'Ik stuitte nog nooit op één schone wapendeal'

Andrew Feinstein, wapenhandelexpert, volgt de Arabische opstanden met zorg. ‘We betalen een hoge prijs voor onze gretigheid om wapens te verkopen’.Juurd Eijsvoogel

Andrew Feinstein author of the book 'The Shadow World, Inside the Global Arms Trade' Andrew Feinstein served as an African National Congress (ANC) Member of Parliament in South Africa for over seven years. He was initially chairperson of the Finance & Economics Committee in the Gauteng Legislature where he assisted in the establishment of a provincial Treasury and a new Economic Affairs Department. Andrew resigned in 2001 in protest at the ANC’s refusal to countenance an independent and comprehensive enquiry into a multi-billion dollar arms deal which was tainted by allegations of high level corruption. His account of the deal, the corruption, its cover up and his attempts to investigate it are the subject of his first book “After the Party: A Personal and Political Journey Inside the ANC”. The fourth edition of this best-selling political memoir was published in the UK in June 2010.

Andrew Feinstein was lid van het Zuid-Afrikaanse parlement voor het ANC, toen hij eind jaren negentig in aanraking kwam met de internationale wapenhandel. Het was een ontluisterende ervaring voor de jonge parlementariër (uit 1964). Inmiddels is hij een expert.

Amper vijf jaar was het ANC aan de macht, toen het nieuwe bewind in 1999 opeens een reusachtige wapenaankoop aankondigde. Na het einde van de apartheid hadden de militaire uitgaven juist omlaag zullen gaan, zodat meer geld besteed kon worden aan bestrijding van de armoede en economische en sociale achterstanden. Maar het nieuwe bewind bleek ruim drie miljard dollar uit te trekken voor gevechtsvliegtuigen, onderzeeërs, fregatten en helikopters.

Van het begin af aan waren er beschuldigingen over smeergeld. „Zoals zo vaak in de wapenhandel ging het niet om de wapens, maar om de betaalde commissies”, zegt Feinstein. Onlangs verscheen zijn boek Handelaren des doods; de internationale wapenhandel – een journalistieke studie over ‘het op één na oudste beroep ter wereld’, aan de hand van een reeks grote wapendeals van de afgelopen decennia.

„We hadden die wapens in Zuid-Afrika helemaal niet nodig. En we gebruiken ze ook nauwelijks. Maar ja, er werd 300 miljoen dollar aan smeergeld betaald. Het ANC verkeerde destijds in grote geldnood, we hadden een verkiezingscampagne voor de boeg en bovendien moesten een heleboel ANC-activisten die jarenlang in ballingschap hadden geleefd nu door de partij onderhouden worden. We hadden vrijwel geen inkomsten en de wapenhandelaren zeiden: wij betalen commissies en dat is een prachtige manier om politieke partijen te financieren. Zo gaan die dingen.”

Als lid van de parlementscommissie voor overheidsuitgaven probeerde Feinstein de vermoedens van corruptie te onderzoeken – maar toen bleek dat het ANC de zaak liever in de doofpot stopte, trad hij in 2001 af. Over zijn tijd als parlementslid schreef hij in 2007 het boek After the Party, nu heeft hij de wapenhandel over de hele wereld in zijn vizier.

„In de meer dan tien jaar dat ik deze sector nu onderzoek, ben ik nog niet één volledig schone, legale wapendeal tegengekomen”, zegt hij in zijn werkkamer in Londen, waar hij tegenwoordig woont.

„Dat komt misschien omdat alles in deze branche zich afspeelt achter een sluier van geheimhouding. Maar het kan ook komen doordat het betalen van smeergeld nu eenmaal in het DNA van de wapenhandel zit.”

Is er niet een wezenlijk verschil tussen de officiële handel, zeg de verkoop van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen aan Saoedi-Arabië, en schimmige deals tussen kleine wapenhandelaren en zwakke staten?

„Dat dacht ik eerst ook. Maar naarmate mijn onderzoek vorderde, besefte ik dat de formele handel en de illegale schaduwwereld volledig met elkaar verweven zijn. Ze zijn van elkaar afhankelijk. De grote ondernemingen, die technologisch geavanceerde wapensystemen maken, gebruiken de spelers uit de kleine illegale handel voor duistere klusjes. De Saoedische wapenhandelaar Adnan Kashoggi bijvoorbeeld deed in de jaren zeventig en tachtig werk voor concerns als Lockheed. Tegelijkertijd overtrad hij wapenembargo’s van de Verenigde Naties door over de hele wereld wapens aan opstandelingen te verkopen.

„En het Britse BAE Systems, een van de drie grootste defensiebedrijven ter wereld, liet zich bijstaan door de Zimbabwaanse oud-rugbyspeler John Bredenkamp, die op de sanctielijst van de VS en de Europese Unie staat omdat hij een vriend van Mugabe is. Zulke figuren kijken namens de grote bedrijven aan wie smeergeld betaald moet worden, en hoeveel. Ze zorgen vervolgens dat het geld daar ook terecht komt. En ze houden een deel voor zichzelf. Of het nu gaat om grote of kleine zaken, om officiële handel of de zwarte markt: corruptie zit in de structuur van deze industrie.”

Waarom is het arme Afrika zo’n lucratieve markt voor de wapenhandel?

„Afrika werkt als een magneet op de wapenhandel. De koloniale geschiedenis en de gewapende bevrijdingsstrijd die in verschillende landen is gevoerd, spelen een rol. Bovendien was het continent tijdens de Koude Oorlog toneel van bloedige oorlogen. Nog steeds zijn er veel fragiele staten, waar nauwe banden bestaan tussen politiek en misdaad. Alles bij elkaar levert dat al decennia een situatie op waarvan wapenhandelaren massaal kunnen profiteren. Er zijn enorme hoeveelheden wapens in omloop. De ironie is dat westerse landen die daar lucratief zaken gedaan hebben, er ook last van krijgen. Neem de situatie in Libië, waar de NAVO-interventie vorig jaar moest beginnen met het vernietigen van de wapens die NAVO-landen zélf aan Libië geleverd hadden. Bovendien hadden ze zoveel materieel aan Gaddafi verkocht, veel meer dan hij gebruiken kon, dat hij heel veel wapens opgeslagen had. Toen de opstand uitbrak werden de opslagplaatsen geplunderd. Zo zijn allerlei gevaarlijke wapens op de internationale zwarte markt terechtgekomen – zoals van de schouder af te vuren luchtdoelraketten die verkeersvliegtuigen kunnen neerhalen. Dat is een ernstig gevaar. Voor onze gretigheid om wapens te verkopen moeten we een hoge prijs betalen. Het is een klassiek probleem in de wapenhandel, maar we leren er nooit van.”

Als een land zich wil verdedigen heeft het wapens nodig. Is de enige optie dan om af te dalen in die wereld van dubieuze deals?

„Je moet je als land eerst afvragen welke spullen je écht nodig hebt. Ten tweede moet je erop staan dat alle transacties transparant zijn, zodat het publiek kan zien wat je doet, welke leveranciers een offerte hebben gedaan, hoe hoog die is, en wie er optreedt als tussenpersoon tegen welke vergoeding. Ten slotte moet je compensatieorders niet laten meewegen bij je besluit bepaalde wapens aan te schaffen. Bedrijven die zeggen voor elke honderd dollar aan wapens die je koopt investeer ik 120 dollar in je economie, maken zich schuldig aan een vorm van omkoping. Het is een manier om relaties van politici aan zakelijke buitenkansjes te helpen, maar het vertroebelt de afweging. Als je aan die drie voorwaarden vasthoudt, kan je aanschaffen wat je voor je veiligheidsbeleid nodig hebt, zonder dat de burger of de belastingbetaler ontevreden hoeft te zijn. Maar de politieke wil ontbreekt in de meeste landen. Want zowel industrie als politici profiteren van de huidige manier van zaken doen.”

In uw boek spreekt u over „wettige omkoping” – wat bedoelt u daarmee?

„Die term heb ik van een medewerker van Amerikaans Congreslid, die meer dan twintig jaar op Capitol Hill had gewerkt.

„Als je ons systeem van defensieaankopen wil doorgronden, zei hij, moet je beseffen dat het een vorm van wettige omkoping is. Hij bedoelde dat het merendeel van de hoge functionarissen van het Pentagon na zijn pensioen een mooie baan krijgt bij een bedrijf in de defensie-industrie.

Dus mensen die hun hele loopbaan bezig zijn met het verstrekken van contracten aan die sector, weten dat ze er uiteindelijk terecht kunnen voor een heel goed betaalde baan. Daarom zijn ze bereid ongelooflijke dure wapensystemen te bepleiten die het land helemaal niet nodig heeft.

De Congresleden op hun beurt stemmen ermee in, omdat de bedrijven hun campagnekas spekken en zorgen voor banen in bijna ieder kiesdistrict.

Zo komt het dat er ook nog steeds brede steun is voor de F35 Joint Strike Fighter. Dat toestel was heel nuttig geweest in de Koude Oorlog, maar voor het soort conflicten waar we nu mee te maken hebben is het niet relevant meer.”

Gelooft u werkelijk dat iedereen die bij de aanschaf van de JSF betrokken is er persoonlijk beter van wordt?

„Dat weet ik niet, daarvoor ken ik de situatie in al die landen niet goed genoeg. Maar ik weet wel dat men overal het Amerikaanse verhaal over nationale veiligheid slikt. Ook de Nederlanders zouden zich moeten afvragen: hoe relevant is dit ongelooflijk dure vliegtuig? Tegen welke bedreiging beschermen we ons hiermee? En hoe kunnen we in deze economisch moeilijke tijden rechtvaardigen dat we er zoveel aan uitgeven?”

Bent u behalve journalist ook activist?

„Zeker. Ik ben schrijver en ik voer ook campagne. Ik werk samen met anticorruptie-activisten over de hele wereld en met Europarlementariërs die streven naar een gemeenschappelijke positie inzake wapenexport. En ik probeer dit onderwerp op de politieke agenda te zetten. Soms heb ik het gevoel dat ik politiek actiever ben dan toen ik nog in Zuid-Afrika in het parlement zat.”

Handelaren des doods; de internationale wapenhandel. De Bezige Bij. 512 bladzijden; 39,90 euro.

    • Juurd Eijsvoogel