In Syrië gaat het nu om de vraag: wie bewapent wie?

De geweren worden eerst uit elkaar gehaald en verstopt in sloffen sigaretten en kerosinetanks. Dan worden ze in trucks geladen en door de uitgestrekte, stoffige woestijn van Irak naar de Syrische grens gereden.

Sinds de Syrische opstand in april een gewelddadig karakter kreeg, is de wapensmokkel van Irak naar Syrië toegenomen. Dat blijkt uit de prijs: een kalasjnikov die eerst voor 200 dollar van de hand ging, levert nu 700 dollar op. Het is het spiegelbeeld van de situatie van zes jaar geleden, toen Iraakse milities en terreurgroepen wapens kregen uit Syrië.

De wapens van de Syrische rebellen komen voornamelijk uit Irak, maar ook via Libanon en Turkije lopen smokkelroutes. Het gaat vooral om lichte wapens, maar ook om granaatwerpers en anti-tankraketten.

Welke landen leveren die wapens? Dat is dezer dagen het meest prangende onderwerp in de coulissen van het internationaal-diplomatieke concert rond Syrië. Op de bühne roept de een na de ander op tot een einde aan het geweld in Syrië. Nu eens moet het regime-Assad dat doen, dan weer Assad én de rebellen. In Tunesië komt deze week een nieuwe internationale ‘contactgroep’ bijeen.

Maar bij gebrek aan te verwachten resultaat – regime noch rebellen willen praten – gaat het achter de schermen om pure krachtsverhoudingen. Om wapens dus. En de rebellen kunnen zonder sponsors van buiten niet winnen.

Het regime-Assad is goed bewapend, vooral dankzij Rusland. Tussen 2003 en 2010 is de waarde van de Russische wapenleveranties aan Syrië verdubbeld van 2,1 miljard naar 4,7 miljard dollar. Saoedi-Arabië en Qatar worden er van beschuldigd de rebellen van wapens te voorzien. De Britse premier David Cameron en de Franse president Nicolas Sarkozy zeiden vrijdag dat zij de oppositie graag hulp willen bieden – op voorwaarde dat zij zich verenigt.

Maar wapens aan rebellen leveren is gevaarlijk. Niet alleen wegens het gevaar van escalatie, maar ook omdat wapens zich tegen (de belangen van) hun leverancier kunnen keren, zoals wapenhandelexpert Andrew Feinstein in deze bijlage uitlegt. Zie de wapenreserves in Libië, die nu tot in de Sahel onrust brengen.

Feinstein signaleert dat de formele wapenhandel en de illegale schaduwwereld geheel met elkaar verweven zijn – niet alleen in Rusland, maar ook in het Westen.

Op de mondiale wapenmarkt veranderen overigens de verhoudingen: China komt op als militaire topproducent. Onlangs bleek dat de opbouw van de Chinese militaire macht veel sneller gaat dan gedacht. En in Afrika is China met een marktaandeel van 25 procent al de grootste wapenleverancier.

Op pagina vier en vijf legt correspondent Oscar Garschagen uit er een ‘tikkende tijdbom’ ligt onder China’s ontplooiing. Het land met 1,3 milard inwoners wordt namelijk bedreigd door een demografische catastrofe: na jaren van een-kind-politiek zijn er onvoldoende werkbijen om de vergrijzing te betalen. Bij gebrek aan pensioenstelsel zit er niets anders op dan dat China zo snel mogelijk rijk wordt. Een goede optie is wapenhandel.