guttenberg wegens een plagiaataffaire, maar de argumentatie eromheen verloopt niet louter langs partijpolitieke lijnen. Men spreekt in koor over integriteit, betrouwbaarheid, principes.

Zo’n gedeelde moraal is onmisbaar als houvast bij het bespreken van politieke verschillen. Een serieuze discussie over tegenstellingen is alleen mogelijk als er collectieve criteria zijn waaraan gerefereerd kan worden, regels die opgaan voor iedereen tegelijk, ongeacht positie of politieke kleur. De behoefte aan zulke universele uitgangspunten bestaat in Nederland ook, je moet er alleen iets beter naar zoeken.

Website GeenStijl, altijd op onverwachte momenten de belangrijkste stem der rede, moppert dat de PVV, de SP en de verdere oppositie zich om het hardst onmogelijk maken inzake de meldpunten voor klachten over Midden- en Oost-Europeanen. De partijen veranderen van standpunt al naar gelang de discussie verloopt. Dit ten koste van de betrokken burgers. „Overlast, concurrentievervalsing, als er maar MOE-landers ingezet kunnen worden voor politiek gewin. Linksom of rechtsom.” De realiteit raakt bij al dit partijpolitieke gekrakeel volledig uit zicht. „Want meldpunten en politiek claimpopulisme doen niks aan de daadwerkelijke overlast. Alle meldpunters terug naar meldpuntië!”

Alleen als je het eens bent over basale principes kun je onderling kritiek uitoefenen. Anders wordt alles polemiek. Zo’n polemische politieke situatie, waarbij naar hartenlust wordt gegooid met taarten en Oost-Europeanen, mag dynamisch lijken, in feite is felle polemiek volledige stilstand. Je neemt kritische geluiden van je opponent geen moment serieus, omdat je ervan uitgaat dat die zijn ingegeven door partijbelangen. Dat wil zeggen dat het leveren, accepteren en pareren van kritiek volstrekt onmogelijk wordt.

Ik kan niet anders zeggen dan dat ik me verveel sinds het aantreden van dit kabinet. Defensiviteit beheerst de gesprekken, oppositiepartijen zijn tegen, gedoogpartners luisteren naar niets, en iedere kritiek wordt gezien als een poging tot polemiek. Geef dan nog maar eens bijtend commentaar, als columnist. Ik vrees dan ook dat ik uit verveling steeds meer ga lijken op onze minister-president. Ook ik praat liefst zo min mogelijk over politieke problemen. Bezuinigingen? „Ik geloof niet dat ik het proces bevorder door daar iets over te zeggen.” Brieven van ambassadeurs, oproepen uit Europa? We negeren ze, Mark Rutte en ik.

Want dat is de consequentie. Als je geen gedeelde uitgangspunten en principes hebt, kun je niet met elkaar praten. De laatste jaren laten politici en pers zich weliswaar terroriseren door de polemiek van de protestbewegingen, maar ze nemen de kritiek geen moment serieus. En als kritiek leveren zinloos is geworden, heb je afscheid genomen van de politiek. Een linke zaak, zeker als de minister-president zich eraan bezondigt.

„Wij, als islamitische toekomstige academici, zullen te allen tijde oproepen tot een kritische houding, met een autonoom denkproces zonder aanzien des persoons, of het nu de politiek, de pers of de VU betreft”, schrijven de studenten, nu de Vrije Universiteit onder druk van de polemiek besloot hun bijeenkomst met een islamwetenschapper af te gelasten.

Een kritische houding! Pas als iedereen die deelt, komt de politiek weer een beetje in beweging.