It takes a Nixon to go to China

‘Nixon gaat naar China’. Ook wel ‘alleen Nixon kan naar China gaan’ en ‘je hebt een Nixon nodig om naar China te gaan’.

Het bezoek van de Amerikaanse president Richard Nixon aan Mao Zedong, leider van de Volksrepubliek China, van 21 tot 28 februari 1972 was zo legendarisch dat deze uitdrukking tot op de dag van vandaag in de Amerikaanse politiek gebruikt wordt. Alleen iemand die een fervent anti-communist was als Nixon kon banden aangaan met communistisch China en door zowel zijn eigen achterban als progressieve politici geprezen worden.

Een grote stap was het. Decennialang stilzwijgen werd doorbroken. China en de Sovjet-Unie waren uiteen gespeeld.

Maar de Amerikaanse president werd bij aankomst door de inwoners van Peking „vrijwel genegeerd”, berichtte NRC Handelsblad op 21 februari. „De duizenden jongens en meisjes die gewoonlijk het immense plein vullen ter begroeting van buitenlandse staatshoofden” wilden eerst zien wat het bezoek van de onbekende leider hun zou brengen.

Niet zo vreemd, de twee landen erkenden elkaar officieel nog niet eens. De NRC-correspondent in Washington E. (Eddy) Lachman schreef op 22 februari dat zo’n 80 miljoen Amerikanen „live and in colour” de aankomst van Nixon in China volgden. In China waren correspondenten nog niet welkom.

Nixon zocht vanaf zijn aantreden in 1969 toenadering tot China, eerst nog omzichtig. Hij moedigde zijn minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger aan om eerst eens via een Poolse bron „het idee te planten dat de Amerikaanse regering de mogelijkheid tot toenadering onderzoekt”. Het vlechten van banden met China zou Kissingers diplomatieke meesterproef worden.

Vorige week was er weer een Chinees-Amerikaans snuffelbezoek. China’s toekomstige leider, Xi Jinping, was op bezoek bij president Barack Obama en reisde door de VS.

    • Rianne Kouwenaar